Een leven lang leren

een plicht voor elke onderwijsinstelling

Live as if you were to die tomorrow.
Learn as if you were to live forever.

Mahatma Gandhi

A word cloud featuring “Lifelong Learning” Bron: Flickr

Om onmiddellijk de stok in het hoenderhok te werpen: het concept “levenslang leren” (LLL) is een fictie, er bestaat leren en leren doe je je leven lang. Dat leren doe je voor het grootste deel informeel, door contact met je peers en je omgeving (socialisatie) én door de internalisering van informatie die via allerlei media tot ons komt. 

Medewerkers leren meer in de koffiehoek dan in een opleiding en de pauzes tijdens een studiedag zijn vaak interessanter dan de sessies.  

Het is een mentaliteit waarmee je op elk moment open en ontvankelijk bent. Die mindset is nodig om in de huidige disruptieve maatschappij te functioneren. Maatschappelijke rollen en beroepen zijn in volle evolutie en die evolutie zal nog verder versnellen. In de diplomagerichte opleidingen leiden we jongeren op tot beroepen, waarvan een groot aantal binnen hun loopbaan zullen verdwijnen. Levenslang leren verhoogt de flexibiliteit om steeds wisselende functies op te nemen.

Leren binnen een gestructureerde setting biedt potentieel volgende voordelen: een hoge leerperformantie én de formele validatie van de verworven kennis in de vorm van een diploma, credit, micro-credential, … aan een zo laag mogelijke (maatschappelijke) kost. Deze USP maakt onderwijsinstellingen en andere opleidingscentra futureproof en bestand tegen de tsunami aan leeropportuniteiten, vaak commercieel, vrijblijvend en soms van lage kwaliteit, die wereldwijd op ons af komt.  

Dit uitgangspunt geeft aan dat LLL niet naast de diplomagerichte opleidingen staat, maar de symbiose vormt tussen alle vormen van vorming, training en opleiding. 

Uitdagingen

Toch zijn er tal van bedreigingen, die onderwijsinstellingen als LLL-aanbieder kunnen hypothekeren:

  • One size fits all: het klassieke onderwijsaanbod, en ook ons LLL-aanbod, is veel te veel toegespitst op een generieke groep, zonder veel rekening te houden met individuele voorkennis, leernoden en optimale leerweg. Mensen leren nu eenmaal op verschillende manieren.
    Cursisten moeten veel meer controle krijgen over het pad en het tempo van hun leerproces. Speciale aandacht is nodig voor intake-procedures, voortrajecten, individuele leerpaden, modulariseerbaarheid van de opleiding, werkplekleren, …
  • Een mismatch tussen vraag en aanbod. Ondanks gedegen marktstudies beschikken we vaak over onvoldoende antennes in het werkveld om de leerbehoeftes te capteren.
    Het is een belangrijke taak voor de LLL-collega’s om de vinger aan de pols te houden in het werkveld door informele netwerking en gestructureerde advieswerking.
  • Er is weinig flexibiliteit om in te spelen op de wensen en noden van een steeds sneller veranderende samenleving. Voor het ontwikkelen en vermarkten van bijv. een postgraduaat heb je al snel 2 jaar nodig.
    Een lean en agile aanbod, dat constant aangepast wordt aan de maatschappelijke noden.
  • We ontwikkelen opleidingen veel te vaak met de blik op het verleden. Voor LLL-trajecten willen we uiteraard de beste senior experten, maar die putten hun kennis vooral uit hun jaren oude ervaring.
    Bij het ontwikkelen van het opleidingsprogramma voldoende ruimte laten voor toekomstgerichte expertise.
  • Tijd als kostbaar goed. Werkgevers en werknemers wegen niet alleen de financiële kostprijs af van een opleiding, ook de tijdsinvestering. Contactonderwijs zonder grote meerwaarde wekt steeds meer frustratie en weerstand op bij LLL-cursisten.
    Niet alleen de intrinsieke kennisoverdracht moet goed zitten, ook de methodiek. Dus ex-cathedra vermijden en zoveel mogelijk flipped classroom en intervisiemomenten.
  • Wereldwijde concurrentie. Door de enorme toename van mogelijkheden tot tijds- en plaatsonafhankelijk leren zijn de aanbieders van opleidingen niet te tellen.
    Met ons aanbod kunnen we niet en mogen we niet concurreren met dit internationale aanbod. Wij bieden een complementair aanbod, lokaal verankerd, met een sterk kwaliteitslabel.

Ook aan de kant van de cursist zijn er belangrijke issues op te vangen:

  • De attitude tot leren kan bij een potentiële cursist afwezig zijn, vooral bij werknemers die al vele jaren in dezelfde rol en dezelfde organisatie werken en gewend zijn aan vaste routines.
  • Deelname aan formeel leren neemt sterk af met de leeftijd en pasafgestudeerden zijn soms te zelfzeker over hun graad van expertise om de behoefte tot bijscholing te voelen.
  • Internationale studies leren ons dat opleidingsinitiatieven lijden onder het Matheuseffect: opleidingskansen worden vooral gegrepen door meer gegoede en hoger opgeleide personen.

Aanpak

Ontwikkel een uitgepuurde visie, maar hou het bondig

Eén duidelijke centrale visie op LLL is noodzakelijk om een evenwichtig en kwaliteitsvol aanbod in lijn te brengen met de marketing van de onderwijsinstelling. Bij het uitwerken hou je rekening met interdisciplinair te werken. Maak mogelijke interne concurrentie en verkokering bespreekbaar en versterk de valorisatie van jullie expertise.

Centrale én decentrale marketing

Die centrale visie impliceert een centrale gestuurde marketing (marktonderzoek, huisstijl, website, sociale media, CRM, …), maar dit kan niet los gezien worden van het netwerken in ons werkveld. Alle collega’s én alumni krijgen de opdracht om als ambassadeur het LLL-aanbod te promoten en mogelijke opleidingsnoden te signaleren.

Trek de Vlerick-kaart: deze business-school beschikt niet alleen over een kwaliteitsvol LLL-aanbod, maar biedt haar alumni ook een expertise- én carrière-netwerk aan. Werk samen met het werkveld en met je alumni.

Maak een duidelijk businessplan op

In tijden van rationeel middelengebruik is een uitgewerkt businessplan en een budgettering noodzakelijk. Er zal dus een goede afweging tussen inzet van middelen (personeel, financieel,..) en opbrengst gebeuren. Voor elke LLL-initiatief moet een ROI gedefinieerd worden, zowel financieel als op vlak van interne en maatschappelijke meerwaarde en moeten we beschrijven wat de impact is op korte en lange termijn.

Leren op de werkvloer

Naast een open aanbod moet je ook het leren binnen organisaties faciliteren door maatwerk aan te bieden en expertise beschikbaar te stellen. Het is niet alleen onze opdracht om dit als een operationeel gegeven te zien, het is ook onze maatschappelijk plicht om organisaties bewust te maken van het belang van leren op de werkvloer. Bedrijven zoals Google en Microsoft bijvoorbeeld staan​​ hun werknemers toe om tot 20% van hun tijd te besteden aan projecten en opleidingen, die los staan van hun functie binnen het bedrijf. Andere bedrijven, zoals Telenet, motiveren hun medewerkers om elkaar op te zoeken en te leren van elkaar.

Dit trekken we door naar de eigen onderwijsinstelling, wat betekent dat je een belangrijke partner bent voor de dienst HR en professionalisering.

Ons aanbod mag niet beperkt blijven tot de primaire doelgroep en onze eigen medewerkers, ook onze studenten kunnen het LLL-aanbod gebruiken om te excelleren en remediëren. En waarom niet samenwerken met basiseducatie om bijv. hoogopgeleide vluchtelingen kansen te geven.

Een toekomstig Assessment Center?

Een grote meerwaarde van de onderwijsinstelling in de LLL-cyclus is het formeel bevestigen van verworven kennis in de vorm van een certificaat of diploma. Op dit moment is het nog niet mogelijk om dit te attesteren voor kleine, maar zinvolle gehelen van kennis, vaardigheden en/of attitudes.

Laten we streven om deze kleine gehelen van verworven expertises te valideren en te attesteren, niet alleen diegene verworven in één van onze opleidingen, ook andere. Door nieuwe technologieën als blockchain, wordt het  binnenkort makkelijk om deze micro-credentials, zoals Open Badges, te borgen.

Met het oprichten van zo’n assessment center zouden we een belangrijke trendsetter worden in het landschap van het LLL en kunnen we sneller inspelen op de snel veranderende noden in onze samenleving.

Werk aan je imago

Een imago bouw je niet op met enkel een folder en een website. De ziel in het imago moet door onderwijsinstelling zelf gecreëerd worden en doen we uiteraard door kwaliteitsvolle opleidingen aan te bieden. Deze kwaliteit moet gedragen worden door het werkveld en alumni en uitgedragen worden door onze collega’s. Het instrument hiervoor noemt men “netwerking”: aanwezig zijn op het werkveld, professionals uitnodigen, publiceren in vakbladen, organiseren van events, projecten uitwerken in co-creatie, sociale media, …

De LLL-medewerkers staan hierbij in de vuurlinie. Het LLL-aanbod is immers de belangrijkste rechtstreekse link met het werkveld.

Geplaatst in Geen categorie | Tags: , | Een reactie plaatsen

Hoe iedereen verbonden blijft met onze digitale samenleving

Dit artikel schreef ik samen met Nathalie Dullemont voor Samenleving en Politiek.

Kan een afbeelding zijn van de tekst 'model zeker Ûe blijft iedereen met onze digitale samenleving eleidsmedewerker sociaal beleid, rmoedebestrije NATHALIE Rudy Coddens (.orui) Gent DULLEMONT Docent, opleidingscoördinator ouderenzorgop deArteveldehogeschool Gent met De coronacrisis enorme dat kan. kwetsbare Gent toonhoe meer) vergeschakeld naar (veel tijdelijke online school gen, moest plots iedereen opvol- digitale gebrek aan digitale door itgesloten enkel bezit internettoegang. meer (een kunnen opstellen, kunnen werken met veten computer, (eventueel doekjes Digimeter 95% van de mensen heeft vrienden een publieke'

Lokale overheden zijn, met hun openbare bibliotheken, de belangrijkste actoren in de digitale inclusie van kwetsbare bevolkingsgroepen. Gent toont hoe dat kan.

De coronacrisis zorgde voor een enorme stroomversnelling in de digitalisering. Zowel bedrijven, dienstverleners als de overheid zijn overgeschakeld naar (veel meer) digitale vormen van communicatie en dienstverlening. Burgers moesten noodgedwongen volgen. Een attest bij de gemeente aanvragen, een afspraak maken bij de dokter, een dossier voor tijdelijke werkloosheid indienen, online winkelen, belastingen aangeven, je kinderen op school inschrijven, je gezondheid opvolgen, … alles moest plots digitaal.

Niet iedereen is in staat om zich aan die steeds snellere digitale evolutie aan te passen. Door een gebrek aan digitale vaardigheden en/of aan middelen, of door digitale stress lopen vier Belgen op tien het risico uitgesloten te worden.

Digitale ongelijkheid gaat om veel meer dan enkel het bezit van een computer of internettoegang. Er is ook de kenniskloof: van algemene geletterdheid (een mail kunnen opstellen, informatie opzoeken), over het al dan niet kunnen werken met de computer, tot weten welke internetbron je al dan niet kan vertrouwen.

De Digimeter windt er geen doekjes om: meer dan 95% van de mensen heeft (eventueel via vrienden of een publieke computer) toegang tot het internet, maar dat betekent niet dat ze ook volop digitaal kunnen functioneren en participeren. Zo’n 24% van de Vlamingen geeft aan dat ze moeite hadden met het omschakelen naar digitaal tijdens de lockdown. Ook solliciteren, online formulieren invullen om uitkeringen te krijgen, online aankopen en digitale bankzaken zijn voor veel mensen niet evident.

Er is ook de digitale stress bij kwetsbare mensen, door niet over de noodzakelijke vaardigheden te beschikken om de meest elementaire digitale handelingen te verrichten en het gevoel daarbij alleen te staan. Sociale ondersteuning van die kwetsbare mensen bij het verwerven van kennis over digitale technologie is daarom zeer belangrijk.

UITSLUITING

Digitale ongelijkheid leidt tot uitsluiting, waarbij mensen bepaalde rechten mislopen omdat die via digitale weg moeten worden verworven. Ze heeft gevolgen voor de economie, omdat steeds meer handelsverrichtingen via het internet verlopen. En ze heeft ook gevolgen voor het onderwijs door de steeds hogere verwachting dat studenten te allen tijde over een degelijke internetverbinding beschikken. Niet evident met onze hoge telecomprijzen.

Scholen stellen leerstof en oefeningen ter beschikking via onlineleerplatformen, zoals Smartschool. Die worden niet alleen gebruikt als leerplatform, maar ook als communicatie-instrument met de ouders. Voor kwetsbare ouders kan dit aanvoelen als een nieuwe vorm van uitsluiting. Men gaat immers uit van drie uitgangspunten, die verre van evident zijn: een computer thuis, internettoegang en de vaardigheden om daarmee aan de slag te gaan.

Ten slotte heeft de digitale kloof ook grote sociale gevolgen omdat steeds meer contacten met familie en vrienden via digitale weg verlopen. Het verhindert hen dus aan de samenleving te participeren.

Bepaalde keuzes in de digitalisering zijn ‘mooie’ cases van ‘uitsluiting-by-design’. Een bekend voorbeeld is de keuze voor het M-ticket als goedkoopste ticket van De Lijn. Daar heb je een smartphone met mobiele data en een betaalapp voor nodig. Het is veel complexer dan het oude sms-ticket dat merkelijk duurder is. Wie geen gebruik kan of wil maken van die digitale diensten wordt alsmaar meer met hogere tarieven geconfronteerd. Ook de overheid gaat mee in die digitaliseringstrend.

Dat zorgt voor onbedoelde discriminatie op basis van digitale merites. De blinde digitaliseringspush leidt tot frustratie en ongenoegen, omdat de verantwoordelijkheid om te kunnen omgaan met deze digitale diensten helemaal op de schouders van burgers is terechtgekomen.

Verder lezen.

NATHALIE DULLEMONT – Beleidsmedewerker sociaal beleid, armoedebestrijding en ouderenzorg op het kabinet van Rudy Coddens (Vooruit) in Gent

JAN VAN HEE – Docent, onderzoeker en opleidingscoördinator aan de Arteveldehogeschool Gent

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 9 (november), pagina 26 tot 31

Geplaatst in Geen categorie | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Berlare weigert verbod op kernwapens te onderschrijven

Ik ben zeer ontgoocheld over het wegstemmen van ons toegevoegd punt op de afgelopen gemeenteraad. Vooruit en Groen hadden opgeroepen om, zoals intussen 80 andere Belgische gemeenten, de oproep van ICAN te ondertekenen om kernwapens te verbieden. 

Op 23 oktober 1983 kende België de grootste betoging uit haar geschiedenis, toe liepen 400 000 mensen mee in de mars tegen de kernwapens, die in Florennes werden opgesteld. Ik liep toen als 15-jarige mee en schreef er later nog een thesis over.

Het was ook één van de weinige betogingen waar alle grote ideologieën verenigd opstapten tegen de verschrikking van de kernwapens, tegen het doembeeld van het einde van het leven op aarde. Pax Christi, de Nooit Meer Oorlog-leuze van de Vlaams-nationalisten en het vredesoptimisme van de liberalen en het socialistische internationalisme liepen er hand in hand. De Belgische bevolking zag het niet zitten om voor de allerlaatste keer het slagveld van Europa te worden. 

Mijn tussenkomst in de gemeenteraad

Door haar geschiedenis als speelbal tussen de grootmachten leeft in België een sterke aversie tegen de oorlog en net daarom heeft het zo’n talent ontwikkeld van diplomatie en overleg. Geen wonder dat er 4 Belgische nobelprijswinnaars voor de Vrede zijn.

Intussen is de Koude Oorlog al meer dan 30 jaar achter de rug en ondertekenden 122 landen op 7 juli 2017 het VN Verdrag inzake het verbod op kernwapens. Wat opvalt is dat België dat, als kleine westerse democratie, niet deed.

ICAN (International Campaign to Abolish Nuclear Weapons) is een NGO die strijdt voor een wereld vrij van kernwapens. Zij kreeg in 2017 de nobelprijs voor de vrede. 

Zij roept alle landen die niet tekenden alsnog op om dit te doen. Ook steden en gemeenten uit landen die niet tekenden, kunnen het verdrag ondersteunen door het ICAN Cities Appeal te onderschrijven. In België hebben reeds een tachtigtal steden en gemeenten dit ondernomen. 

Alle oppositiepartijen stemden om deze verklaring te ondertekenen, de meerderheidspartijen Open VLD en N-VA onthielden zich. 

Burgemeester Gabriëls verantwoordde zich dat de gemeente als principe heeft geen boven-gemeentelijk onderwerpen te behandelen. De meerderheid is blijkbaar vergeten dat Berlare in het verleden reeds meerdere van dit soort verklaringen ondertekende, zoals het ‘Mayor for peace’-charter. De in 2018 geplante Vredesboom staat te verpieteren …

Afgelopen donderdag stonden we bij één of meerdere herdenkingen van de 1ste wereldoorlog. Waar we we woorden “we’ll never forget”, “we mogen dit nooit vergeten” herhaalden. We konden geen betere eer bewijzen aan de gesneuvelden en de vele burgerdoden van toen door ons steentje bij te dragen voor een meer duurzame vrede. Helaas dacht de meerderheid er anders over. We konden hier een belangrijk sein naar de hogere overheid geven, maar de  burgemeester koos er voor om er een meerderheid-minderheid-spelletje van te maken.

Geplaatst in Geen categorie | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

De gemeenteschool van Uitbergen is van “ons”

Dit is mijn tussenkomst in de bijzondere gemeenteraad over de mogelijke overname van onze gemeentelijke dorpsschool “De Kleine Schuit” in Uitbergen.

Vorige gemeenteraad erkenden we nog de oudervereniging van De Kleine Schuit als feitelijke vereniging en op 14 juni hebben we de nieuwe naam van de school boven de doopvont gehouden en het pedagogisch project uitvoerig besproken. Dat pedagogisch project is de onderwijsvisie op lange termijn. Ik herhaal, op lange termijn. Daarmee hebben we als gemeentebestuur het engagement genomen om nog zeer lang zorg te dragen voor onze enige gemeenteschool.

Ik herinner me een sterk inhoudelijk debat over de kernwaarden om ze nog meer toekomstgericht te maken. Was dat allemaal voor de show?

Dat, collega’s, noemen ze een rad voor de ogen draaien. Terwijl de schoolraad, de leerkrachten, de ouderraad, de OVSG én de gemeenteraad het beleid op lange termijn vorm aan het geven waren, plaatste het schepencollege De Kleine Schuit in het uitstalraam.

Beluister hier mijn tussenkomst in de Gemeenteraad



Nee, niet echt het uitstalraam, want dit is een dealtje, zoals we intussen wel gewend geraakt zijn, in de coulissen

Geen wonder dat leerkrachten en ouders vreselijk boos zijn.

Een jaar lang werd gewerkt aan het nieuwe pedagogisch project en dan komt plots uit het niets die mogelijke overname? Het staat niet in het meerjarenplan, misschien was het daarvoor niet belangrijk genoeg? Het idee is nooit geopperd in de gemeenteraad of, belangrijker nog, in de schoolraad. Een visie op lange termijn is dus duidelijk niet aan jullie besteed.
Moest dit een examen strategisch management zijn, dan mochten jullie in september terugkeren. 

UIteraard heb ik niets tegen het GO, of tegen het katholiek onderwijs en al zeker niet tegen het gemeentelijk onderwijs. Het maakt me vooral boos dat jullie in de achterkamertjes, boven de hoofden van alle betrokkenen, onze school, ik herhaal ONZE school, van de hand willen doen. 

Iedereen is er het over eens dat onze gemeenteschool een pareltje is van een dorpsschool, met een enthousiast leerkrachtenteam, met een fantastische ouderwerking en een goede onderwijskwaliteit. Onze enige gemeenteschool, verankerd in onze kleinste deelgemeente. Een deelgemeente, die voor de rest van veel andere voorzieningen verstoken blijft. Een uitpost in onze gemeente, die dank zij onze gemeenteschool, toch nog een stukje openbaar vervoer ziet passeren, toch nog een jeugdig dorpsleven kan ervaren. Die school is de mortel die de kleine samenleving daar verbindt.

Het is geen geheim wanneer ik zeg dat ik enorme moeite heb met jullie beleid in het algemeen, die doorschiet in het nutsdenken, waar de output belangrijker geworden is dan de outcome. De cijfertjes belangrijker dan de mensen. Enkel nog doen wat echt moet, maar niet wat echt noodzakelijk is. Investeren in prestige en schone schijn, maar niet in mensen. 

Dit is een mooi voorbeeld daarvan. Het schooltje moet verkocht worden omdat het geld kost, maar het bestuur weigert de maatschappelijke winst te zien van dit schooltje. Alles mag opgeofferd worden om in 2024 te kunnen uitpakken met jullie fetish van de lage belastingen. 

Dan durf ik mij luidop af te vragen wat het volgende zal zijn. Hoe lang zal het duren dat bijvoorbeeld ons woonzorgcentrum zal geprivatiseerd worden? Zoals het aan het gebeuren is in andere steden en gemeenten. 

Moest dit een examen overheidsmanagement zijn, dan mochten jullie in september terug komen. 

Ik zal nu weer aan het stoken zijn, zeker, en onrust aan het zaaien zijn? Zoals collega Poppe, die de zwarte piet toegestuurd kreeg omdat hij op het juiste moment de juiste vraag durfde te stellen. Collega’s, laat het duidelijk zijn, onze rol als gemeenteraadslid is om vragen te stellen én om dingen in vraag te stellen. Iets wat ik toch mis bij de collega’s van de meerderheid. 

Vragen stellen en debat zorgt immers niet alleen voor de broodnodige transparantie in het beleid, zorgt ook voor een steviger onderbouwd beleid.

Collega’s, in de brief van de burgemeester mochten we lezen:
“De openlijke en weinig subtiele vraag maandagavond van raadslid Poppe heeft een participatief en communicatief traject dat net in voorbereiding was, in de voet geschoten.”

Zie, daar word ik kwaad over en ben ik over de partijgrenzen heen solidair. Neen, collega’s, niet raadslid Poppe heeft een participatief en communicatief traject afgeschoten. Dat heeft de meerderheid gedaan.

Beroepshalve ben ik vaak met transitie en verandering bezig én elke expert in Change Management, zal u het volgende vertellen: om een moeilijke verandering te laten slagen, of dat nu in een bedrijf is of een andere organisatie of in de samenleving, is transparantie en participatie noodzakelijk. Niet op te starten wanneer het traject al bezig is, maar wel vanaf de eerste stap, vanaf de eerste denkoefening. 

Hoe kun je in hemelsnaam er een transparant en participatief traject van maken als je eerst in het geheim de deal rond maakt en het dan presenteert als een voldongen feit? 

Moest dit een examen Verandermanagement was, mochten jullie in september terugkeren.

Dit gebrek aan transparantie, deze achterkamertjespolitiek, de onwaarheden op de vorige GR en het feit dat de meerderheid alles kwijt wil wat geld kost, is niet alleen politiek én beleidsmatig zeer onverstandig, maar is lachen met de principes van deontologie en de democratie en zal opnieuw de anti-politiek voeden

Sorry, collega’s, maar ik ben boos en de gemeenteschool van Uitbergen moet blijven!

Geplaatst in Berlare, Lokaal beleid, onderwijs, visie | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Werelddag van verzet tegen armoede

Vandaag is het Werelddag van verzet tegen armoede. Ook dicht bij ons leven mensen, gezinnen en kinderen in erbarmelijke omstandigheden.

In Berlare stijgt de ongelijkheid spectaculair. Door de instroom van kapitaalkrachtige nieuwkomers, het bewuste beleid van gentrificatie en de krakkemikkige sociaal huisvestingsmaatschappij is wonen zo goed als onbetaalbaar geworden voor de minder gegoede mensen.

Vorige week hebben we aangekaart dat Berlare op de 2de plaats staat in België wat betreft de duurste appartementen, maar Berlare staat in Oost-Vlaanderen ook op de 2de plaats staat op de armoede-index.

17% van onze inwoners heeft moeite om op het einde van de maand de eindjes aan elkaar te knopen.

Tot op heden zien we in onze gemeente geen enkele inspanning. Zoals we in 2018 vroegen: tijd voor beleid!

Geplaatst in Berlare, Lokaal beleid, Nieuws, visie | Tags: , | Een reactie plaatsen

Betaalbaar wonen in de eigen gemeente

Actie van Vooruit en Groen aan het Donkmeer voor betaalbaar wonen (9 oktober 2021)

De duurste appartementen van België staan in Knokke, niet echt een verrassing, wat wel verrassend is: Berlare staat op de tweede plek met een erg hoge mediaanprijs van 433.000 euro (Trends, 13/09/2021). De vele nieuwbouwprojecten aan de Donk, maar ook elders, zorgen er voor dat het aanbod van degelijke én betaalbare woningen sterk verminderd is. 

Alle nieuwbouwprojecten zijn immers dure appartementen, al dan niet met uitzicht op het Donkmeer. Ondanks het voornemen van het huidig bestuur om de horeca te vrijwaren, wordt die steeds meer vervangen door dure lofts en exclusieve woonprojecten.

Op die manier worden de gewone inwoners drie keer gestraft: het aanbod van degelijke én betaalbare woningen verdwijnt, de prijzen voor vastgoed en huur swingen de pan uit én het uitzicht op ons prachtig Donkmeer wordt steeds meer het monopolie van de rijke nieuwkomers.

Een woning huren of kopen wordt stilaan onbetaalbaar. Terwijl projectontwikkelaars en vastgoedspeculanten de winsten opstapelen, zien gewone gezinnen in Berlare de huur- en woningprijzen alleen maar stijgen.

Sociale woningen brengen ook weinig soelaas. Hulp in Woningnood is een krakkemikkige en volledig gepolitiseerde sociale huisvestingsmaatschappij met een dienstverlening, die naam onwaardig, en met een sterk verwaarloosd patrimonium. 

248 mensen uit Berlare staan op de wachtlijst voor een sociale woning, dat zijn er 54 meer dan in 2019. Er zijn zo’n 376 sociale huurwoningen in Berlare en amper 21 woningen die verhuurd worden via een sociaal verhuurkantoor. Dit is zo’n 5,8% van het aantal woningen in Berlare. 

De Vlaamse overheid had de doelstelling geformuleerd om tegen 2025 50.000 extra sociale huurwoningen te realiseren, daarvan zouden er 99 in Berlare gerealiseerd worden. Dit werd vastgelegd in het zogenaamde Bindend Sociaal Objectief (BSO). Tot op heden zijn daarvan slechts 60% gerealiseerd en volgens de cijfers van Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen zijn er 0 gepland voor de volgende jaren. 

Toch is de BSO slechts een verouderde minimumnorm en zullen we toch minstens 10% sociale woningen nodig hebben om de wachtlijsten weg te werken. Vele kwetsbare huurders zijn momenteel gedwongen te huren op een private huurmarkt die voor hen eigenlijk onbetaalbaar is. Een sociale woning maakt een wereld van verschil in de strijd tegen armoede. 

Het is nu ook hét moment om te investeren. Het bouwen van sociale woningen stimuleert de bouwsector als motor van de economie én draagt bij aan het klimaat met meer energiezuinige woningen.

De meeste woningen van Hulp in Woningnood, zelfs de meest recente uit 2006, zijn in een lamentabele toestand. We konden zelf de vele vochtproblemen en de ongezonde schimmels waar de bewoners mee kampen, vaststellen. De bewoners worden ook op kosten gejaagd door de slechte isolatie, lekkende waterleidingen en slecht functionerende boilers. 

Tegen 2023 komt er een fusie van Hulp in Woningnood met de sociale huisvestingsmaatschappijen en sociale verhuurkantoren uit Dendermonde. We hopen dat de nieuwe Woonmaatschappij Dender Noord wel zal functioneren als een klantgerichte huisbaas en zal investeren in noodzakelijke renovaties en nieuwbouw. 

Vooruit en Groen Berlare vragen dan ook:

  • Het behalen van het Bindend Sociaal Objectief tegen 2025 en het streven van 10% sociale woningen tegen 2035.
  • Dringende renovatie van de woningen van Hulp in Woningnood, die in gezondheidsbedreigende toestand verkeren
  • Democratische controle op de werking van de Sociale Huisvestingsmaatschappij Hulp in Woningnood.
  • Transparantie in het fusieverhaal met de andere sociale huisvestingsmaatschappijen. 
  • Een huurgarantiefonds die huurders met een beperkt inkomen helpt om op de private markt een degelijke woning te huren.  
  • Het versterken van Sociale Verhuurkantoren (SVK’s) en het uitbreiden van hun aanbod. 
  • Het verplichten via het vergunningenstelsel om een percentage sociale woningen of sociale kavels te realiseren binnen elk bouw- of verkavelingsproject van een zekere omvang.

We kunnen ons niet van de indruk ontdoen dat dit een bewuste strategie is van het lokale bestuur om minder gegoede inwoners de gemeente uit te jagen ten voordele van nieuwkomers met een dikke portefeuille. Berlare maakt zich schuldig aan geïnstitutionaliseerde  en structurele gentrificatie. Lucratieve vastgoeddeals zijn voor het huidig bestuur belangrijker dan het welzijn van haar bevolking. Met de instroom van kapitaalkrachtige nieuwkomers wil de Open VLD ook haar kiespubliek vergroten om een afstraffing in 2024 te voorkomen. 

______________________________________________

Meer informatie:

https://www.statistiekvlaanderen.be/

https://www.wonenvlaanderen.be/

https://trends.knack.be/economie/immo/waar-staan-de-duurste-en-goedkoopste-appartementen/article-normal-1777431.html

Geplaatst in Berlare, Lokaal beleid, socialisme, visie | Tags: , , | 1 reactie

Wat is contentmanagement?

Cover Content Management (Politeia)

Dit is de inleiding van het boek Content Management, dat ik, samen met enkele collega’s, mocht schrijven voor Uitgeverij Politeia.

Van alle organisaties, profit, non-profit en overheid, wordt verwacht dat ze hun klanten, partners en ruime omgeving informeren. Een klein bedrijfje of een grote overheidsdienst onderhouden daarom een website, om tekst en audiovisueel materiaal met de buitenwereld te delen. Zo’n digitaal platform is niet langer een ‘nice tot have’ visitekaartje, het is vooral de noodzakelijke aanwezigheid van de organisatie in de digitale wereld. Zonder website geen identiteit, zonder identiteit geen bestaansreden.

Fragment HTML WordPress-site

Er was een tijd waarin je minstens een serieuze basiskennis HTML, de code die wordt gebruikt om een webpagina en zijn inhoud weer te geven, nodig had om een eenvoudige website te publiceren. Gelukkig kwamen er snel systemen om dit te vereenvoudigen, eerst de opmaakprogramma’s (of editors), zoals Frontpage en Dreamweaver, waarmee statische websites konden gemaakt worden, daarna de contentmanagementsystemen. Beide werken met een ‘What You See Is What You Get’-editor (WYSIWYG) waarmee je zelf de html-codes en andere opmaaktalen kunt toevoegen, zonder over de technische bagage van een websiteontwikkelaar te beschikken.

editor HTML-modus
WYSIWYG-editor WordPress

Een contentmanagementsysteem (CMS) is dus een softwaretoepassing, meestal een webapplicatie, die het mogelijk maakt om eenvoudig en zonder veel technische kennis informatie op het internet (of een intranet) te publiceren. Die digitale inhoud kan de vorm hebben van tekst, multimedia of elk ander type bestand. Met een goed contentmanagementsysteem kun je zelf relatief veel wijzigen en bijsturen aan de website zonder dat er ontwikkelwerk nodig is. Het is ook mogelijk om verschillende gebruikersrollen voor het contentmanagementsysteem te bepalen waarbij bijvoorbeeld bepaalde medewerkers enkel hun eigen pagina kunnen wijzigen. Het is aan te bevelen dat er maar één persoon (de zogenaamde administrator) is die de mogelijkheid heeft om de navigatie en de structuur van de gehele website te wijzigen. (Callewaert, 2014)

Zonder een CMS zou je een statisch HTML-bestand moeten schrijven en dit naar je server moeten uploaden. Met een CMS kun je gewoon schrijven in een interface en mediabestanden makkelijk opladen. Meer dan de helft van alle 1.234.228.567 websites online gebruikt een CMS. (Schäferhoff, 2020)

Het begrip CMS had een decennium geleden een iets bredere betekenis dan vandaag. Oorspronkelijk was de term bedoeld voor alle systemen die content beheren op interne en externe netwerken. Nu is de betekenis verengd tot webapplicaties om dynamische websites te beheren. In de wandelgangen durven scherpslijpers en puristen nog een onderscheid te maken tussen een CMS, een WCMS (Web Content Management System) en een ECM(S) (Enterprise Content Management System), die alle inhoud van een organisatie beheren, al dan niet beschikbaar gesteld via de website.

Dergelijke systemen zorgen uiteraard voor een grote efficiëntiewinst binnen de organisatie, niet alleen door de contentcreatie en -beheer te verdelen over verschillende medewerkers, maar ook door onnodige klantcontacten te vermijden door relevante informatie en veelgestelde vragen online beschikbaar te stellen.

Daarnaast is het natuurlijk het belangrijkste marketinginstrument van de organisatie, door

  • de naamsbekendheid te verbeteren.
  • het verkeer naar de juiste pagina’s toe te leiden.
  • het genereren van leads en contacten.
  • de content te laten delen via sociale media en andere websites.

Geplaatst in Informatiemanagement | Tags: , | Een reactie plaatsen

Solidariteit en hulpgoederen

Toen ik afgelopen donderdag van enkele dagen vakantie in de Ardennen terugreed, werd het een ware expeditie om de ondergelopen straten en wegblokkeringen te vermijden. Toch bleef vooral het beeld van de mensen die vruchteloos hun huizen trachten te beschermen tegen het wassende water op het netvlies plakken. 

Toen ik ’s avonds de ware omvang van de ramp op televisie zag, kreeg ik het pas echt koud. 

Ook in onze streken zijn mensen getroffen door wateroverlast, maar vooral in de omgeving van Luik is het leed enorm. Naast de betreurde doden zijn er talrijke mensen, die alles kwijt zijn.

Vooruit-Groen Berlare start alvast een eigen inzameling.

Via dit formulier kun je laten weten of wij (of andere organisaties) jou kunnen contacteren voor het ophalen van hulpgoederen.

https://forms.gle/HCsmBihaopmDDq7C9

Wij hebben immers niet de stockageruimte om grote goederen (zoals meubelen) op te slaan.

Door het invullen van dit formulier geef je de toestemming dat wij jouw gegevens doorgeven aan hulporganisatie (zoals het Rode Kruis ed.) of overheidsdiensten. Na het beëindigen van deze actie worden alle gegevens gewist.

Wanneer er behoefte is aan de goederen, die je beschikbaar stelt, zal je gecontacteerd worden.

Geplaatst in Geen categorie | Tags: , , , | 2 reacties

Statiegeld

Yes we can – statiegeldalliantie

Op de Berlaarse gemeenteraad van 14 december diende ik het voorstel van beslissing in om toe te treden tot de Statiegeldalliantie. Deze organisatie, die bestaat uit onder meer landbouw- en natuurorganisaties, bedrijven en gemeentebesturen, ijvert voor de invoering van statiegeld op blikjes en plastic flesjes. Eind november werd door de Statiegeldalliantie de campagne “Statiegeld? Yes we can!” opgestart.

Tot mijn verbijstering weigerde de meerderheid hierover te stemmen.

Onbegrijpelijk, want op onze lokale sociale media kunnen we lezen hoeveel mensen zich ergeren aan aan het vele zwerfvuil in onze bermen. Dit is niet alleen esthetisch een minpunt, maar voor veehouders is dit een enorm probleem wanneer de blikjes in het maaisel terecht komen: dit leidt niet alleen tot groot dierenleed, maar ook tot financiële verliezen voor onze landbouwers.

Recente cijfers tonen aan dat dat plastic flesjes en blikjes verantwoordelijk zijn voor 40 procent van het zwerfvuil. 

We worden gesteund door de publieke opinie, de evolutie in de buurlanden en de regeerakkoorden van diverse Belgische regeringen. 8 op de 10 Belgen willen immers dat er statiegeld komt. In 8 Europese landen bestaat statiegeld op blik en plastic flessen al jarenlang. 10 Europese landen beslisten de voorbije vier jaar om statiegeld in te voeren of uit te breiden. 

Met deze campagne willen we de politici aanmoedigen om door te zetten, en statiegeld snel in wetten en decreten te schrijven.

De argumenten van de meerderheid om hierover niet te stemmen raken kant nog wal. Burgemeester Gabriels en gemeenteraadsvoorzitter De Gucht voerden immers aan dat statiegeld geen gemeentelijke materie is.

Dit is uiteraard onzin, we vragen niet om statiegeld zelf in te voeren, iets wat de gemeente Bredene bijvoorbeeld wel deed, maar gewoon dat het gemeentebestuur deze campagne zou ondersteunen en hiermee haar signaalfunctie zou vervullen. Deze campagne is volledig gratis en de enige inspanning was een mailtje sturen.

Dit is de oppositie monddood maken en daarom diende ik ook een klacht bij de gouverneur. De meerderheid moet weten dat ze een deel van de oplossing voor het ergerlijke en schadelijke zwerfvuilprobleem negeert. De toekomst zal hen ongelijk geven.”

Zelf ben ik wel een grote believer in statiegeld, omdat mensen nu éénmaal “motivatie-triggers” nodig hebben om iets te doen (de zogenaamde “maatschappelijke ruil”): die kunnen intern zijn (overtuiging) of extern zijn (angst voor bestraffing of het krijgen van een beloning). 

Aangezien we niet iedereen kunnen overtuigen, hebben we die externe triggers nodig. Karel De Gucht gaf op de Gemeenteraad het voorbeeld  hoe Kagame, met een schrikbewind, Rwanda tot één van de properste landen van Afrika maakt. Zelf heb ik in Zimbabwe (in de jaren 90) gezien hoe rijen mensen stonden aan te schuiven om hun lege blikjes in te wisselen bij de supermarkt. 

De kostprijs om de inzameling te organiseren zal best meevallen, aangezien de technologie om blikjes en flesjes in te zamelen reeds bestaat en in het buitenland reeds al lang in gebruik is. De meerkost kan ook voor de producent én consument een stimulans zijn om te zoeken naar alternatieven (= minder en andere verpakkingen).
En ik ben wel best trots om vast te stellen dat Vlaanderen de topregio is wat betreft recyclage (zelfs de BBC maakte hierover al reportages). Nu nog een topregio worden op vlak van vermijden van zwerfvuil.

Geplaatst in Berlare, Internationaal, Lokaal beleid, visie | 1 reactie

Informatiearmoede : zorgt ICT voor een nieuwe kloof in de maatschappij ?

Eentje uit de oude doos:

Intussen is het meer dan 20 jaar geleden dat ik de keynote van “Informatie ’99” in de Koninklijke Bibliotheek te Brussel mocht geven: “Informatiearmoede : zorgt ICT voor een nieuwe kloof in de maatschappij ?”. Waarschijnlijk was de VVBAD toen de eerste organisatie in Vlaanderen die aandacht schonk aan deze maatschappelijke uitdaging.

De tekst van toen vind je hier.

Intussen werk ik aan een update … wordt dus vervolgd.

Geplaatst in Informatiemanagement, onderwijs | Tags: | Een reactie plaatsen