Gooi de kracht van verhalen niet weg met het badwater van de desinformatie

National Library of Poland, Public domain, via Wikimedia Commons

Het woord “verhaal” heeft de voorbije jaren een bedenkelijke reputatie gekregen. In debatten over desinformatie klinkt het al snel alsof narratieven per definitie manipulatief zijn, alsof wie een verhaal vertelt noodzakelijkerwijs iets probeert te verdoezelen of te verdraaien. De reflex is dan om terug te grijpen naar data, naar dashboards, naar factchecks en grafieken die objectiviteit moeten uitstralen.

Die reflex is begrijpelijk, maar mogelijk ook misleidend.

In mijn eerdere blogpost Waarom verhalen de wereld draaiende houden argumenteerde ik dat verhalen geen versiering zijn rond feiten, maar het kader waarin mensen betekenis construeren. Zonder narratief blijft informatie los zand. Zonder betekenis ontbreekt richting. Verhalen zijn niet het tegenovergestelde van rationaliteit, ze zijn het vehikel waardoor rationaliteit maatschappelijk functioneel wordt.

Dat inzicht sluit nauw aan bij de analyse van Yuval Noah Harari in zijn boek Nexus. Harari beschrijft hoe menselijke samenlevingen altijd hebben gesteund op gedeelde ficties: religies, naties, geld, mensenrechten, … . Niet omdat ze natuurwetenschappelijke waarheden zijn, maar omdat ze collectieve actie mogelijk maken. Grote groepen mensen kunnen alleen duurzaam samenwerken wanneer ze een gemeenschappelijk verhaal delen dat hun handelen structureert.

Het probleem van vandaag is dus niet dat verhalen bestaan. Het probleem is dat ze circuleren in een informatie-omgeving die fundamenteel uit balans is.

De hoeveelheid data groeit exponentieel. In mijn cursus rond kennis- en informatiebeleid verwees ik regelmatig naar onderzoek dat aantoont hoe kenniswerkers tot 30 à 60 procent van hun tijd besteden aan het zoeken naar informatie KennisEnInformatiebeleid_Les1. Managers lezen wekelijks enorme hoeveelheden tekst. We leven in een permanente stroom van meldingen, updates, feeds en dashboards. Wat bedoeld was om onzekerheid te reduceren, leidt steeds vaker tot cognitieve uitputting.

En precies daar ontstaat ontvankelijkheid voor desinformatie.

In mijn blogpost Wanneer media werkelijkheid maken – lessen uit een gitzwarte nacht analyseerde ik hoe framing, herhaling en emotioneel geladen beelden onze perceptie van realiteit kunnen verschuiven. Niet omdat mensen per definitie irrationeel zijn, maar omdat ons brein onder druk energie probeert te besparen. Wanneer de informatiestroom te groot wordt, schakelen we sneller over op intuïtieve oordelen en grijpen we naar eenvoudige verklaringsmodellen die orde scheppen in complexiteit.

Desinformatie gedijt niet in een vacuüm van feiten, maar in een overvloed aan ongefilterde informatie. Wie cognitief overbelast is, zoekt houvast. En houvast wordt meestal aangeboden in de vorm van een helder, goed gestructureerd verhaal.

Daarom is het een misvatting te denken dat de remedie tegen desinformatie louter meer data of meer correcties is. Feiten zonder narratief verdwijnen in de ruis. Correcties die geen alternatief betekeniskader bieden, blijven hangen in de marge. Een losse factcheck kan een bewering ontkrachten, maar ze vervangt zelden het verhaal dat mensen eerder heeft overtuigd.

Dit is geen pleidooi tegen factchecking of tegen rigoureuze journalistiek. Het is een pleidooi om te erkennen dat informatie pas impact krijgt wanneer ze ingebed is in een betekenisvol narratief.

Goede verhalen reduceren complexiteit zonder ze te vervalsen. Ze verbinden data met context en maken abstracte cijfers concreet. Ze helpen ons informatie te structureren en te memoriseren, waardoor kennis niet alleen wordt geconsumeerd, maar ook geïntegreerd. Een grafiek kan een stijgende lijn tonen, maar een verhaal maakt duidelijk wat die lijn betekent voor echte mensen, in echte situaties, met echte consequenties.

Wie desinformatie wil bestrijden, moet dus meer doen dan onwaarheden ontmaskeren. Er moeten coherente tegenverhalen worden ontwikkeld die recht doen aan de complexiteit van de werkelijkheid en tegelijk cognitief verteerbaar blijven. Narratieven die niet simplificeren tot karikatuur, maar ordenen zonder te vervormen.

De paradox is dat verhalen zowel het instrument van manipulatie als het instrument van emancipatie kunnen zijn. Het verschil zit niet in de vorm, maar in de intentie en de kwaliteit van de constructie. Slechte verhalen polariseren en versimpelen. Goede verhalen verbinden, contextualiseren en verdiepen.

In een tijdperk van informatie-overload hebben mensen geen nood aan nog meer losse feiten, maar aan structuren die hen helpen die feiten te begrijpen en te onthouden. Verhalen kunnen precies dat doen, op voorwaarde dat ze zorgvuldig worden opgebouwd en intellectueel eerlijk blijven.

Wie het publieke debat wil versterken, moet daarom niet het kind met het badwater weggooien. Verhalen zijn geen vijand van waarheid. Mits kritisch en verantwoordelijk gebruikt, zijn ze een noodzakelijke bondgenoot in de strijd tegen desinformatie.

Onbekend's avatar

About Jan

Manager of People and Information.
Dit bericht werd geplaatst in Desinformatie, Informatiepsychologie en getagd met , , , . Maak de permalink favoriet.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.