Overmere, maandag 10 augustus

Door het feit dat er bitter weinig Franse bieren in België zelf te verkrijgen zijn – dat verdomde bier-chauvinisme van ons – , zat er niets anders op dan een bier-expeditie over de grens te organiseren. Johny, goede vriend, opgegroeid aan de “schreve”, verhalenverteller én bier-enthousiasteling, wilde me wel een dagje rondleiden langs enkele Noord-Franse brouwerijen. Samen met zijn vrouw, Ann, werd het een zalige uitstap langs historische sites, artisanale brouwerijen met of zonder taproom en gepassioneerde brouwers. Het plezier van een bierproeverij zit al vaak in de voorbereiding.
Los van het wijnland, heeft Frankrijk ook een eigenzinnige en diverse biercultuur, niet toevallig voornamelijk in het noorden van het land en verwant met onze Vlaamse traditie. De huidige staatsgrens doorsnijdt immers een oude culturele en economische ruimte waarin Vlaanderen, Henegouwen en Artesië sterk met elkaar verbonden waren.
Tijdens deze Maandag Bieravond proefden we zes bieren (meestal) uit Noord-Frankrijk, telkens met een bijpassend gerecht.
We begonnen met het buitenbeentje, een tarwebiertje uit een andere regio, de Savoie: La Blanche van Brasserie du Mont Blanc. Dit witbier van 4,7% wordt gebrouwen met tarwe, gerstemout en haver, aangevuld met sinaasappelschil en koriander. Het resultaat is zacht, fris en licht romig, met citrus en een subtiel kruidige toets.

Daarbij kwam een eenvoudig toastje met jonge Franse geitenkaas. De frisse aciditeit van de chèvre sloot aan bij het citrusachtige karakter van het bier, terwijl tarwe en haver mooi aansloten bij de romigheid van de kaas. Koolzuur en sinaasappelschil hielden het geheel licht en verfrissend.
Daarna verhuisden we naar de Frans-Belgische grens, met Cuvée des Jonquilles Rosée van Brasserie Au Baron. Dit fruitige tarwebier wordt gemaakt met natuurlijke rodebessenpuree en combineert fruitigheid met een duidelijke maar beheerste aciditeit en een relatief droge finale. Dit bier zou je perfect in champagne-glazen kunnen presenteren als een apperitief of op een receptie. Enkele aanwezigen werden instant fan.

Voor de pairing gingen we het niet te ver zoeken: de brouwerij adviseert zelf forel bij dit bier. Dus werd het bier gekoppeld aan een dip van gerookte forel met zure room. De rode bes en de zuren sneden door het vet van vis en room, terwijl het fruit contrasteerde met de rokerigheid van de forel. Tegelijk zorgde het zachte tarwekarakter voor verbinding met de room.

Met Yankee Trouble van Brique House kwamen we volop in het moderne Noord-Franse craftbier terecht. Le Brique House is een bezoek waard voor een lekkere pizza met enkele verrassingen op tap.
Deze New England IPA van 6,5% is wazig, uitgesproken fruitig en tropisch, maar met slechts 20 IBU veel zachter bitter dan een klassieke, en zeker een West Coast, IPA. Niet verwonderlijk werd dit één van de favorieten van de avond.

Daar hoorde een kleine versie van Le Welsh bij, ingevoerd door de soldaten uit Wales tijdens de Eerste Wereldoorlog en intussen een klassieker uit de estaminetkeuken van Noord-Frankrijk. Geroosterd brood, een beetje mosterd, Worchester-sauce en gesmolten cheddar met bier. Een reprise, want “the Welsh Rarebit toastie” stond ook op het menu bij de avond met Engels bieren. Vet, zout en umami uit de kaas en Worchester-sauce, vormden een stevig tegengewicht voor de hop, terwijl het tropische fruit van Yankee Trouble bijna als een chutney naast de cheddar werkte. De mosterd hielden we bewust op de achtergrond, zodat de hoparoma’s niet werden overstemd.
Daarna was het beurt aan een traditionele Noord-franse bierstijl: La Choulette Ambrée van Brasserie La Choulette uit Hordain, een familiale brouwerij sinds 1895. Dit stevige amberbier van 8% sluit aan bij de brede bière-de-garde-traditie, letterlijk “bier om te bewaren”. De “Ambrée” mag dan de meest gekende variant zijn, maar is trikt genomen geen afzonderlijke bierstijl, maar vooral een aanduiding van kleur en moutprofiel. Bière de garde bestaat klassiek in blonde, ambrée en brune varianten. Dit is meestal een vrij droog en opmerkelijk zacht bier, waarbij de moutige aroma’s van brood en noten, de hop en gist naar de achtergrond drukken. Ondanks de verschillen is bière de garde verwant aan de Henegouwse saison. Beiden worden op het schap van de “farmhouse-ales” geclassificeerd. Onze saison is meestal droger, bitterder, peperiger en wordt sterker door gist en hop bepaald. In de “La Choulette Ambrée” voerden de aroma’s van karamel, geroosterde mout en pruim de boventoon. Voor sommigen was dit bier, en deze bierstijl, de ontdekking van de avond, voor anderen was het toch iets teveel uit hun comfortzone.

Het gekozen gerecht kon nauwelijks regionaler zijn: potjevleesch met frietjes en salade. Koud, friszuur vlees in gelei tegenover warme, zoute frieten en een amberbier op keldertemperatuur: alleen al qua temperatuur en textuur gebeurde hier veel. De karamel- en geroosterde mouttonen sloten aan bij het vlees, terwijl de pruimachtige fruitigheid een licht zoet-fruitig tegengewicht gaf aan de zuren van het gerecht.

Voor de meeste aanwezigen was de volgende pairing het hoogtepunt van de avond. Weppa Triple van Breweppes is een tripel van 9%, gebrouwen in Herlies, ten westen van Lille. Een kleine, gezellige brouwerij, verborgen op een kleine KMO-zone en gerund door enkele jonge kerels met goed ontwikkelde smaakpapillen, want ook hun andere bieren zijn zéér de moeite.
Met een ontstuimige punkattitude tackelen ze met de voeten vooruit het monument van de Belgische biercultuur, met een fantastisch resultaat. Verwacht dus geen klassieke Belgische tripel, met veel banaan-aroma’s en zwaar op de hand. Ondanks het alcoholgehalte is de Weppa Triple een “frisse” verschijning. Zoals veel Franse bieren, wordt er vertrokken vanuit de mout-aroma’s, maar door de “houblonnage à cru” of dry hopping (“bij een tripel? Schande!”) krijg je de frisse aroma’s van citrus en steenfruit er bovenop. Door de combinatie van moutige kracht en alcoholwarmte met een frissere aromatische hoplaag krijg je een moderne interpretatie van een oude Vlaamse klassieker.

Daarbij serveerden we een gepimpte flamiche au Maroilles. Een flammkuche, dikke pizza of dunne quich met prei, room en royaal veel Maroilles-kaas, de regionale trots. Wel niet zeker of die kaas veel liefhebbers kent in de rest van Frankrijk, zoals blijkt in de hilarische scène uit Bienvenue Chez Les Chtis. Ook geen goed idee om de kaas nog enkele uren te laten rijpen (hermetisch ingepakt! in een luchtdichte koelzak!) in de wagen tijdens de terugkeer vanuit Frankrijk.
Maroilles is dus niet bepaald een verlegen kaas: zout, vet, uitgesproken aromatisch, boordevol umami én een “heerlijke” geur. Een licht, subtiel bier kun je hier gewoon niet tegenover zetten. De Weppa Triple heeft wel voldoende body, alcohol en mout om overeind te blijven. De koolzuurprikkeling hield kaas en room onder controle, terwijl de dry hopping precies genoeg frisheid toevoegde om de combinatie niet zwaar te laten worden.
Die balans werd duidelijk gesmaakt. De flamiche was heerlijk en deze pairing en de Weppa Triple werden de publiekslieveling van de avond.

We sloten af met Griffes van 3 Brasseurs, een Russian Imperial Stout van 9%. De brouwerij “3 Brasseurs” is gelegen op hetzelfde bedrijventerrein als de Auchan en is een geliefde lunchplek voor locals, passanten en shoppers.
Griffes is een krachtig donker bier met koffie, chocolade, vanille en een behoorlijke moutbitterheid. Niet iedereen was fan van de medicinale, iemand vernoemde “petroleum”, nasmaak.
Daarbij kwam crème brûlée à la chicorée. Chicorei haalde de gebrande en koffieachtige kant van de stout naar voren, vanille verbond bier en custard en de gekaramelliseerde suikerlaag vond aansluiting bij de geroosterde mout. Tegelijk verzachtte de room de bitterheid en alcoholwarmte.
Het werd een geslaagde avond met veel enthousiasme over de bieren, de gerechten én de pairings. Onbekend is onbemind: geef de bieren uit Noord-Frankrijk een kans, er zitten pareltjes tussen.









































