
Als afscheidnemende opleidingscoördinator Informatiebeheer mocht ik gisteren de proclamatie voorgaan en onze alumni veel succes wensen met hun latere carrière.
Ik gaf ook een inhoudelijke voordracht over 2 van mijn helden en hun zoektocht naar wereldvrede via informatiebeheer.
Hieronder vind je de neerslag van deze voordracht:
Dames en heren,
België is het land van de tragische helden, geniën die niet erkend worden en voorvechters die onvoldoende geëerd worden.
Dit moment wil ik gebruiken om, (een laatste keer beloofd😊), een lans te breken voor 2 van die grote Belgen: Henri La Fontaine en Paul Otlet.
Waren deze 2 vrienden tragische helden? Zeker!
Samen zetten ze zich in voor de wereldvrede. Ze waren er immers van overtuigd dat wanneer alle kennis in de wereld zou gedeeld worden dit de verstandhouding onder de volkeren zou bevorderen.
Als eerste stap zagen ze het indexeren en classificeren van alle gepubliceerde informatie in de wereld. In 1895 creëerden ze daarom het Institut International de Bibliographie.
Henri zou voor zijn streven in 1913 de Nobelprijs voor de Vrede ontvangen. Enkele maanden later brak echter de Eerste Wereldoorlog uit …
De gruwel van de eerste Wereldoorlog maakte La Fontaine echter nog fanatieker in zijn streven voor een vreedzame wereld. Zo werd hij één van de oprichters van de Volkenbond, de voorloper van de Verenigde Naties.
Na Wereldoorlog I kregen Henri en Paul, dankzij de tussenkomst van koning Albert I, vrij snel een onderkomen in het Brusselse Jubelpark en kregen ook personeel ter beschikking. Ze hadden inmiddels een gigantische collectie van miljoenen bibliografische steekkaarten, duizenden boeken en ander documentair materiaal verzameld. Die indexkaarten werden inhoudelijk ingedeeld volgens de Universal Decimal Classification, een eigen ontwerp. Dit systeem zou na hun dood uitgroeien tot een wereldwijde standaard in de bibliotheekwereld.
In die jaren was het project vrij succesvol omdat wetenschappers uit de hele wereld per post of telegraaf en tegen een vergoeding vragen konden stellen, die dan via de catalogus werden opgelost. Maar Paul Otlet keek verder in de toekomst: In zijn geschriften voorspelde hij draadloze netwerken, hyperlinks, spraakherkenning en sociale media.
In de jaren dertig werkten Henri en Paul samen met oa. de beroemde architect Le Corbusier om op Antwerpen Linkeroever een stad van de vrede te bouwen, waar alle kennis zou verzameld worden en wetenschappers uit de hele wereld zouden samenwerken.
Helaas zou de wereldwijde crisis en de oplopende internationale spanningen er anders over beslissen. De crisis, de Nazi’s en het na-oorlogse België zouden de erfenis van Otlet en La Fontaine, helaas, letterlijk bij het afval zetten.
Enkele vrijwilligers bleven toch het vlammetje van hun droom voeden en die kregen versterking van over de oceaan. Met zijn “steam-punk”-versie van het internet zou Paul Otlet een belangrijke inspirator worden van Larry Page en Sergey Brin, de stichters van Google, en zij financieren daarom, samen met de Franse Gemeenschap, het fantastische museum Mundaneum in Bergen (Mons). Een aanrader.
Otlet en La Fontaine zouden hun hele leven wijden aan de nog steeds actuele uitdaging: hoe maak je kennis wereldwijd toegankelijk voor iedereen. Door alle kennis met iedereen te delen, creëer je immers een rechtvaardige, vredevolle en solidaire wereld.
Deze uitdaging is actueler dan ooit. De oorlog is immers terug in Europa. Nog steeds zorgen desinformatie en een gebrek aan kennis voor conflicten en ongelijkheid. Dit zet de democratie onder druk, bedreigt onze gezondheid en het fnuikt de innovatie, ook in België.
Door mensen toe te leiden naar de juiste informatie, door in te zetten op fact checking en door mensen de middelen te bieden om zich te informeren en zich te ontwikkelen tot kritische burgers, bouwen jullie mee aan een betere wereld. Goede informatiebeheerders blijven utopisten. Laten we dat koesteren en blijven dromen.
…
Om ten slotte iets luchtiger te eindigen en de link te leggen naar de receptie van straks: een finale historische anekdote. Informatiebeheer maakt de wereld niet alleen beter, maar ook leuker, gezelliger en frivoler. In de jaren ’30, na de drooglegging in de Verenigde Staten, begon Ernest Gallo een kleinschalige wijngaard in Californië. Al gauw groeide zijn bedrijf uit tot de grootste exporteur van Amerikaanse wijnen, die kwalitatief konden wedijveren met die uit Frankrijk.
Maar waar leerde Ernest Gallo wijn maken? Alle expertise was immers verloren gegaan tijdens de drooglegging.
Hij vond de handleidingen en recepten in de lokale openbare bibliotheek!
Ik wens jullie alle succes!