Overmere, maandag 3 augustus

Na een avondje doorzakken op de Lokerse Feesten, “piekte het wat” om ’s morgens aan de mise-en-place te beginnen. Het zware hoofd sloeg snel om in een portie instant geluk: de Italiaanse gerechten mogen bereiden met één van je beste vrienden, die dan ook een fantastische kok is.
De uitdaging was groot: Belgische bieren pairen met Italiaanse gastronomie. Wat gebeurt er wanneer je Italiaanse klassiekers combineert met heel verschillende bierstijlen? Niet evident, want, ondanks een groeiende lokale biercultuur-scène, blijft Italië tenslotte het land van wijn bij de maaltijd. Ook niet evident omdat enkele wijnexperten aanschoven, die elkaar vonden in een lofzang over de wijndomeinen in Piëmonte. Toch was enthousiasme aan de volledig gevulde tafel groot, zowel over de bieren als over de gerechten en vooral over de manier waarop beide elkaar konden versterken.
De Italiaanse gastronomie is nu eenmaal een bijzonder dankbare keuken. Veel gerechten zijn opgebouwd rond relatief eenvoudige, herkenbare smaken: tomaat, olijfolie, basilicum, mozzarella, paddenstoelen, Parmezaan, koffie en cacao. De pairing loopt daardoor een beetje vanzelf. Soms zoeken bier en gerecht elkaar op in gelijkaardige aroma’s, soms werkt vooral het contrast: zuur tegenover vet, bitter tegenover zoet, droog tegenover romig.
We begonnen licht, met Ramon van Brouwerij Roman. Met amper 0,3% alcohol is het een frisse en hoppige dorstlesser, met citrus, perzik en een lichte bitterheid. Eerst proefden we het bier puur, daarna kreeg Ramon een Italiaanse-Amerikaanse twist als Campari Spaghett: een scheutje Campari en limoen veranderen het bier in een bitter-frisse aperitivo.

Daarna kwam Saison d’Erpe-Mere van De Glazen Toren op tafel, samen met focaccia en caponata. Saison is bijna gemaakt voor dit soort keuken. Het bier is droog, sterk bruisend, citrusachtig en peperig. Het koolzuur ruimt de olijfolie op, terwijl de kruidigheid aansluiting vindt bij rozemarijn, groenten en geroosterde smaken. De zoetzure aubergine, tomaat, olijven en kappertjes van de caponata voegden daar nog een extra dimensie aan toe.

Met de volgende combinatie ging de intensiteit omhoog: Hopera van Lupulus bij pasta all’arrabbiata, een woest Ardeens bier tegenover een woeste pasta. Een pairing met een klein risico, want hopbitterheid en chili kunnen elkaar onaangenaam versterken. Het is dus niet zo, wat algemeen wordt aangenomen, dat hoe pikanter het gerecht, hoe meer hop je nodig hebt. Hopera mag dan op het etiket “IPA” staan hebben, de IBU-waarde is relatief bescheiden. Het bier heeft voldoende hop en fruitigheid om overeind te blijven tegenover tomaat, knoflook en chili, maar is gelukkig veel minder agressief dan bijvoorbeeld een West Coast IPA. De olijfolie in het gerecht verzachtte de bitterheid en bracht de combinatie mooi in evenwicht.

Was volgde was een interessante contrastcombinatie met Oude Geuze Boon en caprese. Mozzarella en olijfolie brengen romigheid en vet, terwijl een goede oude geuze precies het tegenovergestelde doet: droogte, levendig koolzuur en frisse zuren. De geuze werkte daardoor als citroensap of een vinaigrette. Tegelijk vonden de citrusachtige, licht aardse aroma’s aansluiting bij tomaat en basilicum. Een eenvoudige salade, maar een zalige combi.


Daarna werd het donkerder en voller. Fagnes Cuvée Constant van Brasserie des Fagnes vergezelde een risotto ai funghi. Cuvée Constant is een donker bier met karamel, geroosterde mout, gedroogd fruit, sinaasappelschil en een herkenbare toets van anijs. Risotto met paddenstoelen is dan weer romig, aards en rijk aan umami. De geroosterde en moutige aroma’s verdiepten de aardse smaak van de paddenstoelen, terwijl boter en Parmezaan voldoende gewicht boden om het bier te dragen.
Voor het dessert gingen we naar Rochefort 8 met tiramisu. Een vanzelfsprekende combinatie: Rochefort 8 brengt karamel, donker fruit, broodkorst, kruiden en alcoholwarmte mee. In tiramisu vinden we koffie, cacao, mascarpone en de zoetheid van lange vingers. De geroosterde tonen van koffie en cacao sloten aan bij de donkere mout, terwijl karamel en fruit een extra laag toevoegden. Tegelijk waren de alcohol en lichte bitterheid van het bier sterk genoeg om door de romige mascarpone heen te snijden, zodat het geheel minder zwaar aanvoelde.

Aan het einde van de avond was vooral duidelijk hoe breed de mogelijkheden van bier aan tafel zijn. We gingen van een bier van amper 0,3% alcohol naar een trappist van 9,2%, en van focaccia en caponata naar risotto en tiramisu. Saison, pale ale, oude geuze, donker Belgisch speciaalbier en trappist kregen allemaal een plaats binnen één Italiaanse maaltijd.
En misschien was dat wel de belangrijkste conclusie van deze volledig volzette Maandag Bieravond: wijn hoeft helemaal niet van de Italiaanse tafel te verdwijnen. Maar bier verdient er zonder twijfel een stoel naast.
Het bonte gezelschap maakte er een avond vol mediterrane gezelligheid van. Een topavondje, waarbij het “achteraf doorzakken” helaas verstoord werd door het onverwachte onweer. Gelukkig was toen het dessert al enige tijd achter de kiezen.



































