Over de nieuwe kleren van de keizer en het lelijke eendje : het Hans Christian Andersen-dilemma van de openbare bibliotheek

Eentje uit de oude doos: ik vond deze lezing van meer dan 10 jaar geleden terug.
Terwijl in deze corona-tijden de openbare bibliotheken gesloten zijn, was dit een kritische lofzang op deze oorden van kennis, innovatie en maatschappijkritiek.

Hans Christian Andersen

Enquêtes, de één al wetenschappelijker dan het ander, hebben het de laatste decennia overvloedig aangetoond : de mensen zijn zeer tevreden over de openbare bibliotheek in hun gemeente. De scores hebben dan ook vaak stalinistische proporties in positiviteit : de bibliotheek is de meest klantvriendelijke dienst in een gemeente, de gebruikers appreciëren het aanbod en het personeel, activiteiten worden sterk gewaardeerd, …

En toch zijn dit de nieuwe kleren van de keizer want uitleencijfers gaan achteruit, jongeren blijven weg uit de bibliotheek, muziekafdelingen zijn gekelderd, …

Bibliotheken hebben steeds meer moeite om hun maatschappelijk nut aan te tonen. De bibliotheek is teveel verworden tot een “nice-to-have”, ipv een “need-to-have”.  

Het was ooit anders.

Lokale bibliotheken werden eind 19de eeuw in het leven geroepen om mensen te indoctrineren in de eigen zuil, kregen een averechtse werking als oorden van rebellie en ontvoogding. Van emancipatie zou geen sprake geweest zijn zonder de kleine boekerijen die arbeiders, vrouwen en jongeren een blik op een andere wereld gaven.

Friedrich Engels en Karl Marx schreven hun Communistisch Manifest, omringd door de grote filosofen in boekvorm, in de bibliotheek. De bibliotheek bood zo de logistieke ondersteuning aan de grootste politieke omwenteling van de afgelopen eeuwen. 

Tijdens de drooglegging in de Verenigde Staten van de jaren 20 en 30 had Ernest Gallo zich bekwaamd in het wijnmaken … in een openbare bibliotheek. Dank zij die plaatselijke bibliotheek kent de wereld nu de heerlijke Californische wijnen. De Amerikaanse puriteinen hadden alcohol gebannen, maar hadden het duivelse oord van zonde, de bibliotheek, over het hoofd gezien. 

Voor de zytologen onder ons wil ik meegeven dat een pak lekkere bieren uit onze contreien, zoals de Karmeliet, gebrouwen zijn naar recepten die in bibliotheken van kloosters en abdijen gevonden werden. 

Met deze voorbeelden tonen we aan dat bibliotheken aan de grondslag lagen van zeer diverse maatschappelijke, economische én technologische innovaties. Een bibliotheek was dus altijd veel meer dan een plaats van stille recreatie, het waren de verzamelplaatsen van geformaliseerde kennis. 

In elk betoog wil ik minstens één maal de naam van Paul Otlet, vermelden, volgens mij de grootste Belg, maar schandelijk miskend. Hij was de grondlegger van de moderne bibliotheek- en informatiewetenschap. Hij beschreef in de jaren dertig van de vorige eeuw zijn idee over een toekomstige bibliotheek : mensen zouden telefoneren naar hun bibliotheek en de bibliotheek zou op hun vraag een boek open leggen voor een televisiecamera – toen een gloednieuwe uitvinding. Bibliotheekgebruikers zouden dan van thuis uit via een televisietoestel boeken kunnen raadplegen. 

Dit klinkt nu zeer “vintage future”, maar dit was het eerste uitgeschreven concept van iets wat pas een halve eeuw later zou ontwikkelen : het internet. De bibliotheek lag dus mee aan de wieg van het internet. 

Als we terugflitsen naar het heden moeten we echter vaststellen dat dat internet echter de grootste nemesis geworden is van de bibliotheek. Cd’s uitlenen is op sterven na dood, muziek beluisteren gebeurt nu met Spotify. Dvd’s zijn op hun retour dank zij de “rode knop”. En ook papieren boeken zullen geen eeuwig leven beschoren zijn. Op de internetboekhandel Amazon worden op dit moment meer e-books verkocht dan papieren boeken. 

Volgens pessimisten is de rol van de openbare bibliotheek binnen 10 jaar uitgespeeld. Dan zal de klassieke rol van de bibliotheek overgenomen zijn door de Big Five : Google, Facebook, Amazon, Microsoft en Apple.  Enkel nog rabiate bibliofielen zullen wild worden van de taciliteit en geur van een gebonden boek. 

Deze dominante commerciële spelers hebben er voor gezorgd dat informatie, muziek en literatuur niet langer hun neerslag vinden in een fysiek product, zoals een boek of cd, maar als ééntjes en nulletjes zweven in de wolken (of de cloud). 

Maar om hier uit de concluderen dat de rol van de bibliotheek uitgespeeld is, is wel zeer kort door de bocht. 

De maatschappelijke return van een bibliotheek is immers niet de uitleen van boeken, dvd’s en cd’s. Dat zijn maar de kleren van de keizer. Een bibliotheek is een huis vol muziek en letteren, een huis van plezier en ontspanning, een huis voor kennis en educatie, een huis vol ontmoetingen en socialisatie. De drager hiervoor is van geen enkel belang. 

Maar we moeten ook realistisch zijn : het zijn uitdagende tijden voor de lokale bibliotheek en ze zal zich moeten vervellen van het lelijke eendje tot een zwaan in deze informatiemaatschappij. 

Bibliotheekmedewerkers moeten opnieuw experten en vertrouwenspersonen worden, die naar klanten kunnen luisteren, hen kunnen informeren en doorverwijzen en adviezen op maat kunnen formuleren. Ze moeten een coach worden voor de nieuwe media en nog meer een baken in deze complexe en hectische samenleving. 

Er moet een radicale kentering komen in het bibliotheekwerk : backoffice-taken moeten gecentraliseerd worden en routinetaken moeten over gelaten worden aan de machines, zodat er tijd vrij gemaakt kan worden voor de individuele klant. 

De grootste routinetaak in de bibliotheek is de uitleen. RFID is daarom een geschenk uit de hemel. Het zorgt er immers voor dat de uitleen door de lener zelf kan geregistreerd wordt en dat de collectie wordt beveiligd. Verkeerd geplaatste materialen kunnen makkelijk teruggevonden worden.

De zelfuitleen kan, hoe contradictorisch het ook klinkt, zorgen voor meer persoonlijk contact  in de bibliotheken en meer high touch in deze tijden van high tech.

Geplaatst in Geen categorie | Tags: , | Een reactie plaatsen

Nieuwjaarstoespraak

Nieuwjaarsreceptie sp.a Buggenhout

Beste kameraden,

Ik ben altijd blij om jullie zo aan te spreken. Het is een van de dingen die ons onderscheid van andere partijen, we zijn kameraden. En het maakt me altijd blij om onder kameraden te vertoeven. 

De socialisten zijn ook geen partij als alle andere, laat je daar niets wijs maken, we zijn anders. Misschien hebben we dit vroeger te weinig laten blijken, maar we zijn anders. Terwijl andere partijen voor de belangen van een beperkte groep ijveren, zoals de economische belangen van de grote ondernemingen, strijden wij voor de belangen van de hele samenleving, wij zijn er niet voor enkelen, maar voor iedereen.

Collega’s en kennissen  vragen mij soms: “Jan, waarom ben je in godsnaam een socialist? Je hebt een goede job in het hoger onderwijs. Waarom ben je militant voor een partijtje dat al meer dan 15 jaar aan het verliezen is?”

Dan antwoord ik: “om 2 redenen: uit dankbaarheid en uit verontwaardiging en woede”. 

Uit dankbaarheid omdat het leven niet altijd evident was: 

Mijn vader stierf toen ik 11 was, mijn moeder kreeg daarop te kampen met 2 slepende ziektes die haar uiteindelijk fataal werden. De dag na haar begrafenis werd ik opgenomen in het ziekenhuis voor een reeks dringende operaties. 

In een ander land was dit voldoende om in de goot of onder de grond te belanden. 

Maar wij hadden het geluk om in België te leven. 

Het was niet gemakkelijk, maar we konden overleven dank zij het weduwepensioen van mijn moeder, alle ziekenhuisopnames bleven betaalbaar, mijn zus, mijn broer en ik konden verder studeren, ik werd niet ontslagen toen ik lange tijd moest revalideren, …

Ik vertel dit omdat dit niet alleen mijn verhaal is, maar ook dat van velen onder jullie. 

Met nieuwjaar wensen we iedereen een jaar vol vreugde en zonder miserie. Helaas blijft geen enkele mens gespaard van tegenslag. Mensen worden ziek, mensen worden ontslagen of verliezen hun partner.

Gelukkig hebben we reeds 75 jaar een fantastische verzekering tegen diverse vormen van tegenslag: de Sociale Zekerheid, de belangrijkste verwezenlijking van de socialisten en één van de belangrijkste maatschappelijke verwezenlijkingen ooit. 

In de erbarmelijke winter tijdens de nadagen van de Tweede Wereldoorlog bracht dit licht en warmte. In 1944 finaliseerde minister Achiel Van Acker, de “Besluitwet betreffende de sociale zekerheid”.

Mirande Ulens, zei hierover: “Was Achiel Van Acker een katholiek, hij was allang heilig verklaard”. en ze heeft gelijk. 

Kameraden, onze voorouders hebben hier voor gestreden en het is onze plicht om die sociale zekerheid te blijven beschermen en te verbeteren. 

Uiteraard is onze sociale zekerheid niet perfect, sommige mensen blijven uit de boot vallen en soms zijn er misbruiken, maar zolang er socialisten zijn, zullen zij blijven timmeren aan een nog betere sociale bescherming voor iedereen.

Daarvoor ga ik, samen met hopelijk velen onder jullie, dinsdag betogen in Brussel. Sluit je aan bij ons en laat je stem horen. 

En zo komen we bij de 2de reden van mijn engagement bij sp.a: de woede en verontwaardiging over wat fout loopt in onze samenleving en in de wereld. 

Ik lees enkele krantenkoppen van de afgelopen week:

  • Sociale huisvesting wordt onbetaalbaar voor personen met een handicap
  • Farmabedrijven graaien half miljard euro uit sociale zekerheid en overheid kijkt toe
  • Verdoken armoede: bijna twee miljoen Belgen moeten ploeteren om rond te komen
  • Op 10 januari heeft een CEO al evenveel verdiend als een werknemer in heel jaar 
  • Extra betalen om prof-arts persoonlijk te zien
  • De commerciële rusthuizen rukken op: “Winst en zorg gaan niet samen”

Dit laat mijn rode bloed koken, kameraden. 

De laatste regering verminderde fors de bijdragen van werkgevers en bedrijven aan de sociale zekerheid, bedacht statuten die niet of nauwelijks bijdragen en zorgde voor onzekerheid bij de mensen. Slechte wil en slecht beleid die zal zorgen voor tekort van 6,4 miljard in onze sociale zekerheid in 2024. 

Ze laten Farmabedrijven een ½ miljard uit onze sociale zekerheid halen. Deze regering haalt geld uit de sociale zekerheid om bedrijven bijkomende jobs te laten creëren. Worden die jobs gecreëerd? Nee, maar de beurs floreert en de dividenden aan aandeelhouders doen het fantastisch. 

Dus, kameraden, met onze bijdragen, de bijdragen van werknemers en kleine zelfstandigen aan de sociale zekerheid, betalen die bedrijven hun winsten uit. 

Voor iedereen een pensioen van 1500 euro is onbetaalbaar zeggen rechtse economen en politici. Laat ze dit maar zeggen. Zal ik vertellen wat onbetaalbaar is: een rusthuiskamer dat het dubbele kost van je pensioen. Dat is onbetaalbaar! 

Een zorgzame overheid zou daar een prioriteit van maken. 

Laten we ook niet vergeten dat een multinational in België vaak minder belastingen betaalt dan de kruidenier om de hoek. Er is dus wel geld. De regering moet alleen de juiste keuze maken: niet de keuze voor de winst van de grote concerns, maar de keuze voor iedereen in onze samenleving. 

De stemmen om de overheid in te perken klinken aan de rechterzijde luider en luider. Zij willen geen zorgzame overheid, zij willen geen rechtvaardige overheid, zij willen geen overheid die de gewone mensen beschermt, zij willen geen overheid die ons helpt wanneer we het moeilijk hebben. 

Laat je niets wijsmaken: de privé doet niet alles beter. Kijk maar naar landen waar onderwijs, openbaar vervoer of gezondheidszorg in privé-handen zit. Daar is alles een pak duurder, veel slechter van kwaliteit en het zorgt voor ongelijkheid en miserie.

De socialisten willen wel een sterke overheid. Niet een bureaucratisch gedrocht, maar een slagkrachtige en efficiënte overheid. Zo’n overheid herverdeelt de welvaart.

Dan kunnen we zorgen voor minimumpensioen van 1500 euro netto per maand, voor veiligheid op straat, sociale uitkeringen boven de armoedegrens, een beter onderwijs, betaalbare en toegankelijke gezondheidszorg.

Beste kameraden, beste vrienden, ik wens jullie een jaar met veel vreugde, veel solidariteit en veel socialisme. Ik dank u.

Geplaatst in Geen categorie | Tags: , , | Een reactie plaatsen

75 jaar sociale zekerheid: een toast op ieders gezondheid!

Achiel Van Acker

Waarom we niet honger hoeven te lijden wanneer we ontslagen worden?
Waarom we niet aan ons lot worden over gelaten wanneer we niet meer kunnen werken door een ongeval of handicap?Waarom we onze ziekenhuiskosten kunnen betalen bij een zware heelkundige ingreep?
Waarom we na een leven van hard werk kunnen genieten van ons pensioen?

Omdat de socialisten daarvoor gestreden hebben!

In de erbarmelijke winter tijdens de nadagen van de Tweede Wereldoorlog brachten ze licht en warmte. Op 28 december 1944, exact 75 jaar geleden, finaliseerde minister van Arbeid en Sociale Voorzorg, Achiel Van Acker, de “Besluitwet betreffende de sociale zekerheid” en ging de geschiedenis in als de “vader van de sociale zekerheid”.
Sindsdien kan iedereen genieten van dit vangnet “van de wieg tot het graf”, voor wanneer het even moeilijk gaat in het leven.

Uiteraard is onze sociale zekerheid niet perfect, sommige mensen blijven uit de boot vallen en soms zijn er misbruiken,maar zolang er socialisten zijn, zullen zij blijven timmeren aan een nog betere sociale bescherming voor iedereen.

Kameraad Achiel, vanavond toast ik op ieders gezondheid en dankzij jou is dit iets makkelijker geworden.

Geplaatst in Geschiedenis | Tags: , , | 2 reacties

Het geloof in de overwinning

Op vrijdag 6 december werd ik verkozen als voorzitter van sp.a Oost-Vlaanderen. Het werd een zinderende avond waarin alle militanten de hoofdrol speelden. Hieronder staat mijn speech.

De nieuwe én oude (onder)voorzitters.
vlnr Julien, Anja, Jan, Joris, Nathalie

Kameraden,

Voor het eerst sinds lang staan hier alleen maar basismilitanten, militanten als kandidaat voorzitter en ondervoorzitter. En dat is een goede zaak … Oost-Vlaanderen toont dat de basis belangrijk is voor het beleid van de partij en op die manier democratiseren we onze partij verder.

Het zijn wel grote schoenen, die we zullen vullen. Freya, Bart, Anja en Joris, jullie waren de afgelopen jaren voortreffelijke voorzitters, met passie, werkijver en bezieling.

Bedankt daarvoor! 

Ik wil me zeker niet meten met onze voorgangers of de mandatarissen, want ik heb niet het retorische talent van Joris, de eruditie van Anja, het strategische vernuft van Freya, de charme van Kurt en de sturm und drang-attitude van Conner, maar ik leg hier wel mijn engagement, mijn enthousiasme en mijn talenten op tafel voor de partij. Voor de partij waarop ik de afgelopen jaren verliefd geworden ben

Ik durf nu wel zeggen dat de sp.a mijn maitresse geworden is, want Inge zit ver in Duitsland. 

Je mag nog zo zot zijn van je lief, soms ben je het oneens, maar je kunt er veel van verdragen …  Wat ik in de afgelopen periode vooral geleerd heb, is dat je vooral goed moet kunnen luisteren naar je geliefde, over waar ze van wakker ligt en waar ze naartoe wil. 

Wat ik nu vooral besef, is dat die liefde niet zozeer naar de partijstructuren gaat, wel naar jullie, de mensen, de militanten, de vrijwilligers op het terrein, die dagelijks wroeten voor het welzijn van onze samenleving. Mijn kandidatuur draag ik op aan jullie!

Jullie zijn het hart van de partij, het sterke hart, en met een sterk hart kunnen we als we op de grond liggen altijd weer opstaan, opspringen.  

We gaan de nieuwe mensen in de partij soigneren, de vrijwilligers hun talenten laten botvieren en bruggen slaan met sympathisanten in andere organisaties.  We gaan nog veel meer doen, zoals je kunt lezen in onze intentienota’s.

Ik doe het ook voor onze mandatarissen in het Vlaamse en Federale parlement, in de provincieraad en tot in de kleinste gemeenteraad, die dagelijks knokken tegen egoïsme en onverdraagzaamheid. Jullie zijn de smoel van onze partij! De militanten staan achter jullie en zullen jullie vooruit stuwen. Jullie staan er niet alleen voor.

Tenslotte zijn er de longen van onze partij: de mensen die ons, de militanten en mandatarissen, zuurstof geven. De straffe medewerkers in de Speldenstraat en daarbuiten. Bedankt! We gaan jullie meer dan ooit nodig hebben.

Ik ben een verbinder en een verzoener, maar kan ook onverbiddelijk zijn als de nood het hoogst is. Weet dat ik altijd, binnen en buiten de partij, de stem van de kleine man, van de lokale vrijwilliger en van de basismilitant zal vertolken, hier in Oost-Vlaanderen en daarbuiten. 

Ik mag dan zelf geen enkele persoonlijke ambitie koesteren met deze functie, mijn ambities voor de partij zijn torenhoog. Samen met jullie bouwen we aan ons consequent socialistisch verhaal, aan het  vertrouwen bij militanten én bij iedereen in onze samenleving en vooral aan ons enthousiasme, strijdvaardigheid en het geloof in de overwinning. Want de Internationale zal morgen heersen op Aard.

En daar beginnen we vanavond mee!

Dank u wel

Geplaatst in Geen categorie | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Cohesie door buurtsport

Petanque
(bron: Wikipedia)

“Sport has the power to change the world. lt has the power to inspire. lt has the power to unite people in a way that little else does. lt speaks to youth in a language they understand. Sport can create hope where once there was only despair.”
Nelson Mandela

Sport is plezierig en is gezond. Er is meer: samen van sport genieten, zorgt tevens voor sociale integratie. Dat sport, en vooral kleinschalige buurtsport, een belangrijke maatschappelijke rol speelt, wordt door diverse internationale studies en good-practices bevestigd.

Daarom is het opzetten van lokale sportinitiatieven een kerntaak van elke overheid.

Sport wordt sinds de oudheid gebruikt voor  natievorming en inclusie. Toch zetten de huidige disruptieve tijden en de groeiende diversiteit onze samenleving voor extra uitdagingen. Xenofobie neemt nog steeds toe en nieuwkomers sluiten zich op in “parallelle samenlevingen”. Deze uitdagingen zijn al lang de grootstad ontgroeid, zodat ook de meest landelijke gemeente de handschoen moet opnemen. Sport is de universele taal om tot interculturele dialoog te komen, maar ook andere bevolkingsgroepen vinden door sport aansluiting in de samenleving: kansarmen (cfr. Belgian Homeless Cup), mensen met een handicap (G-sport), psychiatrie en verslavingen (sport- en bewegingstherapie), ouderen (seniorensport), …

Waarom is sport zo’n geschikt medium voor maatschappelijke integratie? Het fysieke aspect van sport zorgt dat we letterlijk dichter bij elkaar komen, iets wat in andere omstandigheden uitgesloten zou zijn. Taal is in de communicatie bij sport minder belangrijk omdat er universele waarden (zoals fair play), uniforme regels en normen gelden. Het gezamenlijk ervaren van overwinningen, nederlagen en emoties creëert een gevoel van gemeenschap. Nationaliteit, afkomst en religie verliezen aan belang.[1]

Ondanks inspanningen vinden deze doelgroepen nog te weinig hun weg naar de reguliere sportclubs. Financiële drempels, niet aangepaste werking en infrastructuur, maar vooral culturele verschillen staan dit in de weg. De financiële drempel voor kansarmen, het onverbloemd racisme tijdens wedstrijden en de weinige “G”-initiatieven tonen aan dat de integratie door sport geen evidentie is.

Iedereen is overtuigd van het heilzame potentieel van sport op de maatschappelijke gezondheid, maar over de ingrediënten voor succes is er veel minder consensus. Het blijft vaak een verhaal van trial and error. Blijkbaar is iedere context te verschillend voor een “one-size-fits-all”-aanpak. Sociale integratie is immers een langdurig en zeer gedifferentieerd proces. Daardoor leidt een uitrol van diverse kleine initiatieven tot een betere outcome.

Wat zijn volgens mij de voorwaarden tot succes:

  • Integratie mag dan het doel zijn van dit project, deze boodschap mag er evenwel niet vingerdik op liggen om elke vorm van contra-productief paternalisme te vermijden.
  • De infrastructuur uitwerken in co-creatie tussen specialisten, buurtbewoners en buurtwerkers.
  • Structurele verankering van dit project. Deze projecten hebben meestal tijd nodig om succesvol uit te groeien.
  • De projecten ook sociaal verankeren in de buurt, mede-eigenaarschap creëren bij de omwonenden en onderhoud en controle zo lokaal mogelijk houden. Werken aan betrouwbare en stabiele organisatiestructuren. Streven naar een actieve betrokkenheid van de buurtbewoners.
  • Zorgen voor een genetwerkte organisatie: deze infrastructuur en activiteiten staan niet los van andere lokale initiatieven, zoals jongerenorganisaties en sportclubs, maar ook onderwijs, vormingswerk, openbare bibliotheek, gemeenschapscentrum, horeca en winkels, …
  • Vanaf de opening van de infrastructuur ook sociale activiteiten laten organiseren, zoals buurtfeesten en barbecues
  • Leren van elkaar. Breng de verantwoordelijken van de lokale infrastructuren zoveel mogelijk samen, dit bevordert engagement en kennisuitwisseling. Wissel zoveel mogelijk ervaringen uit.
  • Zorg voor regelmatige evaluatie en opvolging, ook na het afronden van de projectperiode.
  • Financiële middelen zijn minder belangrijk dan menselijke hulpbronnen.

Lokaal sportbeleid is dus meer dan de broedkamers van atleten, ze zorgen voor een gezonde ontspanning voor tal van mensen. Competitie is een leuke bijkomstigheid, maar mag niet de essentie zijn in de sportbeleving. Gezonde beweging,  sportplezier en sociale cohesie moeten voorop staan, ook voor minder evidente doelgroepen.


[1] Hartmann, Herbert (2013). Integration Through Sport. Copenhagen: ISCA. Geraadpleegd op 08 september 2019 via http://isca-web.org/files/Integration%20Through%20Sport.pdf

Geplaatst in Lokaal beleid, visie | Tags: , | Een reactie plaatsen

De 5 E’s tot succes!

De kogel is door de kerk: ik stel me kandidaat als voorzitter van sp.a Oost-Vlaanderen. Hieronder schreef ik mijn intentieverklaring uit.

Beste kameraden,

Engagement is de rode draad gebleken in de halve eeuw van mijn bestaan. Engagement voor een socialere samenleving, gevoed door de woede over onrechtvaardigheid en door de dankbaarheid over onze verwezenlijkingen uit het verleden. 

Het socialisme is voor mij een tijdloze levensvisie en zal nooit verdwijnen. Onze partij heeft evenwel niet het eeuwige leven. Sp.a deed het de afgelopen jaren niet goed en moet hertimmerd worden. 

Omdat ik oprecht geloof in het vervellen van onze partij tot een oprechte en rechtlijnige socialistische beweging, wil ik hieraan bijdragen door mee aan het roer te staan van ons provinciaal bestuur. 

Mijn persoonlijke visie en ideeën heb ik samengevat in volgende E’s:

Engagement, Efficiëntie, Eendracht, Enthousiasme en Effectief Socialisme

Engagement:

Onze leden en sympathisanten zijn een belangrijke bron van kennis en helpende handen. Deze bron gaan we veel meer aanboren en ook beter soigneren. We ontwikkelen, eventueel in samenspraak met nationaal, een talentenbank, waarin we, op vrijwillige basis, de kennis en expertises van onze militanten verzamelen.  

We geven aan initiatieven van vrijwilligers ruimte, ondersteuning en een klankbord. De kersvers opgestarte vrijwilligerswerking is hiervan een mooi voorbeeld. Niet iedere militant kan met zijn engagement terecht in de eigen afdeling. Deze “thuisloze” leden betrekken we des te meer in de provinciale werking.  

Het doet deugd om op provinciale bijeenkomsten relatief veel jongeren te zien. Dit stemt hoopvol voor de toekomst en we gaan zorgen dat die jongeren en andere nieuwkomers zich snel om hun gemak voelen in onze werking. We werken met meters en peters om deze nieuwkomers wegwijs te maken in alle geledingen van onze partij. 

We zoeken bewust de grijze zones op tussen ons en de socialistische gemeenschappelijke actie, sociale organisaties en zelfs andere progressieve partijen. We beklemtonen wat ons bindt, meer dan wat ons scheidt. 

Efficiëntie: 

We zijn niet langer een grote en rijke partij. We zullen meer doen met minder. We stroomlijnen onze processen. De inzet van middelen maken we zo transparant mogelijk. We maken onze structuren horizontaler en verbreden het dagelijks bestuur met een actieve betrokkenheid van de parlementsleden en meer input vanuit de afdelingen. 

Een lokale verankering op provinciaal niveau blijft een must. De provincies vallen immers samen met de kieskringen en zijn ook de ideale schaalgrootte voor de facilitaire ondersteuning van de afdelingen. 

Alles wat gelezen kan worden, hoort niet thuis op vergaderingen. Op vergaderingen wordt er gedebatteerd, geleerd van elkaar en gewerkt. 

We versterken de communicatielijnen en de samenwerking met het nationale bestuur. De medewerkers van de mandatarissen zullen ingezet worden om de afdelingen, in deze tijden van schaarser wordende middelen,  te ondersteunen.

Eendracht: 

We zijn een collectief, geen verzameling individuen. Als we ons er opnieuw naar gedragen, gaan we opnieuw vooruit. We kunnen het niet genoeg beklemtonen: intern mogen we zwaar debatteren over de inhoud, extern stralen we eendracht uit.
“In een café waar gevochten wordt, komen geen mensen.”

De kieskring is provinciaal, toch staat de Oost-Vlaamse samenwerking vaak onder druk door regionale verschillen, deze regionale verschillen erkennen we en zullen we ook overstijgen. De principes van de lijstvorming leggen we zo snel mogelijk vast en de daadwerkelijke aanduiding van de kandidaten gebeurt in alle transparantie. 

Enthousiasme:

Dit is essentieel in onze werking. Enthousiaste mandatarissen zorgen voor enthousiaste militanten en omgekeerd. Onze partij zal enthousiasme uitstralen en dit zal zorgen voor een “winning mood”. 

We houden jaarlijks een laagdrempelig provinciaal congres, waar alle leden samen komen om elkaar te ontmoeten, te leren, samen projecten uit te werken en samen te feesten. Nieuwe leden krijgen hier speciale aandacht. 

Effectief Socialisme

De ultieme toetssteen voor ons handelen blijft natuurlijk het socialisme. Van mandatarissen, én van onze leden, verwachten we een hoge ethische standaard en het volgen van de statuten. Het provinciaal bestuur moet hierover waken en ingrijpen indien nodig. 

Socialisten geven het voorbeeld in de samenleving en dat kan alleen als we streng zijn voor onszelf. Door het gebrek aan voorbeeldfunctie in het verleden worden we nog steeds afgestraft. Door een effectief socialisme, niet alleen te prediken, maar ook te tonen, zullen we die beeldvorming keren en terug succesvol zijn. 

“De wereld steunt op nieuwe krachten
begeerte heeft ons aangeraakt”

Iets over mezelf:

mens- en resultaatgericht
dogmatisch in de visie, pragmatisch in de uitvoering
verbindend en verzoenend als het kan, doortastend als het moet
alles voor het algemeen belang
51 jaar
Getrouwd met Inge Moens
Vader van Maj, Free en Too
Werkzaam als leidinggevende in het hoger onderwijs
Voorzitter sp.a Regio Dender
Bestuurslid sp.a Berlare

Mijn, al dan niet stoute, meningen deel ik via janvanhee.net.

Samen met verschillende andere vrijwilligers schreef ik met veel enthousiasme mee aan een intentieverklaring over hoe we de provinciale werking willen  vernieuwen. Die wordt binnenkort gepubliceerd. 

Geplaatst in visie | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Opgelet dit is een conspiracy theory

Opgelet dit is een conspiracy theory

Op een avond in oktober in een rustig hoekje van het restaurant ’t Fornuis nippen 4 mannen van een te dure single malt. Filip had liever een frisse pint gedronken, maar wilde niet uit de toon vallen bij Bart, Theo en zijn voorzitter Tom.

“Laten we klinken”, scandeert Bart, “tegen eind 2020 gaan we eindelijk het land kunnen splitsen.”
“Hoe gaan we dat nu weer doen, Bart?”, lispelt Theo. De anderhalve fles Chateau Petrus speelt hem duidelijk parten.
Tom glimlacht meewarig en Bart zucht: 
“Jij gaat het Marrakesh-pact verwerpen.”
“Waarom? Dat is maar een vodje papier, niets om ons druk over te maken. Wij hebben al gezegd dat we hier mee akkoord zijn.” Theo probeert niet te struikelen over zijn woorden. 
“Omdat”, valt Tom Bart bij “we daarmee het migratiethema op de agenda kunnen zetten en jullie de regering kunnen laten vallen.”
“Met verhalen over die bruine kunnen we zeer makkelijk de bevolking bang maken.” klopt Filip zich op de borst. “En winnen we de verkiezingen in mei.”
Bart leunt genoegzaam achterover, laat de whisky walsen in het glas en zegt: “Daarna zorgen we ervoor dat niemand met ons wil regeren en dan zit alles geblokkeerd. Dan kunnen we niet anders dan de onafhankelijkheid, euh, het confederalisme als oplossing naar voor te schuiven.”

Geplaatst in Zwarte madam | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Stop de versnippering in het hoger onderwijs

In SamPol verscheen mijn bijdrage over de versnippering en de onnodige complexiteit van ons (hoger) onderwijs.

Cover Sampol mei 2019

Mijn visie is duidelijk: met dezelfde middelen kunnen we ons hoger onderwijs zelfs gratis aanbieden, maar dat betekent dat er fundamentele keuzes moeten gemaakt worden.

In het hoger onderwijs zorgt versnippering voor een toenemende complexiteit, een verspilling van middelen, een lage performantie, een extreem duur onderwijsmodel, en een verbrokkeling van expertise en talent. Laten we de beschikbare middelen efficiënter inzetten. Dan kunnen we, met de huidige financiering, hoger onderwijs zelfs kosteloos aanbieden.

De laatste weken vloeide veel inkt over de dalende kwaliteit van ons onderwijs. De ene studie volgde het andere rapport op. Een centraal eindexamen voor het secundair onderwijs kwam terug op tafel en het M-decreet werd in vraag gesteld. De grootste onderwijsstaking sinds jaren verhoogde de ‘sense of urgency’. De schoolfacturen in het secundair onderwijs stegen de afgelopen jaren met gemiddeld 200 euro. Ook de lamentabele toestand van de infrastructuur van de universiteiten werd op tafel gelegd.

Het publieke beleid van de laatste jaren was steeds gericht op ‘kurieren am Symptom’ en op kleine bijsturingen waardoor de complexiteit van ons onderwijs alleen maar toenam. In de laatste rush naar de verkiezingen worden nog vlug wat geldinjecties gegeven, zoals 50 miljoen voor het kleuteronderwijs of wordt nog snel een socialemediacampagne opgezet om het beroep van leerkracht opnieuw sexy te maken.

Maar over één van de belangrijkste oorzaken van deze terugval wordt niet gesproken: de organisatorische verbrokkeling en de gebrekkige schaalgrootte, op alle niveaus, van ons onderwijssysteem. Talent zit verspreid over een veelheid van instellingen. Diverse schotten staan tussen deze expertises.

Een campagne voor meer leerkrachten is één zaak, maar hen in het onderwijs houden een andere. Elke startende leerkracht zal het beamen, de beginjaren kunnen hels zijn: kleine opdrachtjes bij elkaar sprokkelen en hopen dat die opdrachtjes het jaar erop niet gedecimeerd worden zodat de hypotheeklening nog kan worden betaald. Versnippering is voor niemand een goede zaak: niet voor de instellingen, niet voor de studenten en niet voor de docenten.

Lees verder.

Geplaatst in visie | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Solidariteitsprijs voor Cecile Verdonck

Laureaat Cecile Veronck, kunstenaar Gerda Schelfhout, vertegenwoordigers van het Reumafonds (dr. Philippe Carron en Karlien Claes) en de bestuursleden.

Op 30 april werd in Berlare traditioneel Mei-avond gevierd, het Feest van de Arbeid en van de Solidariteit.
Tina Cabuy sprak volgende feestrede uit voor Cecile Verdonck, die van de progressieve organisaties in Berlare, Overmere en Uitbergen de jaarlijkse Solidariteitsprijs kreeg
.

Voor de vijfde keer reeds mogen de progressieve organisaties van Berlare, Overmere en Uitbergen de Solidariteitsprijs uitreiken. Met de Solidariteitsprijs zetten we een individu, een groep of een organisatie in de schijnwerpers die een opmerkelijke bijdrage geleverd heeft voor het welzijn van anderen in binnen- en buitenland.

De laureaat krijgt een kunstwerk van een lokale kunstenaar, dit jaar hebben we voor een werk van Gerda Schelfhout gekozen. Gerda is een bekende Berlaarse kunstenaar

In haar non-figuratief werk spelen lijnen, vormen, kleuren en vlakverdelingen de belangrijkste rol. Gerda volgde plastische kunsten aan het K.T.A. te Aalst en een specialisatie textielontwerpen aan het K.T.A. te Gent. Ze nam reeds deel aan diverse individuele en groepstentoonstellingen.

De vorige laureaten waren: Maria Beauprez, Fonds voor Kinderen van bij Ons, The Village en Greta Van Boven en Filip De Sutter.

Dit jaar gaat de prijs naar Cecile Verdonck voor haar werk voor het Reumafonds, of met de volledige naam het Fonds voor Wetenschappelijk Reumaonderzoek.

Cecile raakte als kind gefascineerd door het mooie handschrift van haar moeder en zou later die liefde voor het  schoonschrift doorgeven aan haar leerlingen van het lager onderwijs. Eén van haar oud-leerlingen, ons gemeenteraadslid en voorzitter Cindy Roelandt, raakte alvast door haar besmet met de liefde voor kunst en mooie teksten.

Later bekwaamde Cecile zich in de kalligrafie, de eeuwenoude kunst van het schoonschrift. Haar verzameling pennen is gigantisch. Daar bleef het niet bij: ze legt zich ook toe op graveren en portrettekenen. Ze blijft studeren aan de academie. Levenslang leren is bij haar geen ijdel woord.

Intussen exposeert ze op verschillende plekken in Vlaanderen en verkoopt ze tal van grote en kleine werken. Een hoogtepunt was de tentoonstelling van haar werk in de Sint-Pieter en Paulusabdij van Dendermonde tijdens het afgelopen najaar. Haar samenwerking met Herman Van Rompuy, gewezen voorzitter van de Europese Raad, gooide hoge ogen: zijn haiku’s werden nog mooier in het handschrift van Cecile. Ook de illustraties in het boek van  kunstkenner en sp.a-politicus, Luc Maddelein, zijn schitterend. In Berlare zijn dan weer haar hand getekende postkaarten, die ze verkoopt op diverse gelegenheden, zeer populair. Iedereen is steeds welkom bij Cecile thuis (Brielstraat 3, bus 3, 09/ 367 75 81) om wenskaarten of gekalligrafeerde cadeautjes uit te kiezen.

Ondanks dit succes als kunstenaar gaan de opbrengsten van haar werk integraal naar het Reumafonds. Reuma is een ziekte, die haar familie niet gespaard heeft. Met haar bijdrage wil ze het wetenschappelijk onderzoek naar de ziekte ondersteunen. Het Reumafonds, lid van de Koning Boudewijnstichting, ondersteunt vooral het onderzoek, waarin de farmaceutische industrie niet geïnteresseerd is.

Het Reumafonds bestaat dit jaar 20 jaar. Een uitgelezen moment om Cecile én het Reumafonds in het zonnetje te zetten. Aan deze Solidariteitsprijs hangt, helaas, geen geldsom, maar de opbrengst van onze volgende Kerstmarkt gaat alvast naar het Reumafonds.

Mag ik vragen om Cecile, haar familie, Gerda Schelfhout, de mensen van het Reumafonds en onze bestuursleden naar voor komen voor de plechtige overhandiging en het fotomoment.

Geplaatst in Berlare | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Vrouwendag: een pleidooi voor een Emilie Claeys-plein in elke gemeente

emilie-claeysbeeld1
Emilie Claeys

Emilie Claeys was niet de typische suffragette van eind negentiende eeuw. Ze was niet de belezen bourgeois dame in couture-kleren, grote hoed en een vosje rond de schouders, die de rebellie preekte om haar verveling en muffe thuissituatie te ontsnappen. Die wilden vooral dezelfde politieke rechten als hun rijke echtgenoot.

Neen, Emilie Claeys was een ware feministe, woest door het sociale onrecht bij de vrouwen uit de armere lagen van de bevolking. Ze maakte naam met haar strijd voor het welzijn en de sociale rechten van de arbeidersvrouwen. Zelf was ze van zeer bescheiden Gentse komaf, maar met veel branie baande ze zich een weg in de mannenwereld van de negentiende eeuw.

Opgegroeid in een arbeidersgezin, waar de vader vroeg gestorven was, ging ze snel aan de slag als spinner en als dienstmeid. Haar gevoel voor rechtvaardigheid liet haar snel botsen met haar mannelijke bazen: de toestand van de vrouwelijke arbeiders was immers nog erbarmelijker dan bij hun mannelijke collega’s. Zelf werd ze moeder van 2 buitenechtelijke kinderen bij een man, die hoger op de maatschappelijke ladder stond en zijn verantwoordelijkheid ontliep. Redenen genoeg om de barricaden te beklimmen voor gelijke rechten en financiële onafhankelijkheid.

“Wij werken 12 tot 13 uren op de fabriek, ’s avonds nog 2 tot 3 uren t’huis, dat maakt een totaal van 14 tot 16 uren arbeid daags, juist de helft teveel om krachtig en gezond te blijven. (…) Alhoewel wij op het werk in vele gevallen den arbeid der man verrichten, worden wij maar half zoveel betaald, niet omdat wij minder of slechter werk leveren, maar alleen omdat wij vrouwen zijn.”
(Bron: Rosavzw.be)

In 1886 werd ze voorzitster van de Socialistische Propagandaclub voor Vrouwen in de schoot van de Belgische Werkliedenpartij en begon over vrouwenrechten te publiceren. Ze klom op in de partij, maar ook bij socialisten was niet iedereen klaar voor de emancipatie van de vrouw. Haar publicaties over geboortebeperking en voorbehoedsmiddelen werden door haar kameraden met een scheef oog bekeken en belandden op de index van de Katholieke kerk.

emilie-claeysbeeld2
“De Vrouw” het tijdschrift dat Emilie Claeys en Nellie Van Kol samen uitgaven.

Voor Emilie gingen feminisme en socialisme hand in hand, maar daar waren een pak kameraden nog niet van overtuigd. De gespannen relatie tussen de feministische fractie en het mannelijke establishment binnen de partij zou nog lang duren. De uitval van Louis Major naar Nelly Maes in de Kamer van Volksvertegenwoordigers, “Wijven moeten niet zoveel complimenten maken” , dateert van 1972.

Gelukkig is er sindsdien veel veranderd: sp.a spant de kroon met het record aan vrouwelijke lijsttrekkers naar de verkiezingen van 26 mei toe en onder impuls van Zij-kant en Inga Verhaert wil de partij in grondwet laten verankeren dat de uitvoerende machten nooit uit meer dan 60% van hetzelfde geslacht mogen bestaan.

Emilie sprak voor internationale congressen, stichtte met Nellie Van Kol de Hollands-Vlaamschen Vrouwenbond en was zelfs een tijdlang de uitgeefster van de Vooruit, de socialistische krant.

“Wij, vrouwen, hebben dus een dubbelen strijd te voeren. Wij hebben ons niet alleen vrij te maken tegenover de kapitalist-uitbuiter, maar ook tegenover den alleenheerschenden echtgenoot. Dien strijd zal hardnekkig en nijdig zijn, want oeroude gebruiken zijn zoo gemakkelijk niet uit de weg te ruimen.”

Na een moddercampagne tegen haar persoon trok ze zich terug uit het publieke leven en verdween helaas in de nevelen van de tijd.

Tijd voor rehabilitatie en laten we minstens een plein met haar naam eren zodat we niet vergeten welk fundament ze legde voor de ontvoogding van de vrouwen én de zwakkeren in onze samenleving.

Geplaatst in Geschiedenis | Tags: , , | Een reactie plaatsen