
We leven in een tijdperk waarin informatie overvloedig is, maar kritische reflectie schaars. Informatie-overload leidt niet tot kennis maar tot cognitieve kortsluiting. Die paradox vormt de rode draad in meerdere van mijn eerdere blogposts: niet omdat we te weinig weten, maar omdat we te snel denken te weten. Desinformatie ontstaat zelden door leugens alleen, maar vooral door selectie, versnelling en framing.
De uitzending Een gitzwarte nacht van het steeds degelijke Medialogica (https://www.human.nl/) is een scherpe illustratie van dit structureel probleem in onze informatiecultuur.
De uitzending reconstrueert hoe, na de Ajax–Maccabi Tel Aviv-wedstrijd in Amsterdam, een chaotische nacht van geweld en confrontaties vrijwel onmiddellijk werd vertaald naar één dominant frame: dat van een “jodenjacht”. Dat frame verspreidde zich razendsnel, werd internationaal opgepikt en kreeg politieke zwaarte nog vóór er sprake was van grondige verificatie of context. Het mechanisme is bekend, maar daarom niet minder problematisch: wie het eerste verhaal vertelt, bepaalt niet alleen de toon, maar ook het pad naar het denkbare vervolg.
Wat Medialogica scherp blootlegt, is hoe dat narratief tot stand kwam: via losse videofragmenten zonder context, verklaringen zonder verificatie en een journalistiek ecosysteem waarin snelheid wordt beloond en twijfel als zwakte geldt. Dat sluit perfect aan bij wat ik eerder fake news noemde: niet noodzakelijk verzonnen informatie, maar onvolledige informatie die zich voordoet als totaalbeeld.
Onder dat proces liggen hardnekkige aannames die zelden nog expliciet worden gemaakt. Dat beelden voor zichzelf spreken. Dat ooggetuigen betrouwbare vertellers zijn. Dat “later nuanceren” geen schade aanricht. Dat morele verontwaardiging een vorm van bewijs is. Het zijn aannames die afzonderlijk al wankel zijn, maar samen een bijzonder efficiënt narratief-machine vormen.
Wie dit louter als een journalistieke discussie ziet, mist het bredere plaatje. Dit is geen verhaal over slechte journalisten of kwade wil, maar over informatie-ecologie. In zo’n ecologie overleven niet de meest accurate verhalen, maar de meest deelbare. Woorden worden morele wapens, beelden fungeren als bewijs, en complexiteit is een bug, geen feature. Zoals ik eerder schreef: informatie-overload maakt ons niet sceptischer, maar juist gevoeliger voor simplificatie.
Dat patroon zien we overal terug. In criminaliteitsdebatten waar perceptie structureel losstaat van cijfers. In pandemische communicatie waar vroege beelden jarenlang blijven doorwerken. In internationale conflicten die steevast herleid worden tot morele zwart-witverhalen. Steeds opnieuw wint het verhaal dat het snelst morele orde schept.
De ongemakkelijke les van Een gitzwarte nacht is dus niet dat media fouten maken, dat doen ze altijd, maar dat wij collectief nauwelijks nog in staat zijn om afstand te nemen en kritisch te reflecteren. We verwarren het eerste verhaal met waarheid, snelheid met betrouwbaarheid en morele helderheid met kennis. En zolang dat zo blijft, zullen gitzwarte nachten zich blijven herhalen, niet alleen op straat, maar vooral in ons hoofd.
Misschien is de echte vraag daarom niet hoe media het beter moeten doen, maar hoe wij als publiek kunnen leren leven met onzekerheid zonder haar onmiddellijk te reduceren. Minder verontwaardiging als reflex. Meer traagheid als deugd. En vooral: het besef dat wie te snel begrijpt, meestal te weinig heeft begrepen.