Vrouwendag: een pleidooi voor een Emilie Claeys-plein in elke gemeente

emilie-claeysbeeld1
Emilie Claeys

Emilie Claeys was niet de typische suffragette van eind negentiende eeuw. Ze was niet de belezen bourgeois dame in couture-kleren, grote hoed en een vosje rond de schouders, die de rebellie preekte om haar verveling en muffe thuissituatie te ontsnappen. Die wilden vooral dezelfde politieke rechten als hun rijke echtgenoot.

Neen, Emilie Claeys was een ware feministe, woest door het sociale onrecht bij de vrouwen uit de armere lagen van de bevolking. Ze maakte naam met haar strijd voor het welzijn en de sociale rechten van de arbeidersvrouwen. Zelf was ze van zeer bescheiden Gentse komaf, maar met veel branie baande ze zich een weg in de mannenwereld van de negentiende eeuw.

Opgegroeid in een arbeidersgezin, waar de vader vroeg gestorven was, ging ze snel aan de slag als spinner en als dienstmeid. Haar gevoel voor rechtvaardigheid liet haar snel botsen met haar mannelijke bazen: de toestand van de vrouwelijke arbeiders was immers nog erbarmelijker dan bij hun mannelijke collega’s. Zelf werd ze moeder van 2 buitenechtelijke kinderen bij een man, die hoger op de maatschappelijke ladder stond en zijn verantwoordelijkheid ontliep. Redenen genoeg om de barricaden te beklimmen voor gelijke rechten en financiële onafhankelijkheid.

“Wij werken 12 tot 13 uren op de fabriek, ’s avonds nog 2 tot 3 uren t’huis, dat maakt een totaal van 14 tot 16 uren arbeid daags, juist de helft teveel om krachtig en gezond te blijven. (…) Alhoewel wij op het werk in vele gevallen den arbeid der man verrichten, worden wij maar half zoveel betaald, niet omdat wij minder of slechter werk leveren, maar alleen omdat wij vrouwen zijn.”
(Bron: Rosavzw.be)

In 1886 werd ze voorzitster van de Socialistische Propagandaclub voor Vrouwen in de schoot van de Belgische Werkliedenpartij en begon over vrouwenrechten te publiceren. Ze klom op in de partij, maar ook bij socialisten was niet iedereen klaar voor de emancipatie van de vrouw. Haar publicaties over geboortebeperking en voorbehoedsmiddelen werden door haar kameraden met een scheef oog bekeken en belandden op de index van de Katholieke kerk.

emilie-claeysbeeld2
“De Vrouw” het tijdschrift dat Emilie Claeys en Nellie Van Kol samen uitgaven.

Voor Emilie gingen feminisme en socialisme hand in hand, maar daar waren een pak kameraden nog niet van overtuigd. De gespannen relatie tussen de feministische fractie en het mannelijke establishment binnen de partij zou nog lang duren. De uitval van Louis Major naar Nelly Maes in de Kamer van Volksvertegenwoordigers, “Wijven moeten niet zoveel complimenten maken” , dateert van 1972.

Gelukkig is er sindsdien veel veranderd: sp.a spant de kroon met het record aan vrouwelijke lijsttrekkers naar de verkiezingen van 26 mei toe en onder impuls van Zij-kant en Inga Verhaert wil de partij in grondwet laten verankeren dat de uitvoerende machten nooit uit meer dan 60% van hetzelfde geslacht mogen bestaan.

Emilie sprak voor internationale congressen, stichtte met Nellie Van Kol de Hollands-Vlaamschen Vrouwenbond en was zelfs een tijdlang de uitgeefster van de Vooruit, de socialistische krant.

“Wij, vrouwen, hebben dus een dubbelen strijd te voeren. Wij hebben ons niet alleen vrij te maken tegenover de kapitalist-uitbuiter, maar ook tegenover den alleenheerschenden echtgenoot. Dien strijd zal hardnekkig en nijdig zijn, want oeroude gebruiken zijn zoo gemakkelijk niet uit de weg te ruimen.”

Na een moddercampagne tegen haar persoon trok ze zich terug uit het publieke leven en verdween helaas in de nevelen van de tijd.

Tijd voor rehabilitatie en laten we minstens een plein met haar naam eren zodat we niet vergeten welk fundament ze legde voor de ontvoogding van de vrouwen én de zwakkeren in onze samenleving.

Geplaatst in Geschiedenis | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Waarom Joke een te gemakkelijk doelwit was …

Dit artikel verscheen ook op 7 februari op Apache.be onder de titel: Klimaatministers zijn te gemakkelijk doelwit

Joke Schauvliege
Bron: wikipedia

Minister van Leefmilieu Joke Schauvliege verloor de pedalen, begon te doddelen, vertelde Trumpiaanse nonsens en moest opstappen. Gewoon domheid? Een lapsus? Stress? Had haar legendarische olifantenvel het uiteindelijk begeven?

Het was een feit dat ze een kop van jut was op de verschillende klimaatmarsen. Haar weinig daadkrachtig beleid, enkele domme uitspraken en haar link met de agro-industrie deden haar geen deugd.

De betogingen van de Belgische BosBrossers en de afgelopen klimaatmars in Brussel haalden The Washington Post, BBC-news en Time-magazine. De Belgische publieke opinie loopt voorop in de strijd voor een betere wereld en een toekomst voor onze kinderen. In 2015 schreven 350 Belgische wetenschappers een open brief om tot onmiddellijke klimaatactie over te gaan. Afgelopen week ondertekenden 3.400 Belgische academici een update van deze oproep.

Dat staat in schril contrast met de onmacht van onze 4 (!) bevoegde ministers. Hun pogingen om het protest te recupereren waren ronduit zielig. Eerder moesten ze al toegeven dat ze hun geoogde klimaatdoelstelling niet zouden halen.

Toch is het al te gemakkelijk om enkel de Vlaamse en Federale regeringen met de vinger te wijzen.

Eén beleidsniveau houdt zich angstvallig stil: de meeste gemeentebesturen weten dat ze minstens evenveel boter op het hoofd hebben. Klimaatveranderingen laten zich ook op lokaal vlak voelen, maar weinig gemeenten zetten het klimaat daadwerkelijk op de politieke agenda.

We voelen de klimaatveranderingen tot in het kleinste dorp en het gemeentelijk beleid wordt met de gevolgen geconfronteerd. Die gevolgen zullen alleen maar groter worden …

Op natuurijs schaatsen zat er de laatste jaren niet meer in. De druiven en de vijgen doen het goed in onze tuin. Warmere zomers zijn misschien leuk, maar er zijn ook minder leuke veranderingen: we zullen bijvoorbeeld steeds meer stormen te verwerken krijgen. In onze gemeente kwamen de Sigma-werken aan de Schelde juist op tijd om de Sinterklaasstorm in 2013 en Dieter in 2017 te weerstaan.

Onze eigen landbouwers en kwetsbare personen zijn de eersten om de veranderingen te voelen. Onze warme zomers worden iets té en nog meer hittegolven staan ons te wachten. Het World Weather Attribution (WWA) en andere organisaties toonden aan dat deze toenemende hittegolven gelinkt zijn aan de klimaatsopwarming. De komende jaren verdubbelt de kans op extreme hitte, in Spanje is die kans zelfs het tienvoudige. Het zal niet alleen zweten zijn, voor veel mensen wordt het wel zeer ongezond. De hittegolf in de zomer van 2003 zorgde in Europa voor 70.000 vroegtijdige overlijdens. Tegen het einde van deze eeuw zullen dat in Europa jaarlijks 150.000 zijn. Volgens het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid zorgde de hittegolf van juni 2017 voor 235 extra overlijdens in Vlaanderen. OCMW’s rollen de noodzakelijke hitteplannen uit voor ouderen en zieken.

De droogtes van de afgelopen zomers waren voor de landbouw een ramp: oogsten mislukten en bij de gezinnen kwam de watervoorziening in het gedrang.

De Klimaatcoalitie (en nationaal platform bestaande uit een zestigtal leden uit de milieubeweging, de noord-zuid-beweging, vakbonden en sociale organisaties) wijst de weg, het immers allang duidelijk welke beleidsmaatregelen er nodig zijn:  het stopzetten van fossiele subsidies, inzetten op groene jobs, het invoeren van CO2-taks, resoluut gaan voor steden op mensenmaat, lokale transitie-initiatieven volop steunen, ademruimte geven aan alternatieve energieprojecten, investeren in duurzaam vervoer, lokale landbouw heroriënteren er herwaarderen, …

Hier kunnen ook de lokale besturen aan bijdragen, toch? Hoeveel gemeentebesturen hebben de burgemeestersconvenant voor klimaat en energie of de Statiegeldcoalitie ondertekend? De helft? Welke gemeente heeft daadwerkelijk klimaatbeleid ontwikkeld?

Ik rij dagelijks meer dan 40km met de fiets naar en van het werk, maar in mijn eigen gemeente verplaats ik mij vaak met de wagen door een volslagen gebrek aan veilige fietsstallingen. Om maar te zeggen, op gemeentelijk vlak is werk aan de winkel, veel werk.

Gemeenten moeten gerichte actie ondernemen en een concrete strategie voorleggen om hun gemeentediensten klimaatneutraal te maken. Enkele CNG- of elektrische voertuigen voor het gemeentepersoneel zullen het verschil niet maken.

Het is allemaal niet zo moeilijk en duur, hoor:

  • Een duurzaamheidscoördinator kan het gemeentebestuur ondersteunen om in te zetten op duurzame energie en goederen, een maatregel die op termijn een pak centen (onze belastingen) kan besparen.
  • Invoering van een duurzaamheidsclausule in gemeentelijke bestekken: hoe dichter een onderneming bij de gemeente gevestigd is, hoe meer kans die krijgt op de gunning van de opdracht. Dit is niet alleen beter voor het milieu (minder gereden kilometers), maar zal ook de lokale ondernemers meer kansen bieden.
  • Een convenant afsluiten met de handelaars om plastic zakjes te weren en ander verpakkingsmateriaal zoveel mogelijk te vermijden.
  • Bewoners stimuleren om aandeelhouder te worden in bedrijven die propere energie produceren.
  • Bedrijven aantrekken of stimuleren die inzetten op hernieuwbare energie, circulaire economie en milieuvriendelijke producten en diensten.
  • Winkelen met de fiets of te voet stimuleren door aangepaste infrastructuur en veilige fietsstallingen.
  • Autodelen, ook in kleinere gemeenten, faciliteren
  • Natuur-, milieu- en klimaateducatie activeren op school en in verenigingen.
  • Bewustwordingscampagne en aanzet tot kleine maatregelen die de inwoners zelf kunnen aanpakken, zoals b.v. geen auto’s bij scholen stationair laten draaien bij scholen.
  • Installeren van vaste fijnstofmeters om zo inwoners bewuster te maken van deze problematiek.
  • Inzet van fietskoeriers en bakfietsen bij de eigen diensten.

Vul maar aan. Allemaal kleine stappen op maat van kleine gemeenten, die een groot verschil kunnen maken. Toch is er, enkele uitzonderingen niet te na gesproken, weinig ambitie te merken bij de nieuwe bestuursploegen.

Iedere stap, hoe klein of lokaal ook, op weg naar een betere wereld is een goede stap!

Beste BosBrossers, vraag uw eigen gemeentebestuur wat het doet voor het milieu en het klimaat. Niet in mooie woorden, niet met ronde tafels of werkgroepen, niet met vuistdikke visieteksten, de perfecte excuses om niets te doen. Neen, het warm water hoeft niet heruitgevonden te worden, het denkwerk is klaar, gemeentebesturen zijn het best geplaatst om met kleine maatregelen het verschil te maken. Een gemeentebestuur beschikt immers over een arsenaal aan mogelijkheden om snel werk te maken van een klimaatneutrale gemeente. Het enige wat echt nodig is, is politieke moed.

Beste BosBrossers, richt uw pijlen niet alleen op Joke, maar ook op je burgemeester. Iets dichter bij huis, daarom misschien iets gevoeliger. Misschien ken je je burgermoeder of -vader wel persoonlijk, maar hou je je daarom niet in.

Eis die politieke moed van uw nieuwe gemeentebesturen, zorg dat zij het schuldig verzuim van hun voorgangers tenietdoen. Werk aan de winkel om op lokaal vlak de wereld te redden.

Jan Van Hee

een eco-socialistisch militant

Geplaatst in Lokaal beleid, visie | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

BosBrossen in Berlare

De Paardenweide in Berlare

De betogingen van de Belgische BosBrossers en de afgelopen klimaatmars in Brussel haalden The Washington Post, BBC-news en Time-magazine. De Belgische publieke opinie loopt voorop in de strijd voor een betere wereld en een toekomst voor onze kinderen.
Dat staat in schril contrast met de onmacht van onze 4 (!) bevoegde ministers. Hun pogingen om het protest te recupereren zijn ronduit zielig.
Toch is het al te gemakkelijk om enkel de Vlaamse en Federale regeringen met de vinger te wijzen. Op lokaal vlak is er immers ook veel mogelijk.
Dit schreef ik reeds een jaar geleden: Bij storm en ontij: klimaatverandering in de Donkgemeenten.
De oogst van de afgelopen legislaturen is bijzonder mager! Enkele CNG- of elektrische voertuigen voor het gemeentepersoneel zal het verschil niet maken. Andere gemeenten gaan nemen wel gerichte actie en werken aan een strategie om hun gemeentediensten klimaatneutraal te maken. In Berlare blijft het tot op heden zeer stil.
In het programma van sp.a-Groen stonden wel tal van concrete maatregelen om ook op lokaal vlak te werken aan het klimaat:

  • Een duurzaamheidscoördinator zal het gemeentebestuur ondersteunen om van Berlare een duurzame gemeente te maken. Inzetten op duurzame energie en goederen maakt niet alleen van onze wereld een betere plek, maar zal ons op termijn ook een pak geld besparen.
  • Invoering van een duurzaamheidsclausule in gemeentelijke bestekken: hoe dichter een onderneming bij Berlare gevestigd is, hoe meer kans ze krijgt op de gunning van de opdracht. Dit is niet alleen beter voor het milieu (minder gereden kilometers), maar zal ook de lokale ondernemers meer kansen bieden.
  • Een convenant afsluiten met de handelaars om plastic zakjes te weren en ander verpakkingsmateriaal zoveel mogelijk te vermijden.
  • Het ondertekenen van de Statiegeldalliantie en het burgemeestersconvenant voor klimaat en energie.
  • Natuur- en milieu-educatie activeren op school en in verenigingen.
  • We gaan bewoners stimuleren om aandeelhouder worden in bedrijven die propere energie produceren.
  • Bedrijven aantrekken of stimuleren in eigen gemeente die inzetten op hernieuwbare energie en andere milieuvriendelijke maatregelen
  • Structurele oplossingen bieden voor gekende en steeds terugkerende overstromingsoverlast
  • Installeren van vaste fijnstofmeters om zo inwoners bewuster te maken van het gevaar van fijn stof. Provinciaal Centrum voor Milieuonderzoek van de provincie Oost-Vlaanderen leent apparatuur uit om roet te meten en kan ondersteuning geven om de luchtverontreiniging in straten in beeld te brengen met het CAR-model. Ook zijn er meetcampagnes mogelijk met passieve staalnames voor NO2.
  • Bewustwordingscampagne en aanzet tot kleine maatregelen die de inwoners zelf kunnen aanpakken, zoals b.v. geen auto’s bij scholen stationair laten draaien bij scholen.
  • Zwaar verkeer sturen, sluipverkeer detecteren, voorkomen en beboeten
  • Meer groenaanplantingen op scholen.
  • Het burgemeestersconvenant voor het Klimaat ondertekenen.
  • Een gemeentebestuur heeft ook een voorbeeldfunctie: investeren in een eigen “proper” wagenpark, isolatie, verwarming, fietskoeriers, keuze van de juiste nutspartners…
  • Nieuwe vormen van ondernemen in de circulaire economie stimuleren.
  • Winkelen met de fiets of te voet stimuleren door aangepaste infrastructuur en veilige fietsstallingen.
  • Een ruil- en geefwinkel waar iedereen welkom is, gekoppeld aan een repair-café, waar vrijwilligers voorwerpen herstellen.
  • Het faciliteren van een fietsbibliotheek, in samenwerking met de lokale fietshandelaars en de fietspoetsdienst, waar kinderfietsen kunnen ingeruild worden voor een groter model.
  • Een autodeelproject faciliteren in onze gemeente
  • Onze wegen fiets- en wandelvriendelijk maken.
  • Snelheidsvertragende oplossingen in straten die leiden naar scholen, zoals het inrichten van fietsstraten, waar auto’s te gast zijn.
  • Veilige en droge fietsstallingen overal in de gemeente. Dit zal de lokale handel en horeca ook stimuleren.

Het staat andere partijen vrij om onze ideeën over te nemen. Iedere stap, hoe klein of lokaal ook, op weg naar een betere wereld is een goede stap!
Beste Berlaarse BosBrossers, vraag uw eigen gemeentebestuur wat ze doen voor het milieu en het klimaat.

Geplaatst in Berlare, Lokaal beleid, visie | Tags: , | Een reactie plaatsen

Culturele nominatie voor Collectief Decorum

Dit is de laudatio, die ik uitsprak voor de culturele nominatie voor het Collectief Decorum op de Receptie van de Cultuurraad op zondag 20 januari 2019.

In groot Berlare worden we verwend met lokale toneelgezelschappen. Pantarhei en Hand in Hand zijn waarschijnlijk de bekendste, maar ditmaal breken we een lans voor een relatief jong buitenbeentje: … Collectief Decorum.

Een gezelschap dat steeds een voorstelling op poten weet te zetten met een budget van …  0 euro, want de opbrengsten gaan altijd naar het goede doel.

Een gezelschap dat 10 jaar geleden van start ging met 9 kerels met een chiroachtergrond en 3 andere enthousiastelingen. Een gezelschap dat sindsdien halsstarrig weigert een formele structuur uit te bouwen. Geen voorzitter, secretaris of penningmeester, het woord collectief in de naam staat er niet voor niets.

Een gezelschap dat het niet moet hebben van dijenkletsers of artie-fartie-toneel, wel van stukken met een maatschappelijke relevantie of die mensen laten nadenken. Geen indrukwekkende decorwissels of special effects, wel tonnen engagement en spelplezier, op smaak gebracht met een snuifje cultureel anarchisme.

In het verleden kregen stukken als De Vrek, Zustergebroed en Lysistrata dit sausje over zich heen. Voor hun laatste voorstelling waagde bezieler Dirk zich voor het eerst aan een eigen tekst: Amandine.

Vergelijkingen lopen vaak spaak, maar Collectief Decorum is toch een beetje onze eigenste “Internationale Nieuwe Scène”. …  Dirk, wanneer waag jij je aan Mistero Buffo van Dario Fo?

De culturele nominatie krijgen ze vandaag voor Journey’s End, een stuk waarmee ze 10 jaar geleden debuteerden en dat ze in maart hernamen met een groot deel van de originele cast.

De oude schrijnwerkerij van Meubels De Sutter, gebouwd in 1918 (!), werd omgetoverd tot een kazemat uit de Eerste Wereldoorlog. De Engelse soldaten wachten daar in angst en onzekerheid het grote Duitse offensief af. Op 21 maart 1918 deed het Duitse leger immers nog een ultieme poging om de kansen te keren.

Normaal zijn de vertoningen van Collectief Decorum in november, voor dit stuk kozen ze er voor om de opvoeringen te laten doorgaan dag op dag honderd jaar na de feiten.

Het stuk van R. C. Sherriff verhaalt, door de kracht van dialoog, de gruwel, de spanning, maar ook de menselijkheid en de humor in de loopgraven in het laatste jaar van de Eerste Wereldoorlog.  Met Journey’s End schreef Sherriff zijn eigen ervaringen in de loopgraven van zich af, het stuk is inmiddels 90 jaar oud. Toch bewijzen een mooie verfilming uit 2017 en de sterke interpretatie door Collectief Decorum dat het stuk nog niets van haar kracht verloren heeft.  

De boodschap blijft actueel: het zijn niet de aanstokers en de hoge piefen die lijden onder het oorlogsgeweld, het zijn de kleine garnalen, zoals Hardy, Osborne en Stanhope toen in Flanders Fields. Nu heten ze Labiba, Azmi en Ahmad. Mosul of Raqqah zijn het Ieper van vandaag.


De opbrengsten van dit toneelstuk waren ten voordele van Finado, die deze voorstellingen tot ver buiten Berlare bekend maakte. In een schooltje in Addis Abeba hangt er nu een bordje “met dank aan Collectief Decorum”.

Collectief Decorum, ook wij danken jullie voor jullie cultureel en maatschappelijk engagement.

Mag ik vragen aan schepen An Van Driesche om de culturele nominatie te overhandigen.

Geplaatst in Berlare | Tags: , | Een reactie plaatsen

Een luchtmacht heeft vliegtuigen nodig, maar …

first_f-35_headed_for_usaf_service

Lockheed Martin F-35 Lightning (bron: Wikipedia)

 

Het stond in de sterren geschreven. De F-35 gaat de F-16 vervangen. En dat is geen goede zaak. Een ultiem voorstel van de Fransen om voor hun Rafale te kiezen werd van tafel geveegd. De Eurofighter, een andere Europese optie, verloor ook het pleit. De F-35 scoorde blijkbaar beter op vlak van economische compensaties en kwaliteit. Ahum …

Toen de Belgische F-16’s, die boven Syrië en Irak de Islamitische Staat bestreden, vorig jaar naar ons land terugkeerden, maakte Fred Vansina, de chef van de luchtmacht, van die gelegenheid gebruik om duidelijk te maken dat die F-16’s dringend aan vervanging toe zijn:

[…] als je in zo’n omgeving wil overleven, dan heb je serieuze elektronische oorlogsvoeringscapaciteit nodig. Zowel verdedigend als aanvallend.

Hij heeft gelijk, maar het is wel kortzichtig om deze analyse te beperken tot de F-35.

Waar is de tijd dat de aankoop van legervliegtuigen het land in rep en roer zetten? In 1979 was het miljardencontract voor de F-16’s goed voor heel wat heisa. Nu lijken deze vliegtuigen bijna geruisloos vervangen te worden. In haar bijdrage in Samenleving en Politiek trekt Melissa Depraetere een opvallende parallel tussen beide dossiers en toont ze aan dat de regering 43 jaar later weinig geleerd heeft uit de aankoop van de F-16’s.

Intussen werd de aankoopprocedure door minister van Defensie Steven Vandeput (N-VA) opgestart. Ons land is van plan om voor 3,6 miljard euro vliegtuigen te kopen. Daarmee wil de regering tonen dat ze een betrouwbare partner blijven van het NAVO-bondgenootschapDe aankoop zal duren tot 2030 en alle kosten worden geraamd op 15 miljard dollar.  Het aankoopscontract wordt binnenkort ondertekend.

Wat waren de alternatieven?

In den beginne kwamen 5 toestellen in aanmerking: de F/A-18F Super Hornet van Boeing, de F-35 Lightning II van Lockheed Martin, de Rafale F3R van het Franse Dassault, de Zweedse JAS 39 Gripen van Saab en deEurofighter Typhoon van BAE Systems.
En toen waren ze nog met 2. Slechts 2 fabrikanten dienden voor de deadline een voorstel in: de Amerikaanse F-35 van Lockheed Martin en de Britse Eurofighter Typhoon (Airbus). Het Franse Dassault, met de Rafale, probeerde nog iets te forceren via politieke weg: een samenwerking tussen de regeringen van beide landen. De Franse regering beloofde 20 miljard aan compensaties wat overeen komt met 100 procent van de aankoopprijs en meer dan 5.000 jobs. Maar minister van Steven Vandeput (N-VA) zag dit niet zitten. 
saab_jas_39_gripen_at_kaivopuisto_air_show2c_june_2017_28altered29_copy

Saab Gripen (bron: Wikipedia)

 

De bouwers van de Saab Gripen en de F-18 Super Hornet haakten eerder af. vandeput

Saab gooide de handdoek omdat de Zweedse regering principiële bezwaren maakte tegen de verplichting in het lastenboek voor de nucleaire optie. De Zweden willen niet dat hun toestellen gebruikt zouden worden om kernwapens af te vuren. 
Boeing wilde geen voorstel indienen omdat ze vonden dat het lastenboek op maat van de F-35 opgesteld werd. 
De druk was inderdaad zeer groot om in te stappen in het omstreden project F-35. Zeker de Nederlandse luchtmacht drong aan om voor dat type te kiezen omdat ze zelf reeds verregaande engagementen gemaakt hadden. Zo hoopten ze deze investering te kunnen delen. Onze minister had wel oren naar deze vorm van samenwerking.
Anderzijds kozen we enkele jaren geleden voor de Fyra (de beruchte treinstellen) omdat Nederland ook die keuze gemaakt had.
Dat een pak andere Europese landen toch een ander toestel kiest, maakt op de minister geen indruk.

Een onverstandige keuze

Dit vliegtuig zorgt voor terechte controverse, omwille van de astronomische aankoopprijs, de complexiteit van het onderhoud, de discutabele economische return, maar vooral omdat dit vliegtuig zich nog niet bewezen heeft: het is nog steeds in ontwikkeling.

Het argument dat de F-35 het meest performante toestel uit de reeks was, is uiterst discutabel omdat het toestel zijn deugdelijk nog niet bewezen heeft. Voorlopig stijgt de prijs buitensporig en vallen de prestaties van de F-35 flink tegen. In gesimuleerde luchtgevechten won de “antieke” F-16 het van de F-35.

Alle F-35’s werden lange tijd aan de grond gehouden na de crash van een toestel afgelopen september. Daarnaast is er de beruchte lijst van 966 technische problemen.  De mankementen zijn enorm, niet alleen de technische snufjes, er zijn ook nog diverse structurele fouten recht te zetten.

In 2017 legde het Britse parlement hun rapport voor over de F-35: het was vernietigend. Een recent Pentagon-rapport spreekt over “276 deficiencies and counting, unfit for combat operations“.

Canada besliste reeds een tijd terug om hun contract tot aankoop van F35’s te annuleren en zelfs het Pentagon hield de aankoop van de F-35’s een tijdlang af.

Walter De Smedt, gewezen raadslid van Comité I en Comité P, maakt in Apache de volgende vergelijking:

Wanneer we een stofzuiger kopen, raadplegen we het internet voor de beste koop en lezen we commentaren van gebruikers. Voor een investering van 15 miljard hoeft dat niet, of toch?

Eén van dé verkoopargumenten van het vliegtuig is haar stealth-capaciteit, maar die is reeds achterhaald, want Rusland en China hebben intussen de technologie om het toestel zichtbaar op de radar te krijgen.

De F-35 is een toestel dat  verschillende dingen moet kunnen, maar daardoor in niets echt uitmuntend is.

De belangrijkste, maar onuitgesproken, reden om voor de F-35 te kiezen is dat dit het enige vliegtuig is dat de B61-kernbommen van Kleine-Brogel kan dragen. Dit werd reeds in 1960 overeengekomen in het geheime Pine Cone-verdrag tussen de Verenigde Staten en België. In de afgelopen jaren kregen deze bommen een heuse upgrade, dus die zijn we de komende jaren niet kwijt.

Saab moest zich terug trekken omdat hun vliegtuigen geen nucleaire wapens kunnen (en mogen) dragen. Moeten onze gevechtsvliegtuigen echt atoombommen kunnen dragen? Natuurlijk niet!

b-61_bomb

B61 kernbom (bron: Wikipedia)

Op geo-politiek vlak is de keuze voor de F-35 onverstandig: de verkiezing van Trump toont aan dat een volwaardige Europese defensie, met een volwaardige Europese defensie-industrie, geen luxe is.

En misschien het belangrijkste: is deze aankoop wel nodig? In Europa is er al een overcapaciteit aan gevechtsvliegtuigen, zo’n 2.300 ten opzichte van 1.000 stuks in Rusland.

Compensaties en gesjacher

De economische compensaties en lokale werkgelegenheid spelen altijd een rol bij de beslissing van de aankoop. Zo liet BAE Systems (Airbus) weten dat ze twee fabrieken in België zou openen en voor 1.800 jobs én een beveiliging van alle kritische telecommunicatie zou zorgen als ons land voor de Eurofighter Typhoon kiest. Lockheed Martin (F35) bleef niet achter met beloftes en het Franse Dassault (Rafale) schakelde zelfs haar regering om met compensaties te zwaaien. Frankrijk wilde 4 miljard euro investeren in België als we de Franse gevechtsvliegtuigen zouden kopen. Ondanks het feit dat het Franse toestel “combat-proven” is in Afrika en het Midden-Oosten, is het geen verkoopssucces: naast Frankrijk vliegen enkel Egypte, Indië en Qatar met de Rafale.

Compensaties bleven niet beperkt tot militaire technologie. Saab zwaaide zelfs met de connectie met het machtige Electrolux. De productie van huishoudelektronica in ruil voor een pak straaljagers.

Er is minder nodig om de geest van Agusta te laten rondwaren. Agusta was het schandaal waarbij de aankoop van legerhelikopters resulteerde in een groot omkoopschandaal waarbij verschillende ministers moesten aftreden.

Tijd voor een Belgische lobby-register, zoals dat reeds bestaat bij de Europese Commissie.

‘Bij de Commissie kun je je als bedrijf gewoon registreren, als je lobbywerk wilt doen. Je geeft aan in welke domeinen je actief bent en zij houden je zelf op de hoogte.’

In de Standaard van september 2017 lezen we:

Alle pogingen om partijdigheid uit te bannen ten spijt, blijft geregeld het gerucht opduiken dat de hele procedure zo is opgesteld dat alleen de F-35 kan winnen. Vorige week opnieuw, toen Rafale uit de procedure stapte. Het bleek op niets gebaseerd, maar bij Vandeput kookte het potje over. ‘Dat kwam verdorie van een blogger die niet het minste bewijs kon voorleggen. Ik ben dat beu.”

De beste koop?

f35Bij verschillende kenners was er een voorkeur voor de Saab Gripen, wegens de beste ROI (“goedkoop” en flexibel) en het makkelijke en goedkope onderhoud.

Over het onderhoud van de F-35 wordt wijselijk gezwegen, dat is immers uiterst complex en duur.

Terwijl er miljarden uitgetrokken worden voor deze vliegtuigen, kan Defensie haar reddingshelikopters zelfs niet in de lucht houden. Helikopters die dagelijks hun nut bewijzen en een pak levens redden, terwijl de straaljagers in de nabije en verre toekomst weinig directe meerwaarde zullen bieden.

De F-35 is budgettair  een zéér harde noot om kraken. De aankoopprijs voor 34 toestellen is geraamd op 3,6 miljard, maar de totale kost,  volgens optimistische schattingen zou oplopen tot 15 miljard voor ondermeer onderhoud en onderdelen.

De kost van deze aankoop hypothekeert alle andere toekomstplannen van ons leger. Als we deze aankoop verder afwegen aan andere maatschappelijke uitdagingen, zoals de armoede in ons land en de wereld, wordt dit dossier wel zeer cynisch. Ook voor Edi Clijsters zijn deze vliegtuigen geen optie in het licht van de besparingen:

Voor 5,1 miljard kunnen meer dan 1.300 sociale woningen worden gebouwd, of 12 rusthuizen, of 75 windturbines, of 47 basisscholen. Er kan 5,5 miljoen km fietspad worden aangelegd, of meer dan 37.000 hectaren bos; of er kan twee miljoen km² Amazone-woud worden beschermd. Met 5,1 miljard kan je voor bijna 300.000 vierpersoonsgezinnen een heel jaar groene stroom betalen, of een jaar kinderopvang voor zowat 37 000 kinderen, of 290.000 studiebeurzen voor hoger onderwijs.

De toekomst

Vraag blijft of de F35 de prioriteit is voor onze defensie? Die gaat uit van een hypothetische, voorlopig onbestaande, dreiging, terwijl andere defensietaken, die daadwerkelijk onze veiligheid beschermen, schromelijk verwaarloosd worden, zoals onze militaire inlichtingendienst.

Fred Vansina heeft gelijk als hij zegt dat we elektronische oorlogsvoeringscapaciteit nodig hebben, maar niet in de vorm van kwetsbare, dure en bij aankoop reeds verouderde jachtvliegtuigen.

Wel technologie die past bij dit tijdsgewricht: Drones!

European UCAV MALE (bron: wikipedia)

Van onbemande jachtvliegtuigen tot zogenaamde “drone swarms” (kleine, supersnelle en vooral goedkope drones), die het kunnen opnemen tegen elke bemand jachtvliegtuig. Technologie die steeds meer beschikbaar komt én waar we als België sterk in staan. Laten we daar in investeren!

Oeps, te laat, de luchtmacht koopt Amerikaanse MQ-9B drones.

Onze defensie mist niet zozeer vliegtuigen, wel de visie om verder te kijken dan het dure, en weinig nuttige, speelgoed dat de F-35 is. 

Wie interesse heeft in uitgebreider literatuur: de website f35doorgelicht.be is een aanrader.

 



 

 

Geplaatst in Internationaal, Nieuws, visie | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Wat als … het schepencollege op de speelplaats gevormd werd

Gehoord op de speelplaats:

“Mag ik opnieuw meespelen met jullie groep?”

“Nee, jij hebt al veel te lang mogen meespelen, het is nu tijd voor andere kindjes.”

“Maar … ik wil bij jullie zijn. Jullie zijn zo cool. Mag ik echt niet bij jullie rondhangen? Je mag al mijn knikkers hebben.”
“Nee, we hebben al je knikkers al gekregen, ga met de andere groep spelen.”

“Maar, die zijn niet leuk, die mogen niets doen van de juffrouw en ze moeten mij niet hebben.”

(druipt af)

***

“Mijn grote broer zegt, als ik met jullie mag meespelen, dan mag jouw kleine broer met hem meespelen. OK?”

“Pfff … OK dan.”

***

“Ik wil schepen zijn.”
“Nee, ik wil schepen zijn.”
“Jij wilt altijd schepen zijn.”

***

“Jij mag meespelen, maar dan moet jij wel ontwikkelingssamenwerking zijn.”

“Maar ik wil geen ontwikkelingssamenwerking zijn.”

“Wij ook niet. Als jij geen ontwikkelingssamenwerking wilt zijn, mag je niet meespelen.”

***

“Mag mijn vriendje meedoen?”
“Nee, onze groep is vol.”
“En als ik in de eerste speeltijd meespeel en mijn vriendje in de tweede?”
“OK dan.”

Geplaatst in Zwarte madam | Tags: | Een reactie plaatsen

Waarom spionnen belangrijk zijn

Margaretha_Zelle_alias_Mata_Hari[1]

Mata Hari

100 jaar geleden werd Mata Hari in Parijs gefusilleerd. Haar echte naam was Margaretha Zelle en ze was een populaire danseres, gespecialiseerd in het oriëntaalse en sensuele werk. Ze werd gearresteerd voor het verstrekken van inlichtingen aan het Duitse leger, ter dood veroordeeld door de Fransen en werd zo een legende en iconische spionne. Ze gaf als eerste glamour aan het schimmenspel tussen de naties.

Spionnen spreken tot de verbeelding, maar vergis je niet en laat je niet misleiden door de goedgemaakte actie-series: spionage is vooral routineuze deskresearch en data-analyse. Niemand kon die verveling spannender beschrijven dan John le Carré, één van mijn favoriete auteurs.

Vorige zomer verscheen zijn voorlopig laatste roman, “A legacy of spies“. Zijn literaire spionageromans houden ons een spiegel voor over ons handelen op het internationale én op het intermenselijke toneel. Hij is, zoals John Vervoort in De Standaard schrijft, een meester in het portretteren van het menselijke tekort. Zijn werk is steeds stevig gedocumenteerd en hij kan putten uit zijn eigen carrière bij MI6. Het laatste boek van de inmiddels 85-jarige auteur wordt door velen beschouwd als een soort testament.

In 1974 schreef hij de briljante roman “Tinker, Tailor, Soldier, Spy“, waarin hoofdpersonage George Smiley, een saaie en stille ambtenaar, opmerkt:

The secret services are “the only real measure of a nation’s political health, the only real expression of its subconscious.”

JohnLeCarre_TinkerTailorSoldierSpy[1]Le Carré heeft zijn links politiek profiel nooit onder stoelen en banken gestoken en vooral in zijn laatste romans neemt hij de inmenging van Westerse regeringen en bedrijven in het zuiden sterk op de korrel. Toch is hij duidelijk in zijn oordeel: een gezonde democratie heeft nood aan een gezonde inlichtingendienst. 
Als we zijn visie toepassen op ons land, dan is onze democratie in acuut levensgevaar. Brussel is, als zetel van de EU, de NAVO en tal van andere internationale organisaties, het centrum waar alle ragen van het spionageweb samen komen. Het blijft daarom vreemd waarom Brussel niet vaker in spionageverhalen van Le Carré opduikt. 

edward_snowden-2

Edward Snowden (bron: wikipedia.org)

Dankzij Edward Snowden, een voormalige medewerker van de Amerikaanse inlichtingendienst NSA, weten we sinds 2013 dat de Amerikaanse NSA en de Britse GCHQ hun bondgenoten, waaronder België, bespioneerden. Zo werd ondermeer Belgacom door hen gehackt. Waarschijnlijk was dit niet voor de eerste keer, in de jaren negentig kwam immers het Echelon-netwerk boven water, een systeem waarmee alle communicatie via wereldwijde afluisterposten gemonitord wordt.

 

Minder spectaculair, minder romantisch, maar stukken ingrijpender dan het beschermen van de nationale veiligheid is economische spionage. België is helaas niet wat je noemt een kampioen in het beschermen van haar strategische belangen. Volgens onderzoeker Kenneth Lasoen (UGent) zijn er derdewereldlanden met een betere bescherming dan België. Ons land lijkt wel een snoepwinkel voor buitenlandse inlichtingendiensten: veel te rapen en weinig weerwerk. Performante inlichtingendiensten zijn nooit een politieke prioriteit geweest in ons land.

België kent twee belangrijke inlichtingendiensten: enerzijds is er de Staatsveiligheid (die  onder Justitie valt) en de militaire Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid (ADIV). Adiv staat onder andere in voor de veiligheid van de militairen in het buitenland, maar speelt ook een belangrijke rol bij de bestrijding van het terrorisme door de inlichtingen, die ze internationaal weten te verzamelen. 
Op elke van beide diensten werken zo’n 600 personen. Beide diensten zetelen sinds 2006, samen met de federale politie en andere overheidsdiensten, in het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse (OCAD). Deze dienst maakt strategische analyses over de terroristische dreigingen tegen België.
Door de terreurdreiging nam de slagkracht van de inlichtingendiensten toe. In mei van vorig jaar kreeg de wet op de bijzondere inlichtingenmethoden (zoals telefoons afluisteren of mensen schaduwen) een update.  Agenten kunnen vanaf dan ook fictieve identiteiten gebruiken tijdens hun werk. De krant de Standaard maakte een mooie infographic over de gebruikte methodes. 
Toch blijft het qua middelen behelpen. Jaak Raes, topman van de Staatsveiligheid maakte volgende vergelijking:

Het opruimen van zwerfvuil in Vlaanderen kost 61 miljoen euro en dat is 20 procent meer dan het budget van de Staatsveiligheid

Om even een echte benchmark te gebruiken: het budget van de Nederlandse AIVD is bijna 5 maal groter en er werken er drie keer zoveel mensen.

zoetermeer_de_leyens_aivd_kantoor_28129

Hoofdkwartier Nederlandse inlichtingendienst AIVD in Zoetermeer. (bron: wikipedia.nl)

Tijdens de laatste gemeenteraadsverkiezingen in maart konden de Nederlanders zich ook uitspreken in een referendum over nieuwe regels voor hun inlichtingendiensten. Deze diensten krijgen daarmee de toestemming om het  internetverkeer af te tappen op zoek naar relevante informatie, de zogenaamde Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (WIV) bij de tegenstanders bekend als de “Sleepwet”. In België is dat al een jaar, zonder veel commotie, toegelaten, maar in de praktijk gebeurt er niets mee.

De militaire inlichtingendienst ADIV (Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid) kreeg toestemming om datakabels af te tappen. Zoals vaak in België, werd deze beleidsregel niet gevolgd door de nodige operationalisering. De nodig mankracht, middelen en techniek bleven uit.

Los van de discussie of deze Belgische sleepwet een goede zaak is, toont dit wel het debacle van onze inlichtingendiensten. We hebben minder middelen en mensen dan bijvoorbeeld Nederland en met die weinige middelen wordt er dan nog weinig gepresteerd.

Bij de aanpassing van de wet in mei kreeg de militaire inlichtingendienst ADIV ook meer mogelijkheden om te opereren in het buitenland. De dienst was dan ook zeer actief op het terrein tegen IS in Irak en Syrië. Sinds 2015 participeerde de dienst, samen met 20 andere landen, in Operatie “Gallant Phoenix”. Onder leiding van Amerikaanse elite-eenheden probeerden ze zoveel mogelijk informatie te vergaren aan het front, via gevonden laptops en mobiele telefoons van buitenlandse strijders. Het ging verder dan informatiegaring: de Verenigde Staten, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk wilden tevens zoveel mogelijk strijders doden tijdens die geheime operaties.

Helaas kon luitenant-generaal Eddy Testelmans, de baas van ADIV, niet lang profiteren van deze herwonnen slagkracht: hij stapte in 2017 op. Acht leidinggevenden hadden de toestand van de dienst aangeklaagd bij de minister van defensie en de opperbevelhebber van het leger. Volgens de klagers liep het volledig verkeerd bij de organisatie, het inlichtingenwerk, de communicatie en de interne en externe samenwerking. Allemaal aspecten die cruciaal zijn voor een inlichtingendienst én zeker na de conclusies van de parlementaire onderzoekscommissie naar de aanslagen van 22/3, waarin gepleit werd voor een betere samenwerking tussen de veiligheidsdiensten.

logo_sgrs

logo ADIV

Volgens Stefaan Van Hecke (Groen) sleept deze malaise al veel langer aan:

‘Het is onbegrijpelijk dat minister Vandeput de malaise bij Adiv al drie jaar sinds zijn aantreden op haar beloop laat. De audit van 2011 ligt al drie jaar op zijn bureau stof te vergaren. Ook zijn voorganger Pieter De Crem (CD&V) mag wel eens in de spiegel kijken.’

Zelfs na deze veranderingen blijft de Militaire Veiligheidsdienst, met de woorden van De Standaard, vierkant draaien. Luitenant-generaal Claude Van de Voorde, de opvolger van Testelmans, moest het Adiv omvormen tot een performante organisatie, maar
een nieuwe audit van Comité I, die De Standaard kon inkijken, is niet mals. Er is nog steeds geen sprake van visie of strategie, de organisatie en de samenwerking met andere diensten blijven mank lopen en de infrastructuur blijft in gebreke. De oorzaak blijft het diepgewortelde interne wantrouwen, de verschillende directies blijven elkaar tegenwerken. Een dringende hertimmering van het leidinggevende kader dringt zich op, maar minister Vandeput durft geen doortastende maatregelen te nemen. Dit zijn niet de enige issues die opduiken over de inlichtingendiensten. Er is duidelijk niet alleen een probleem van middelen: er is een duidelijk gebrek aan visie, strategie en beleid.

Vergaat het de Staatsveiligheid voorlopig beter? Helaas …

Vorig jaar hekelde Louis Tobback nog de rol van de Staatsveiligheid tijdens het onderzoek naar de Bende van Nijvel. De Veiligheid van de Staat hoort volgens hem thuis onder Binnenlandse Zaken, en niet onder Justitie zoals dat nu het geval is.  Daardoor is de dienst, volgens hem, nog steeds een staat in de staat. Dit tot ongenoegen van de medewerkers van de dienst, die verwijzen dat er in de laatste decennia veel veranderde, door ondermeer de oprichting van Comité I.

De toezichthouder Comité I, toch een belangrijk orgaan in onze democratie,  moest door besparingen verschillende onderzoeken stopzetten. In theorie moeten de inlichtingendiensten, voor ze iemands privacy schenden, goedkeuring krijgen van een commissie met magistraten. Dit wordt achteraf ook gecontroleerd door Comité I, maar die heeft op dit moment te weinig middelen om die taak op te nemen.

De samenwerking tussen de verschillende inlichtingen- én politiediensten verloopt verre van vlot. Eind 2017 kwam bijvoorbeeld aan het licht dat de Federale politie terreurdossiers achterhield voor de Staatsveiligheid. Na de aanslagen van 22 maart in Zaventem en Brussel kon ze maandenlang de terreurdossiers van de Brusselse federale politie niet inkijken.

Na de aanslagen in Brussel in 22 maart 2016 onderzocht UGent-veiligheidsexpert Kenneth Lasoen als eerste de werking van onze veiligheidsdiensten. Zijn conclusies werden een jaar later gepubliceerd en daarin pleit hij voor een betere politieke sturing en een dynamisch veiligheidsplan.

Hij baseerde zijn uniek onderzoek op de verslagen van het Comité I, parlementaire vragen en antwoorden, het Franse verslag naar de aanslagen in Parijs, contacten met insiders van de diensten en ook met buitenlandse inlichtingen- en dreigingsanalyse-experts van o.a. de CIA, de Amerikaanse National Intelligence Council, de Britse geheime dienst, de Europese instellingen en de NAVO. Daarnaast maakt de studie gebruik van de gespecialiseerde literatuur inzake nationale veiligheid.

De terreurdreiging en de terugkerende Syriëstrijders zorgen voor een aanzwellende stroom aan data en die data moeten verwerkt worden door het OCAD. Helaas ontbeert ook dit orgaan aan middelen om dit ook effectief uit te voeren.

Dit gebrek aan analysekracht wordt nog versterkt door tegenwerking, non-communicatie en territoriumdrift tussen de verschillende diensten en afdelingen. Opeenvolgende regeringen hebben nagelaten daar werk van te maken.

De politieke desinteresse voor onze inlichtingendiensten zorgt voor een structureel en strategisch probleem. Intussen zijn er wel enkele kleine stappen in de goede richting gezet.

Lasoen pleit voor een allesomvattend veiligheidsplan dat continu aanpasbaar is en waar het publiek bij betrokken wordt.

De Commissie 22/3 kwam ook tot die bevindingen: er moet een betere informatiedoorstroming komen én een performantere Staatsveiligheid. In hetzelfde rapport wordt ook ingegaan op de gemiste kansen bij informatiegaring.

Zo moeten er dringend mensen bijkomen die vreemde talen, zoals Arabisch, Turks, Farsi, Chinees of Russisch, machtig zijn.

De Veiligheid van de Staat moet dus vooral inzetten op het verder ontwikkelen en optimaliseren van human intelligence.

Beter afspraken met Justitie is ook dringend: gerechtelijke onderzoeken naar misdaden doorkruisen vaak een moeizaam opgebouwde intelligence operatie. Daarvoor komen op het niveau van de hoven van beroep een Intelligence Fusion Cell.

Naar aanleiding van de onderzoekscommissie naar de aanslagen van 22 maart, gingen stemmen op om te komen tot een samensmelting tussen Staatsveiligheid en Adiv. Dit is een stap te ver, er moet wel een gemeenschappelijke strategische sturing van de beide inlichtingendiensten bestaan en er dringt zich ook een duidelijke taakverdeling op: laat de Staatsveiligheid zich concentreren op de binnenlandse veiligheid en ADIV zich concentreren op het buitenland.

Tijd, dus dat inlichtingendiensten niet langer enkel het speelgoed zijn ter rechterzijde, maar dat ook progressieve stemmen meedenken om van onze Staatsveiligheid en ADIV slagkrachtige organisaties te maken. Tijd dat we als samenleving investeren in het beschermen van onze veiligheid, onze democratie, onze verworvenheden en onze strategische kennis. Als eerste stap lijkt een volwaardig publiek debat over de visie en de doelstellingen van onze inlichtingendiensten op zijn plaats. Alles vertrekt van een coherente visie of met de woorden van John le Carré: een gezonde democratie heeft nood aan een gezonde inlichtingendienst.

Geplaatst in Informatiemanagement, Internationaal, visie | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

De fetisj van de onrechtvaardige belastingen

boy in brown hoodie carrying red backpack while walking on dirt road near tall trees

Foto door Pixabay op Pexels.com

Niemand geeft graag zomaar geld uit, je wilt er iets voor in de plaats. Zo ook met belastingen, daarmee betaal je diensten die gratis of betaalbaar aangeboden worden door de overheid of gesubsidieerde organisaties.

Willen we Amerikaanse toestanden, waarbij een bibliotheek enkel op giften leeft of waarbij je door de privatisering van de zorg, soms naar de andere kant van het land moet voor een behandeling?

Waarom betalen we belastingen?

Belastingen zijn geen pesterij van de overheid, nee, ze hebben een belangrijke rol in onze maatschappij. We kunnen die rol opsplitsen in een budgettaire en een instrumentele functie. Vooral de budgettaire functie is belangrijk, deze functie voorziet de middelen voor het functioneren van de voorzieningen zoals de wegen, het onderwijs, de sociale zekerheid, …

Belastingen hebben ook een instrumentele functie: zoals het herverdelen van de inkomsten, het veranderen van gedrag (bijv. accijnzen op tabak) en het beïnvloeden van het economisch beleid (bijv. invoerheffingen).

Wat zijn eerlijke belastingen?

Vorig jaar schreef Ferdi De Ville een opiniebijdrage over fiscale rechtvaardigheid. Het is immers de wens van ieder weldenkend wezen dat belastingen op een eerlijke manier geïnd worden, dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen.

multinationals-crop-c0-5__0-5-860x367

Kruidenierspact van John Crombez

Te vaak wordt fiscale rechtvaardigheid gefnuikt met het argument dat wanneer grote bedrijven en rijke personen belastingen moeten betalen op hun werkelijke rijkdom, dat ze zouden verkassen naar landen met lagere belastingen. Toch ontwijken de superrijken, ook zonder vermogensbelasting, massaal belastingen. Daardoor moeten de kleine vermogens, wij dus, méér belastingen betalen. Gelukkig brengen onderzoeksjournalistiek en lekken (LuxLeaks, Panamapapers, …) steeds meer van dit onrecht naar boven.

panama-papers

bron: wikipedia.org

Sindsdien probeert CD&V zich in de huidige rechtse regering te profileren als de witte ridder, die strijdt voor een vermogensbelasting. Vorige zomer haalde ze haar slag thuis met een minimale belasting op de effectenrekening. Die belasting blijkt nu al een lachertje: makkelijk te omzeilen en te compenseren door fiscale spitstechnologie.

De oplossing ligt in een Europese aanpak, maar de huidige Belgische regering ziet dat niet zo goed zitten: onze belastingen op grote vermogens ligt hier immers lager dan in de buurlanden en daardoor trekken we meer aan dan dat we zien vertrekken.

Maar zoals Ferdi De Ville zegt:

Fiscale concurrentie is dus het onrechtvaardige resultaat van schijnsoevereiniteit: vele kleine lidstaten denken sluw de inkomsten te kunnen verhogen, maar aan het einde zijn alle begrotingen slechter af.

In Berlare …

23082584562_6411da60ae_b
Suffrage campaigning: Is A Woman A Person? The Law says yes when she has to pay taxes 1911-1917 (LSE Library)

Die onrechtvaardigheid zie je ook op lokaal niveau, ook bij ons in Berlare.

Daarom eerst even een overzicht van de gemeentelijke inkomsten. De Tijd deed een onderzoek naar de geldstromen van de Vlaamse gemeenten, dus ook van Berlare.

De inkomsten van gemeenten komen uit vier bronnen: de aanvullende personenbelasting, de opcentiemen op de onroerende voorheffing op basis van vastgoed, lokale taksen en vergoedingen voor diensten (zoals vuilniszakken en boetes in de bibliotheek) en subsidies van de Vlaamse overheid zoals het gemeentefonds.

25188584_10208363669528182_1626319699_n

Molens in Overmere (foto:  Free Van Hee)

De gemeente haalt ongeveer 625 euro per inwoner op aan belastingen, taksen, onroerende voorheffing,… , dat is € 10 minder dan het gemiddelde in soortgelijke gemeenten. Berlare ontvangt verder zo’n 194 euro per inwoner uit het gemeentefonds van de Vlaamse overheid.

Berlare int de aanvullende personenbelasting niet zelf, die wordt opgehaald samen met de jaarlijkse personenbelasting. De aanvullende personenbelasting is het percentage dat de gemeente jaarlijks bovenop de inkomstenbelasting int. De gemeente stelt deze percentages jaarlijks zelf vast tussen de 0 en 9 procent. De personenbelasting in Berlare ligt op 7%, gemiddeld zo’n 682 euro per inwoner (Vlaanderen: 7,4%)

marinus_van_reymerswale_-_the_tax_collector_-_wga19329

Belastingontvangers in de 16e eeuw door Marinus van Reymerswale (bron: wikipedia.be)

De onroerende voorheffing wordt geïnd door de Vlaamse overheid, maar provincies en gemeenten kunnen op dat bedrag opcentiemen vragen. Die opcentiemen liggen een pak hoger dan het basisbedrag. Tot 2018 hefte Berlare 1100 opcentiemen (Vlaams gemiddelde: 1440) op de onroerende voorheffing, dat wil zeggen dat de gemeente 11 euro vraagt voor elke euro die de Vlaamse overheid krijgt. Hoeveel de voorheffing precies bedraagt hangt dus af van het kadastraal inkomen van uw woning en de hoogte van de opcentiemen in de gemeente. Gemiddeld haalt Berlare hiermee zo’n 200 euro per inwoner op. Berlare kent de laagste onroerende voorheffing in de wijde omgeving. In 2007 besloot het kersverse VLD-bestuur zelfs om de onroerende voorheffing met 1% te verlagen.

Door de verschuiving van deze taken van de provincies naar de Vlaamse Overheid stijgt de Vlaamse basisheffing onroerende voorheffing van 2,5% naar 3,97%. Om deze stijging te neutraliseren voor de gemeenten, die opcentiemen op de Vlaamse basisbelasting heffen, moeten de gemeenten hun tarief d.m.v. een omrekeningscoëfficiënt laten dalen. Om de opbrengsten uit de onroerende voorheffing voor de gemeenten gelijk te houden, moesten de gemeentelijke opcentiemen gedeeld worden door dezelfde factor als waarmee de gewestelijke opcentiemen verhoogd werden. Door deze omrekening werden de opcentiemen op onroerende voorheffing (OOV) voor Berlare verlaagd van 1100 naar 690. Helaas zullen we deze verlaging niet voelen in onze portemonnee omdat dit een compensatie is voor de stijging van de Vlaamse basisheffing.

tax_payment_to_a_lord_-_bnf_fr9608_f11v

Betaling van belastinggeld aan koning Karel V van Frankrijk in de 14e eeuw, toegeschreven aan Maître d’Anne de Bretagne (Bron: wikipedia.be)

De lage opcentiemen zorgen voor de vele dure vastgoedprojecten in onze gemeente en zijn mede verantwoordelijk dat we stilaan een zeer dure gemeente worden om in te wonen.

Naast de aanvullende inkomensbelasting en de opcentiemen int de gemeente ook een algemene gemeentebelasting (één van de lokale taksen) van 55 euro per gezin. Dit is een “flat tax”: zowel grote gezinnen, alleenstaanden, arm of rijk, ze betalen allemaal hetzelfde bedrag, behalve leefloners, die betalen “slechts” 40 euro.

Deze belasting is in 2007 in het leven geroepen als opvolger van de huisvuilbelasting en dient nu vooral om de zogenaamde “algemene uitgaven” te dekken.

20060513_toolbox

Belastingen zijn een instrument, geen doel. (bron: Wikipedia.be)

Deze taks is fundamenteel oneerlijk is én niet efficiënt, want hiervoor moet de gemeente immers een hele administratie op poten zetten om deze belasting zelf te innen. En wij maar denken dat liberalen een kleinere overheid wilden. Maar, hé, waarom simpel doen als het ook moeilijk kan …

Dit is één van de trucs om zeker niet te raken aan de fetisj van de aanvullende inkomensbelastingen of de opcentiemen en niet te moeten streven naar eerlijker belastingen. Wij willen alvast die belasting afschaffen. Zeg nog eens dat een socialist voor méér belastingen is.

In Berlare hebben liberalen een obsessie met belastingen, het doel van hun bestaan. De laatste meerjarenbegroting werd gelanceerd onder de quote: “Geen belastingverhoging, een uitstekende dienstverlening én blijven investeren in patrimonium!”.  Het gemeentebestuur besloot dat de gemeentelijke personenbelasting en de onroerende voorheffing ongewijzigd blijven in Berlare.

Belastingen zijn echter geen doel van een overheid, ze zijn een noodzakelijk instrument om beleid te kunnen voeren in het voordeel van alle inwoners.

Toch lijkt efficiënte belastingen geen taboe voor de Berlaarse liberalen, zoals een artikel op hun webstite bewijst: “Efficiënte inning Vlaamse belastingen levert 310 miljoen euro op”

Zoals Paul De Grauwe terecht schreef:

bij het streven naar een volgehouden begrotingsevenwicht en nulgroei van de belastingen wordt de overheid de slaaf van haar financieel beleid in plaats dat het financieel beleid in functie staat van doelstellingen van de overheid.

Belastingen zorgen er immers voor dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen en dat we door de schaalgrootte realisaties kunnen doen, die voor individuen niet mogelijk zijn (wegen en riolen aanleggen, een school en bibliotheek uitbaten, …).

Nu betalen we misschien weinig belastingen, maar die belastingen komen absoluut niet ten goede van de belastingbetaler, die ziet het geld vooral naar studiebureaus, projectontwikkelaars en prestigieuze/pretentieuze initiatieven stromen. Intussen verdwijnen de lokale ondernemingen, stijgt de armoede sterker dan elders en worden onze rusthuizen onbetaalbaar. In Berlare dragen de zwakste schouders de voordelen van de sterksten. 

Dat willen we veranderen, zonder taboe’s. Wij willen dat iedereen bijdraagt tot het welzijn van iedereen, maar de sterkste schouders toch ietsje meer …

 

Geplaatst in Berlare, Lokaal beleid, visie | Tags: , | Een reactie plaatsen

Hoe het socialistisch internationalisme het internet creëerde

paul_otlet_c3a0_son_bureauVandaag zou Paul Otlet 150 jaar geworden zijn. Helaas kennen weinig Belgen deze landgenoot, die door Google, Tim Berners-Lee en anderen beschouwd wordt als één van de grootouders van het internet.

Ik schreef voor Apache het volgende artikel:

Hoe het socialistisch internationalisme het internet creëerde

In juli 1945 beschreef Vannevar Bush in zijn essay “As We May Think” de werking van een hypothetische machine: de Memex. Dit was een hypertext-achtig apparaat dat in staat zou zijn om grote hoeveelheden documenten, opgeslagen op microfilm, te doorploegen via een netwerk van “koppelingen”. Dit wordt door velen beschouwd als het eerste prototype van het World Wide Web. Hypertext-pioniers, zoals Tim Berners-Lee, erkennen grootmoedig de invloed van de Memex op hun werk.

Vannevar Bush mocht dan wel de vader zijn van het www, de grootvader van het internet is een Belg.

Zijn Memex is schatplichtig aan het werk van Paul Otlet, die een droom koesterde om alle kennis in de wereld met iedereen te delen. Terwijl de Memex zich beperkte tot wat er in de machine zat, ging Paul Otlet een stap verder, zijn systeem bestond uit een wereldwijd netwerk. Hij voorspelde draadloze netwerken, spraakherkenning en sociale media reeds tijdens het Interbellum.

Je kan de rest lezen op Apache.be.

 

Geplaatst in Geschiedenis, Informatiemanagement, Internationaal, Media | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Armoede in Berlare: t!jd voor bele!d

In Vlaanderen en in de gemeenten is er niet veel cijfermateriaal beschikbaar over de evolutie van armoede. De belangrijkste cijfers komen van Kind en Gezin,  dat jaar na jaar gaat meten in alle gezinnen waar een kind is geboren.

Naast een hetze met minister Homans zorgden de recente cijfers van Kind en Gezin over kansarme gezinnen voor een keiharde opdoffer voor maatschappelijk betrokken inwoners van de Gemeente Berlare. Onze gemeente steeg op 10 jaar tijd op de kansarmoedeindex van 1,8% naar 12,9%. Dit is een schandvlek op onze gemeente.

Kansarmoede is een gebrek aan kansen

Juist voor de kerstdagen formuleerde de onderzoeksgroep OASeS van de Universiteit van Antwerpen in haar jaarboek armoede acht aanbevelingen voor een krachtig lokaal sociaal beleid. Uiteraard was dat in het licht van de verkiezingen van 14 oktober waarbij het lokaal sociaal beleid een belangrijk thema zal worden door de inkanteling van het OCMW in het gemeentebestuur.

Maar wat is (kans)armoede? De onderzoeksgroep geeft een volledige, maar complexe definitie:

ua-tijdsociaalbeleidvp[1].jpg

Jaarboek OASeS

We definiëren armoede als een kluwen van uitsluitingen op diverse domeinen van het individuele en collectieve bestaan. De multi-aspectualiteit van armoede staat dus centraal. Omwille van diverse uitsluitingsmechanismen ontstaat er een kloof tussen mensen in armoede en het leiden van een menswaardig bestaan. Deze kloof wordt ge(re)produceerd door de bestaande maatschappelijke verhoudingen. Zij verhinderen op basis van diverse uitsluitingsmechanismen de toegang tot een menswaardig bestaan.

Generatiearmen, eenoudergezinnen, werklozen, mensen die arbeidsongeschiktheid zijn, … behoren allemaal tot risicogroepen met verhoogde kans op armoede. Wie in armoede leeft, krijgt vroeg of laat te maken met sociale uitsluiting in onderwijs, cultuur en vrije tijd, huisvesting, gezondheid, arbeid en inkomen. Armoede vergroot de ongelijkheid.

Een pak mensen in Vlaanderen én in onze gemeente hebben geen behoorlijke huisvesting, geen toegankelijke gezondheidszorg, geen culturele en maatschappelijke ontplooiing, …

Volgens de EU-SILC enquête 2016 is het relatieve armoederisico in Vlaanderen 10,5% (voor België is dat 15,5%).  Kind en Gezin berekent dan de kinderarmoede in de Vlaamse gemeenten. In steden zoals Antwerpen, Maasmechelen, Nieuwpoort, Genk, Blankenberge, Boom en Oostende torent die uit boven de 27%.

Voor de toekomst ziet het er niet zo goed uit, want volgens het Europees Comité voor Systeemrisico’s (ESRB) lopen de schulden van de Belgische huishoudens te snel op, vooral door de steeds hogere hypothecaire leningen. De schuldenindustrie vergroot het armoedeprobleem enorm.

Armoede rond de Donk: laissez fairelaissez passer

people-peoples-homeless-male.jpg

Bron: Pexels

Vorig jaar beschreven we de toestand in Berlare en kloegen we de zeer sterk stijgende trend aan in onze gemeente. Intussen is die reeds opgelopen in 2017 tot 12,9% (van 1,8% in 2007). Hiermee hebben we het Vlaamse gemiddelde quasi ingehaald. Dit staat waarschijnlijk deels in relatie met de werkloosheid die in onze gemeente stijgt, in tegenstelling tot de rest van Vlaanderen. Niet verwonderlijk dat ook 13,0% van de kinderen met leerachterstand kampt -dat is hoger dan het Vlaamse gemiddelde- en 12% van de inwoners heeft problemen om de facturen te betalen.

Dit staat in schril contrast met het vreugdedansje over het aantal leefloners dat in onze gemeente blijft dalen. Toch wel een vreemde paradox …

De afspraken voor het toekennen van een leefloon varieert dan ook van gemeente tot gemeente. In het jaarverslag van OASeS staat dat best wel veel  mensen, geen leefloon krijgen terwijl ze er wel recht op hebben.

Toch blijven krachtige maatregelen uit. Onze gemeente telt al ettelijke jaren een “vakwerkgroep armoede”, maar tot frustratie van verschillende deelnemers moeten we het eerste echte beleidsvoorstel nog lezen.

Ondanks dat de gemeente verschillende hefbomen in handen heeft om tot een daadwerkelijk armoedebeleid te komen, wordt te vaak met de voet op de rem gestuurd. Denken we maar aan het langdurige getalm bij het optrekken van de mantelzorgpremie, de onnodige complexiteit bij de tegemoetkoming bij een BuzzyPas, de wonderbaarlijke vermenigvuldiging van de premies voor ouders met een gehandicapt kind in het laatste jaar voor de verkiezingen en vooral het uitblijven van een concrete visie voor personen in kansarmoede. Nochtans hebben we een schepen die expliciet bevoegd is voor Armoedebestrijding, je zou dus denken dat een even expliciet beleid het gevolg is van deze bevoegdheid…

Het is een publiek geheim dat in veel (kleine) gemeenten het sociaal beleid bewust niet transparant is om schepenen hun dienstbetoon (lees: kiezers aan zich binden) niet in de weg te staan. Met deze nota geven we, geïnspireerd door gesprekken met betrokkenen, alvast wat inspiratie voor een volwaardige armoedebestrijding in onze gemeente.

Kansarmen willen in de eerste plaats waardigheid

Een jaar geleden kwam de Voedselbank (niet te verwarren met de Voedselteams) van Mechelen in het nieuws omdat de vrijwilligers ontgoocheld waren. De armen die langs kwamen voor een voedselpakket bleken kieskeurig en waren weinig dankbaar.

Onmiddellijk kwam er uit diverse hoek reactie op deze stigmatisering van kansarmen. Vooral de column van Marc Reynebeau mocht er zijn. Zonder afbreuk te doen aan de verdienste en de inzet van deze vrijwilligers, de kritiek op hun houding was terecht. Bert D’hondt van Welzijnszorg reageerde als volgt:

Mensen in armoede dienen niet om onze overschotten weg te werken

bfvb-logo

Er zijn al initiatieven waar men de mensen zoals in een winkel zelf een bepaald aantal voedingsproducten zelf  laat kiezen, wat mensen dan ook meer in hun waarde laat door zelf te kunnen kiezen.Dus misschien gewoon een andere aanpak.Toch blijven de Voedselbanken belangrijk, want ze kennen in deze tijden een recordopkomst. Meer nog, de Voedselbanken kenden vorig jaar de grootste stijging op sinds hun oprichting. De klanten van de Voedselbanken zijn werklozen, personen met een klein pensioen en alleenstaande ouders. Het publiek wordt ook aanzienlijk jonger.

Er heerst nog steeds in grote lagen van de maatschappij de overtuiging dat armoede toch iets is wat je zelf gezocht hebt en dus moet je als arme ook onderdanig en dankbaar de liefdadigheid ondergaan. Gelukkig is dit de laatste jaren sterk aan het verschuiven en dat merk je ook aan de terminologie: de Openbare Onderstand werd het OCMW en sinds kort werd het begrip “sociaal huis” geïntroduceerd.

Helaas verandert er met een nieuwe naam niet altijd iets in de realiteit. De publieke opinie verandert zeer traag. Het is nog steeds ingebakken in die publieke opinie om de schuld van armoede bij de armen zelf te leggen en dat ze zeker niet te kieskeurig mogen zijn of een mening mogen hebben.

Zoals een cliënt van de Voedselbank het in de Standaard omschreef:

Vooraleer je er langsgaat, moet je eerst nog daar en daar een bewijs halen dat je er wel degelijk recht op hebt. Telkens krijg je een extra stempel opgedrukt. Je hebt gefaald. In je werk, als ouder, als mens. Je wordt zo klein als maar kan. En dan wordt je bij die maandelijkse passage langs de Voedselbank nog eens duidelijk gemaakt dat je een mislukkeling bent. Als je buiten aanschuift voor een pak voedsel dat te nemen of te laten is, ga je elke keer weer een klein beetje dood.

Sinds eeuwen moesten armen aan allerlei gedragsregels beantwoorden om steun te krijgen, zoals naar de kerk gaan. Doorheen de geschiedenis is de armenzorg, door overheid en kerk, nooit zonder eigenbelang geweest. Door het grootste leed te lenigen, vermeed men dat armen zouden stelen of in opstand komen. De heersende klasse had immers een immense schrik voor een volksopstand: “Classe laborieuse, classe dangereuse”.

amsab-isg_vlag_samenwerkende_maatschappij_vooruit_zinnebeeld_pensioen

Vlag van de Samenwerkende Maatschappij Vooruit van Gent uit 1924

Vanaf de tweede helft van de 19de eeuw zouden liberalen en socialisten starten met coöperatieven. Met deze winkels, bakkerijen en banken trachtte men de zelfredzaamheid van hulpbehoevenden te verbeteren. Gent was een pionier en de Vooruit is hiervan nog steeds een symbool in de stad. Al snel merkten de Gentse socialisten dat ze met deze coöperatieven ook politieke macht konden verwerven en leden aan zich binden. Hierdoor zouden de Gentse socialisten, sneller dan op andere plaatsen, hun revolutionair kleed afgooien en een brede beweging worden.

Het Steunpunt ter bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting publiceerde in januari haar tweejaarlijks rapport. Ditmaal lag het accent op de rechten van mensen in armoede en de conclusies waren hard: ze moeten zich nog te vaak tevreden stellen met tweederangsrechten.

Men dwingt arme gezinnen tot openheid, daar waar anderen hun privéleven onaantastbaar is.

Om een uitkering of een voordeel te krijgen worden mensen met een hulpvraag vaak op een vernederende manier aan een verhoor en onderzoek onderworpen.

Als mensen in armoede bijvoorbeeld voedselhulp vragen, wordt er vaak informatie gevraagd, die niet altijd in proportie staat met de hulpvraag. Er zou maar eens een profiteur kunnen tussen zitten.

Tijdens huisbezoeken staat alles in functie van controle en moeten de klanten die schending van privacy lijdzaam ondergaan. Anderzijds zijn er in onze gemeente op enkele maanden tijd verschillende mensen thuis dood aangetroffen, mensen die in alle eenzaamheid gestorven zijn. Nog zo’n paradox …

Het OCMW steekt een groot deel van de tijd in administratieve punten en komma’s en controle, tijd die ze zouden kunnen gebruiken om effectief te helpen. Ons OCMW beschikt over een klein, maar competent team, laat ze dan vooral doen waar ze goed in zijn: mensen helpen.

Het Steunpunt wil in elke gemeente een debat over het kader, de doelstellingen en de modaliteiten van een huisbezoek, in dialoog met mensen in armoede.

De Donkgemeenten hebben een groot hart

In onze gemeente zijn er gelukkig véél mensen met een groot hart en zijn er mooie initiatieven:

people-homeless-man-male.jpg

Bron: Pixels

Zo is er Suzanne, een pedicure uit Uitbergen, die samen met haar collega uit Zele kansarme senioren en diabetici voetverzorging biedt. De breiclub van het rusthuis Ter Meere breide sjaals, mutsen, poncho’s en handschoenen om uit te delen op het kerstfeest van de sociale dienst. De KWB zamelt speelgoed in voor Sinterklaas. Het Sint-Martinusfonds verkoopt warme kleding aan 1 euro, maar de grootste activiteit van deze organisatie is de maandelijkse voedselbedeling, waarbij verschillende vrijwilligers zich belangeloos inzetten. In volle vluchtelingencrisis zorgde de facebookpagina Inwoners Donkgemeenten Met Een Hart Tegen Hard voor een pak stille steun.

Een goede maatregel van onze gemeente was het instappen in het project “Slaatje Praatje”. Slaatje Praatje is de mobiele sociale kruidenier van de OCMW’s van Berlare, Laarne, Wichelen, Waasmunster en Buggenhout. Elke twee weken gaat de mobiele kruidenier naar deze gemeenten om mensen die het financieel moeilijk hebben voor een kleine prijs inkopen te laten doen en sommige etenswaren zelfs gratis mee te geven. Deze sociale kruidenier was in 2017 én in 2018 één van de genomineerden  voor de Federale Prijs Armoedebestrijding en het project kreeg dit jaar een mooie geldprijs.

Een kanttekening is wel te maken: enkel mensen in armoede kunnen gebruik maken van deze sociale kruidenier, wat toch een zekere stigmatisering in de hand werkt. Ideaal zou zijn dat deze sociale kruidenier ook andere doelgroepen zou bedienen met een variabel tarief. Dit zou ook zorgen voor een verruiming van hun netwerk.

Aanzet tot beleid

Armoedebestrijding in Berlare is nog teveel gericht op liefdadigheid en te weinig op kansen,  vorming en waardigheid.

Nochtans ligt de sleutel van het armoedebeleid op het lokale niveau. Lokale besturen staan immers dicht bij de mensen en kennen de noden van de bevolking goed en veel aspecten zijn perfect stuurbaar op het lokaal vlak, zoals onderwijs, huisvesting, gezondheidszorg, tewerkstelling, mobiliteit en ruimtelijke ordening …

martha_nussbaum_wikipedia_10-10

Filosofe Martha Nussbaum

Alles vertrekt van een beleid dat het recht op een menswaardig bestaan voor iedereen vooropstelt. Zoals de Amerikaanse filosofe, Martha Nussbaum, het omschrijft: het is immers de plicht van de samenleving en dus van het beleid om die rechten te respecteren en te realiseren.

Het toekennen van bepaalde rechten (van de leefloonprocedure tot het toekennen van de UitPas) moet administratief vereenvoudigd worden. Zo moet je om recht te krijgen op een UitPas een financieel onderzoek ondergaan. De verhouding tot de korting en de inbreuk op de privacy is groot. Dit gaat dan ook in tegen de nieuwe privacy-wetgeving, opgelegd door de Europese Unie, de zogenaamde GDPR.
De bureaucratische rompslomp is zeer groot, omdat het meestal gaat over mensen waarvan hun situatie reeds gekend is bij de Sociaal dienst en dus onnodig de procedure opnieuw moeten doorlopen. De invoering van een automatische rechtentoets voor kwetsbare doelgroepen is dan ook essentieel, zodat ze makkelijker of zelfs automatisch hun rechten en premies krijgen. Het Sociaal Huis kan met ervaringsdeskundigen samenwerken om deze noden beter te begrijpen.

Op lokaal niveau dient men ook in te zetten op netwerking en samenwerking tussen het OCMW, het CAW, de ziekenfondsen en andere lokale actoren, zoals het decreet Lokaal Sociaal Beleid ook voorschrijft.

Nu geldt er vaak dubbel miserie. Ten eerste heeft niemand het overzicht van alle maatregelen. Ten tweede geraken ze niet bij de mensen die er recht op hebben. Om dat te vermijden zijn naast lagere facturen en hogere uitkeringen ook bruggenbouwers nodig. Vertrouwenspersonen per gezin zoals in het voorstel van Kortrijks OCMW-schepen van sociale zaken Philippe De Coene. Of buddy’s zoals in het initiatief van schepen van Onderwijs Mohamed Ridouani in Leuven. Nauwe samenwerking tussen het OCMW en Kind&Gezin, zoals in Gent.

Kind en Gezin maakte de kansarmoede-index van alle Vlaamse gemeenten bekend. Dit is een belangrijke indicator voor beleid. Het zou echter nog beter zijn mocht de sociale dienst van het OCMW ook daadwerkelijk weten wie de mensen achter de cijfers zijn om samen met de betrokken gezinnen werken aan een doorgedreven en resultaatgerichte aanpak.

Het OCMW van Kortrijk werkt samen met het Centrum voor Sociaal Beleid van de Universiteit Antwerpen (onder leiding van prof Wim Van Lancker) om over drie jaar de resultaten van de armoedebestrijding te kunnen meten.

In Berlare hebben we dringend nood aan een laagdrempelig dienstencentrum, een fysiek Huis van het Kind en een pro-actieve houding van de sociale dienst van het OCMW, waar meer ingezet wordt op preventieve huisbezoeken voor het opvolgen van kwetsbare mensen.

Schrijf in co-creatie een armoedeplan

Een gemeentelijk beleid moet uitgaan van het “progressief universalisme“, het beleid moet er voor iedereen zijn, maar toch vooral voor de zwaksten in de samenleving. Gent en Kortrijk (met een liberale burgemeester!) zijn mooie voorbeelden. Vooral Kortrijk kon sinds 2012 het aantal Kortrijkzanen in armoede gevoelig laten dalen. Ze schreven, samen met 100 partners, zelfs een waar armoedeplan.

Mensen in armoede moeten betrokken worden bij dit beleid. Ervaringsdeskundigheid is een belangrijke expertise om tot lokale prioriteiten te komen en in het uitbouwen van een gefundeerde armoedebestrijding. Daarnaast moeten in dat beleid alle partners, vrijwilligers en professionals, openbare diensten, non-profit-organisaties en bedrijven, elkaar vinden. Het sociaal kapitaal zit immers overal!

Vooral de structurele participatie van mensen in armoede in diverse overlegorganen blijkt effectief. Deze mensen worden dus als volwaardige partners gezien om beleid te maken.

Ook andere gemeenten schreven intussen een armoedeplan. Een greep uit hun succesformules:

  • woningen worden energiezuinig gemaakt
  • inzetten op activering op maat
  • promoten van gezonde voeding
  • ondersteunen van sociaal-artistieke projecten
  • een woonclub gaat op zoek naar betaalbare woningen
  • een uitleendienst voor gereedschap
  • een hersteldienst voor voorwerpen (een repaircafé)
  • ruilen van babykledij, kinderfietsen, speelgoed en schoolgerief
  • herverdeling overschotten vers voedsel
  • workshops mediawijsheid
  • fietshuurdienst met fietsen die meegroeien met de kinderen in samenwerking met de lokale fietshandelaars en de fietspoetsdienst. In Leuven noemen zit dit VeloKadee
  • coaching van kwetsbare gezinnen
  • een ruilwinkel waar zowel kansarmen als de rest van de bevolking welkom zijn

Zorg voor één contactpunt, één loket

Ondanks een veelheid aan aanbod voor mensen in armoede is er een gebrek aan kennis hierover bij de doelgroep. Armoede is een fenomeen met veel facetten en voor elk facet is er een bepaald aanbod. Dit aanbod moet via maatwerk afgestemd worden op de betrokkene.

Hiervoor is wel één loket of aanspreekpunt nodig om iedereen naar de juiste dienstverlening toe te leiden. De stad Kortrijk werkt met casemanagers, een hulpverlener die een uniek aanspreekpunt is voor het betrokken gezin. Dit wordt ook wel de bestrijding-aan-huismethode genoemd.

Zorg dat de mensen meer over houden

Facturen voor gezinnen namen toe, voor water, energie, openbaar vervoer, hoger onderwijs. Door gebrek aan voldoende sociale huisvesting betalen gezinnen een veel te hoge prijs voor vaak erg slechte huisvesting. Veel gezinnen die op een uitkering of een leefloon zijn aangewezen moeten het ondanks dure beloftes nog steeds met een inkomen onder de armoedegrens stellen. Gezinnen met het water aan de lippen dreigen de link met de samenleving te verliezen.

Een gemeente heeft weinig instrumenten om het inkomen van mensen te verhogen, maar kan wel werken op vermindering van de uitgaven. We kunnen ze helpen op vlak van energie, telecommunicatie, hospitalisatie, woningen, voeding …

mensen helpen met bankzaken/convenant afsluiten met banken voor klantvriendelijkheid, ook naar kansarmen en senioren.

Cheques voor fietsherstellingen, kleine klussen aan huis, …

De sleutel ligt in het onderwijs

pexels-photo-261895.jpeg

Bron: Pexels

Hoe scholen geconfronteerd worden met armoede werd treffend vertolkt door een bijzondere getuigenis in Charlie Magazine.

Want scholen en het bredere onderwijsbeleid kunnen een belangrijke preventieve taak opnemen in de strijd tegen sociale ongelijkheid tussen bevolkingsgroepen in de samenleving. Een preventieve aanpak loont meer dan naar een incassobureau stappen om de onbetaalde facturen te verhalen …

schulden_op_school

SOS Schulden op School is een vzw die streeft naar gelijke onderwijskansen voor alle kinderen en jongeren, door aandacht te besteden aan de schoolkosten. Want problemen met schoolkosten kunnen uitsluiting van kinderen en jongeren in de hand werken. SOS Schulden op School zet daarom individuele begeleidingstrajecten op met schoolteams, bouwt een netwerk met sociale partners, organiseert congressen en doet onderzoek, geeft workshops en ontwikkelt praktijkgerichte instrumenten voor leerkrachten, brugfiguren en zorgcoördinatoren om tekenen van armoede te herkennen … Uit een onderzoek van SOS bleek dat 70% van de scholen te kampen heeft met onbetaalde facturen. Tegelijkertijd zien we dat slechts een handvol scholen daarvoor een beleid heeft ontwikkeld. Samen met de school (directies, inrichtende machten, ouders …), lokale besturen (OCMW, sociaal huis, departementen sociale zaken …) en sociale ankers (CAW, CLB, armoedeorganisaties …) tekent SOS een beleid uit op maat van de school, om de schoolfactuur zo laag mogelijk te houden. De organisatie is actief in heel Vlaanderen, van De Panne tot in Limburg.

Het belang van brugfiguren in scholen is dat zij kinderen en gezinnen in armoede de weg wijzen naar alle maatregelen en instrumenten die voorzien zijn om armoede te bestrijden.

Scholen worden steeds meer geconfronteerd met kinderen in armoede: kinderen die zonder eten, slecht gekleed en ongewassen naar school komen, rekeningen die onbetaald blijven, kinderen die niet kunnen deelnemen aan activiteiten, …

Dit kan aangepakt worden met vorming over gezonde voeding, tussenkomst vervoer (buzzypas), kinderopvang, stimuleren inschrijving kleuteronderwijs, voorzien in tweedehands schoolspullen, uitleendienst voor of groepsaankopen van duur schoolmateriaal, uitbreiding en betere ondersteuning van de huiswerkbegeleiding, …

Jobs, jobs, jobs, …

Mensen met een uitkering worden al vaak met de vinger gewezen. Ze zouden te weinig inspanningen doen en zouden  in de hangmat van een werkloosheidsuitkering blijven hangen of een leefloon… Een leefloon van 890 euro per maand lijkt me niet bepaald een hangmat. Probeer daar maar eens een huishuur van 600 euro te betalen en van de rest een maand te leven.

Dat gaat veel verder dan het huidige mantra van “jobs, jobs, jobs”. Werk is immers pas een brug uit armoede als het werkbaar is en als er voldoende centen tegenover staan. Vandaag is dat allerminst het geval als je uitrekent hoeveel deeltijds werk opbrengt en hoeveel de kinderopvang kost. Die rekening hebben mama’s – en hun partner – ook snel gemaakt. Werk, al dan niet deeltijds, moet dus een hefboom zijn naar een menswaardig gezinsinkomen én een gegarandeerde plek in de kinderopvang.

startup-photos.jpg

Bron: Pexels

Het aantal vacatures is de laatste maanden gelukkig opnieuw sterk gestegen. Deze hoeraberichten verdienen wel een kanttekening. Peter Heirman, woordvoerder van Netwerk tegen Armoede, is zeer kritisch. Het gaat immers om enerzijds jobs voor hooggeschoolden en anderzijds over de zogenaamde flexi-jobs. Deze flexi-jobs kunnen we moeilijk omschrijven als een duurzame job, waarmee iemand de kansarmoede kan overstijgen. Weinig geschoolde jongeren hoppen van de ene interim naar de andere en raken steeds trager aan een vaste job. De verwachtingen naar zeer flexibele werkuren matchen dan niet met de kinderzorg van jonge alleenstaande ouders. Probeer ook maar eens een huurwoning te vinden met zo’n flexi-job.

Peter Heirman vraagt dan ook om te investeren in kwaliteitsvolle en duurzame jobs die mensen een perspectief bieden. Dit kan in de sociale economie, maar ook in de reguliere sector laten we nog veel kansen onbenut. Werkgevers kijken nog te vaak naar de formele vereisten, zoals diploma’s en rijbewijs, en te weinig naar de echte competenties van mensen.

De snelste weg uit de armoede is een job. Het lokale bestuur is dan ook goed geplaatst om te helpen om obstakels op te ruimen die het vinden van een  job moeilijker maken. Dit kan onder meer door:

  • zorgen voor flexibele kinderopvang
  • begeleiding om op latere leeftijd een rijbewijs te behalen
  • een lokale jobclub waar vrijwilligers op een zeer laagdrempelige manier sollicitatie- en assertiviteitstraining geven
  • organiseren van stagemogelijkheden om ervaring op te doen en een netwerk helpen uitbouwen, eventueel via gemeentelijke overheidsdiensten of in samenwerking met plaatselijke bedrijven
  • actief samenwerken met CAW’s voor psychosociale begeleiding

Sociologe Bea Cantillon (UA) berekende dat het armoederisico bij werkloze gezinnen de laatste jaren flink gestegen is.  Daarbij komt ook de steeds groeiende werkloosheid bij laaggeschoolden en het feit dat het minimumloon sinds de jaren ’90 met nauwelijks 1% is gestegen, terwijl het gemiddelde loon met 14% steeg.

Ze pleit dan ook voor om kwaliteitsvolle jobs voor laaggeschoolden te subsidiëren. Dit kan ook gebeuren door gemeentelijke overheden.

Daarom willen we inzetten op een intensievere samenwerking met en coördinatie van de betrokken actoren in de sector om samen te voorzien in werkervaringsstages, sociale economie, intensieve coaching, …

Gezondheid boven alles

pexels-photo-533360.jpeg

Bron: Pexels

Mensen die in kansarmoede leven, hebben vaak ook een ongezonde levensstijl. Dat zorgt voor een negatieve spiraal: hoe meer kansarmoede, hoe ongezonder. Hoe ongezonder, hoe meer kansarmoede. Mensen lager op de sociale ladder leven minder lang, eten ongezonder, wonen tussen schimmels en hun kinderen hebben een slechter gebit.

Wie moet overleven, is bezig met de realiteit van de dag.

Frederic Vanhauwaert van het Netwerk tegen Armoede vindt dat er te veel vrijblijvende preventie gebeurt, zoals affiches en folders over gezond eten. Hij vindt dat er concrete maatregelen moeten genomen worden. Zo is hij blij met de oproep om snoep- en drankautomaten op school te verbieden.

Onderwijs is een van de plekken waar concrete maatregelen een grote impact kunnen hebben op het welzijn en de gezondheid van alle leerlingen, rijk én arm.

Betaalbaar wonen

pexels-photo-878873.jpeg

bron: Pexels

Na nieuwjaar maakte het Netwerk tegen Armoede het resultaat van haar peiling bij 60 organisaties bekend. Daaruit blijkt dat mensen in armoede het steeds moeilijker hebben om basisbehoeften zoals betaalbaar wonen en zorg te financieren.  Het Netwerk tegen Armoede roept daarom lokale besturen op in te zetten op sociale verhuurkantoren en wijkgezondheidscentra.

Peter Heirman, communicatieverantwoordelijke bij hetzelfde Netwerk tegen Armoede, geeft alvast volgende aanzet:

Sociale verhuurkantoren hebben directe impact op de woonsituatie van mensen in armoede. Ze geraken zo veel sneller aan een kwaliteitsvolle woningen. OCMW’s moeten daar nog meer op inzetten, bijvoorbeeld om eigenaars een premie te geven als ze hun woning verhuren via dit platform.

Jammer genoeg zijn er niet alleen te weinig sociale woningen in Berlare, ze zijn vaak ook in slechte staat. Er moet door het gemeentebestuur en door Hulp in Woningnood (laten we in één beweging ook eens de paternalistische naam van de huisvestingsmaatschappij eens  eens veranderen) dringend geïnvesteerd worden in bijkomende woningen en in het opknappen van de bestaande woningen. Het valt wel op dat op het einde van deze legislatuur de herstellingen en renovaties aan sociale woningen worden opgedreven.

Aandacht voor vergrijzing van de kwetsbare doelgroepen is belangrijk: laten we zorgen dat senioren zo lang mogelijk in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven en daar de nodige ondersteuning voor krijgen. Extra stimulatie om kangoeroewoningen te voorzien is hierin zeer belangrijk.

We vragen ook een strikte regulering en controle op de kwaliteit van huurwoningen. De meest doortastende maatregel is het onbewoonbaar verklaren van extreme gevallen. Uiteraard zijn er minimale kwaliteitseisen voor de eigenaar. Wij willen een stap verder gaan en ook inzetten op gemeentelijke heffingen op ongezonde, slecht geïsoleerde en onveilige huurwoningen. Deze heffingen kunnen ook progressief stijgen bij elke negatieve controle.

We willen bij eigenaars ook de samenwerking met sociale verhuurkantoren promoten om het aanbod voor kwetsbare groepen te vergroten.

Biedt mensen een netwerk

Mensen in kansarmoede leven meestal afgesloten van de rest van de samenleving, soms uit schaamte, soms uit gebrek aan contacten, maar ook gewoon om financiële redenen. Verenigingen en sportclubs motiveren om mensen in armoede te betrekken in hun werking, biedt deze mensen automatisch een pak extra kansen. Ze krijgen opnieuw een netwerk. De financiële reflex blijft echter belangrijk: deelnemen aan sport, verenigingsleven en cultuur kost geld, ook al krijg je goedkoper lidgeld of goedkope tickets. Zo is er de confrontatie met de kleding of materiaal dat moet aangekocht worden, het drankje of hapje dat ook je kinderen zouden willen zoals alle andere kinderen, … Sociale tarieven, ruildiensten voor sportkledij, … zijn alvast een goede start.

Buurtwerk en sociale samenhang zijn enorm belangrijk om mensen in kansarmoede een netwerk te bieden. Alert zijn voor noden in je omgeving, kleding en speelgoed doorgeven aan wie het kan gebruiken, mensen wegwijs maken naar de juiste voorzieningen, … is laagdrempelig, maar oh, zo belangrijk.

Daarom willen we vorming aanbieden voor de lokale verenigingen hoe ze mensen uit de kansengroepen kunnen integreren in hun werking. We willen een tussenkomst voorzien bij aankoop van sportuitrusting, danskledij, instrumenten, … Mensen uit de kansengroepen willen we “activeren” om zich aan te sluiten bij sportclubs, jeugdbewegingen of socio-culturele verenigingen. Dit moet een vast onderdeel worden van de gesprekken met de sociale dienst.

Mensen uit kansengroepen stimuleren om vrijwilligerswerk te gaan doen is ook een manier om het sociaal isolement te doorbreken. Men kan op deze manier deel uit maken van een vereniging of club zonder grote kosten te doen. Maar toch zo de broodnodige sociale contacten te krijgen om de eigenwaarde op te krikken.

Mobiliteit

Mensen in armoede zitten vaak opgesloten in hun eigen omgeving. Vaak zijn ze minder goed te been en mobiliteit is duur. Zorg dat mensen kunnen uitbreken uit hun eigen gevangenis.

Dit kan al vrij eenvoudig door een taxi-dienst op te zetten met vrijwilligers voor mensen die slecht te been zijn.

1200px-fahrrad_mit_rollstuhlplattform_van_raam_velo-plus_2_-_verkehrszentrum

Rolstoelfiets

Het OCMW moet voorzien in een uitleendienst met hulpmiddelen, zoals mobility scooters en rolstoelfietsen, voor wie een beperking heeft. Bijvoorbeeld een rolstoelfiets is ideaal om met rolstoelgebruikers comfortabel op stap te gaan in de gemeente. Aankoop of huur voor particulieren is duur en zo’n fiets wordt occasioneel gebruikt. Dit kan zelfs gezien worden in een extra toeristische troef waar deze verhuur het voor mensen met een beperking of senioren aantrekkelijker maakt om hier een vakantie in eigen land of daguitstap te maken.

We vragen ook een volwaardige en efficiënte tussenkomst in het openbaar vervoer voor leerlingen, studenten en kansengroepen.

In samenwerking met de Sperwer kan een fietsbibliotheek uitgebouwd worden waarbij gezinnen een kinderfiets kunnen inruilen voor een groter model. Voor kansengroepen worden reperatiecheques beschikbaar gesteld om hun fietsen bij lokale fietsenmakers te laten herstellen. Een veilige fiets mag immers geen besparingspost zijn.

Tot slot: de armoedetoets

Het moet de reflex zijn van het lokale beleid om te zorgen dat elke beleidsbeslissing de armoedetoets kan doorstaan.

Wij willen ALLE mensen meer betrekken bij het beleid door oa. het inzetten van focus- en expertisegroepen. Het systematisch opnemen van ervaringsdeskundigen in armoede bij elk overleg.

De noodzakelijke trendbreuk in de kansarmoede-index van Kind en Gezin zal er niet vanzelf komen en met zwartepieten zullen we niets veranderen. We hebben geen schuldigen nodig, maar oplossingen. Nieuwe en misschien wel radicale oplossingen in de ogen van sommigen. Daarom moeten alle politieke partijen samen met verenigingen die armoede bestrijden, met experten en ervaringsdeskundigen een staten-generaal houden rond dit thema en te werken aan een volwaardige actieplan.

We willen dat Berlare een goede plek is voor iedereen. De strijd aanbinden tegen armoede is in het belang van iedereen, ook van de welgestelden in onze gemeente. Een gemeente met veel armoede zet immers toerisme en lokale economie onder druk. Tijd om te investeren in ALLE mensen!

sp.a-Groen Berlare-Overmere-Uitbergen maakt een speerpunt van armoedebestrijding omdat iedereen er beter van wordt.

 

Geplaatst in Berlare, Lokaal beleid, visie | Tags: , , | Een reactie plaatsen