De Commissie van Wijzen schreven een rapport! Van mij krijgen ze een 10 op dat rapport! Hopelijk verandert het lerarentekort nu in een lerarenrecord. En raakt die nieuwe cohort, niet door de administratie verdord. Dan raakt de kwaliteit in het onderwijs restored en maken we samen van elke school een leerresort!
De analyses van de slechte PISA-resultaten verdrinken snel in platitudes en ideologische discours. Gelukkig zijn er uitzonderingen.
Soms is het nuttig om terug te vallen op de primaire bron: hier is dit de OESO.
De laatste editie van hun voortreffelijke podcast over onderwijs besprak de huidige directeur onderwijs, Andreas Schleicher, de wereldwijde resultaten en welke lessen we kunnen trekken om ons onderwijs te verbeteren.
Enkele, soms contra-intuïtieve, vaststellingen:
leerlingen met een andere thuistaal moet je ook buiten het onderwijs onderdompelen in de taal van het land
in Westerse landen hebben we de neiging om het onderwijscurriculum zeer breed in te vullen, waardoor men enkel tot oppervlakkig leren komt en leerlingen zich niet meer kunnen concentreren op een grotere taak. In Oost-Aziatische landen is er veel meer focus op taal, wiskunde en wetenschappen, waardoor wel tot verdiepend leren gekomen wordt.
groepen indelen volgens hun taalkennis, competenties en talenten is omstreden, maar soms ook zeer effectief om kwetsbare studenten sneller te laten groeien
er is geen correlatie tussen verloning van leerkrachten en de onderwijskwaliteit
er is geen correlatie tussen grootte van de klasgroepen en de onderwijskwaliteit
er is wel een correlatie in landen waar leerkrachten intellectueel uitgedaagd worden om de beste lessen te geven in steeds wisselende contexten (en dus de invulboekjes achterwege laten) en de onderwijskwaliteit
leerkrachten die zich blijven bijscholen, zijn niet enkel vaak betere leerkrachten, maar inspireren ook leerlingen/studenten tot leren en levenslang leren
Dr. Bassem Youssef: The Egyptian equivalent of John Stewart (graffiti; 2012-04-20) Gigi Ibrahim, CC BY 2.0 https://creativecommons.org/licenses/by/2.0, via Wikimedia Commons
“The best kind of comedy to me is when you make people laugh at things they’ve never laughed at, and also take a light into the darkened corners of people’s minds, exposing them to the light.”
Dit citaat van de jong overleven comedian, Bill Hicks, is actueler dan ooit. Hicks wilde zijn publiek vermaken, maar meer nog wakker schudden, openstellen voor nieuwe ideeën en kritischer maken ten opzichte van alles wat ze werd voorgeschoteld in het dagelijkse leven. Nooit hadden we meer narren nodig dan nu. Narren die ons een spiegel voor houden en met hun spot ons laten nadenken en relativeren. Weg van het toxisch polariseren, wel ideeën laten confronteren.
Terwijl de hofnar zonder angst de koning ter orde kon roepen, lopen huidige maatschappelijk bewuste humoristen wel degelijk gevaar om de mond gesnoerd te worden. Vraag het maar aan Lectrr .
Als ik mijn mening wil vormen over een maatschappelijke kwestie, spelen cartoons en moderne narren een belangrijke rol. Humor heeft de kracht om ingewikkelde kwesties tot hun essentie terug te brengen.
Daarom is het interview van de conservatieve journalist, Piers Morgan, met comedian Bassem Youssef, voor mij een persoonlijke mijlpaal in het begrijpen van het conflict in het Midden-Oosten.
Naar aanleiding van de verkiezingen in 2024 schreef VVBAD een memorandum. Collega-politici, dit is verplicht leesvoer.
De Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek, Archief & Documentatie (VVBAD) verenigt alle informatieprofessionals in Vlaanderen en Brussel. Als beroepsvereniging staan we voor een sterke informatiesector die vrije toegang tot informatie, transparantie en inclusie hoog in het vaandel draagt. Informatieprofessionals in bibliotheken, archieven en documentatiecentra werken elke dag aan een democratische samenleving en een sterke overheid. Om dat blijvend te realiseren, vragen de Vlaamse informatieprofessionals een engagement aan zowel de Vlaamse overheid als de lokale overheden. De sector is namelijk dé kernpartner in verschillende maatschappelijke uitdagingen: van gemeenschapsvorming, ongelijkheid en diversiteit, digitale inclusie, mis- en desinformatie, de duurzaamheidsagenda en leesbevordering tot de uitbouw van een transparante, performante en democratische – digitale – overheid. Hiervoor is ondersteuning en erkenning als partner nodig.
In 1936 (!) ontwikkelde Alan Turing de zogenaamde Turingtest, een denkoefening om te achterhalen of een machine tot menselijke redeneringen in staat is. Zo’n 90 jaar later presenteert dr. Carmen Mazijn (VUB) LUCID, een een detectietechniek om te achterhalen of AI niet te menselijk redeneert. ’t Is te zeggen: of AI eerlijke beslissingen kan nemen wars van stereotypes, discriminatie en vooroordelen.
Als afscheidnemende opleidingscoördinator Informatiebeheer mocht ik gisteren de proclamatie voorgaan en onze alumni veel succes wensen met hun latere carrière. Ik gaf ook een inhoudelijke voordracht over 2 van mijn helden en hun zoektocht naar wereldvrede via informatiebeheer. Hieronder vind je de neerslag van deze voordracht:
Dames en heren,
België is het land van de tragische helden, geniën die niet erkend worden en voorvechters die onvoldoende geëerd worden.
Dit moment wil ik gebruiken om, (een laatste keer beloofd😊), een lans te breken voor 2 van die grote Belgen: Henri La Fontaine en Paul Otlet.
Waren deze 2 vrienden tragische helden? Zeker!
Samen zetten ze zich in voor de wereldvrede. Ze waren er immers van overtuigd dat wanneer alle kennis in de wereld zou gedeeld worden dit de verstandhouding onder de volkeren zou bevorderen.
Als eerste stap zagen ze het indexeren en classificeren van alle gepubliceerde informatie in de wereld. In 1895 creëerden ze daarom het Institut International de Bibliographie.
Henri zou voor zijn streven in 1913 de Nobelprijs voor de Vrede ontvangen. Enkele maanden later brak echter de Eerste Wereldoorlog uit …
De gruwel van de eerste Wereldoorlog maakte La Fontaine echter nog fanatieker in zijn streven voor een vreedzame wereld. Zo werd hij één van de oprichters van de Volkenbond, de voorloper van de Verenigde Naties.
Na Wereldoorlog I kregen Henri en Paul, dankzij de tussenkomst van koning Albert I, vrij snel een onderkomen in het Brusselse Jubelpark en kregen ook personeel ter beschikking. Ze hadden inmiddels een gigantische collectie van miljoenen bibliografische steekkaarten, duizenden boeken en ander documentair materiaal verzameld. Die indexkaarten werden inhoudelijk ingedeeld volgens de Universal Decimal Classification, een eigen ontwerp. Dit systeem zou na hun dood uitgroeien tot een wereldwijde standaard in de bibliotheekwereld.
In die jaren was het project vrij succesvol omdat wetenschappers uit de hele wereld per post of telegraaf en tegen een vergoeding vragen konden stellen, die dan via de catalogus werden opgelost. Maar Paul Otlet keek verder in de toekomst: In zijn geschriften voorspelde hij draadloze netwerken, hyperlinks, spraakherkenning en sociale media.
In de jaren dertig werkten Henri en Paul samen met oa. de beroemde architect Le Corbusier om op Antwerpen Linkeroever een stad van de vrede te bouwen, waar alle kennis zou verzameld worden en wetenschappers uit de hele wereld zouden samenwerken.
Helaas zou de wereldwijde crisis en de oplopende internationale spanningen er anders over beslissen. De crisis, de Nazi’s en het na-oorlogse België zouden de erfenis van Otlet en La Fontaine, helaas, letterlijk bij het afval zetten.
Enkele vrijwilligers bleven toch het vlammetje van hun droom voeden en die kregen versterking van over de oceaan. Met zijn “steam-punk”-versie van het internet zou Paul Otlet een belangrijke inspirator worden van Larry Page en Sergey Brin, de stichters van Google, en zij financieren daarom, samen met de Franse Gemeenschap, het fantastische museum Mundaneum in Bergen (Mons). Een aanrader.
Otlet en La Fontaine zouden hun hele leven wijden aan de nog steeds actuele uitdaging: hoe maak je kennis wereldwijd toegankelijk voor iedereen. Door alle kennis met iedereen te delen, creëer je immers een rechtvaardige, vredevolle en solidaire wereld.
Deze uitdaging is actueler dan ooit. De oorlog is immers terug in Europa. Nog steeds zorgen desinformatie en een gebrek aan kennis voor conflicten en ongelijkheid. Dit zet de democratie onder druk, bedreigt onze gezondheid en het fnuikt de innovatie, ook in België.
Door mensen toe te leiden naar de juiste informatie, door in te zetten op fact checking en door mensen de middelen te bieden om zich te informeren en zich te ontwikkelen tot kritische burgers, bouwen jullie mee aan een betere wereld. Goede informatiebeheerders blijven utopisten. Laten we dat koesteren en blijven dromen.
…
Om ten slotte iets luchtiger te eindigen en de link te leggen naar de receptie van straks: een finale historische anekdote. Informatiebeheer maakt de wereld niet alleen beter, maar ook leuker, gezelliger en frivoler. In de jaren ’30, na de drooglegging in de Verenigde Staten, begon Ernest Gallo een kleinschalige wijngaard in Californië. Al gauw groeide zijn bedrijf uit tot de grootste exporteur van Amerikaanse wijnen, die kwalitatief konden wedijveren met die uit Frankrijk.
Maar waar leerde Ernest Gallo wijn maken? Alle expertise was immers verloren gegaan tijdens de drooglegging.
Hij vond de handleidingen en recepten in de lokale openbare bibliotheek!
Unknown. 195 years since publication, copyright extinguished, Public domain, via Wikimedia Commons
Een interessante post van Bart De Waele op LinkedIn bracht aan de hand van krantenartikels een overzicht van hoe reeds 100 jaar onheilsberichten verspreid worden over hoe technologie jobs bedreigt.
Die voorspellingen zijn echter (quasi) nooit uitgekomen, want jobs verdwijnen niet, ze veranderen wel (steeds sneller). De hoefsmid werd automechanicus, de letterzetter werd lay-outer en de oud-ijzer opkoper werd ambtenaar in het recyclagepark. Dit wordt trouwens mooi beschreven in het boek van Sam De Kegel: “Zeg, ken jij de mosselman? Waarom geen enkel beroep blijft bestaan”.
Een beetje neo-luddisme lijkt me welkom om te blijven beklemtonen dat de digitale transformatie en economische disruptie, niet alleen een technologisch-economisch gegevens zijn, maar ook beschouwd worden als een maatschappelijke uitdaging.
Ned Ludd was een legendarische figuur uit de Engelse geschiedenis die in de late 18e en vroege 19e eeuw aan het hoofd stond van een beweging van arbeiders die machines vernielden. De exacte identiteit van Ned Ludd is onbekend en sommige historici geloven dat hij een fictief personage was dat werd gebruikt als symbool voor de beweging. Ze vernielden machines omdat die hun werk overnamen . De beweging werd later bekend als het luddisme.
Het luddisme werd als een gevaarlijke beweging gezien voor de overheid en in 1812 werd de “Ludd Act” aangenomen, die de doodstraf oplegde voor het vernietigen van machines. De luddisme werd uiteindelijk onderdrukt, maar het heeft een blijvende impact gehad op de Engelse geschiedenis. De beweging wordt vaak gezien als een symbool van de strijd van arbeiders voor hun rechten.
Die beweging wordt nog steeds weggezet als een conservatieve beweging van onwetende mensen tegen de vernieuwing. Het was echter veel minder een opstand tegen de vernieuwing en de industrialisatie, dan wel tegen het ongebreidelde kapitalisme en de groeiende ongelijkheid. Iets wat Thomas Picketty analyseerde in zijn “Kapitaal in de 21ste eeuw”. Het boek behandelt de sociale inkomensongelijkheid en vermogensongelijkheid, en het verloop daarvan sinds de 17e eeuw, in verschillende kapitalistische landen. Arbeiders werden toen vooral beschouwd als een een goedkoop wegwerpproduct en niet als een “human resource”.
Dat is ook de les die we voor het heden kunnen trekken: de digitale transformatie in de economie moet ten dienste staan van de samenleving en niet omgekeerd.
Toch moet ook eenieder van ons de inspanning blijven doen om bij te blijven: levenslang leren is dus de boodschap. We leven immers in tijden van blijvende verandering. Volgens een rapport van het World Economic Forum werken ongeveer 10% van de mensen in banen die 10 jaar geleden nog niet bestonden.
Ook de komende 10 jaar zullen we dit verder zien shiften door oa. de opkomst van kunstmatige intelligentie (AI) waarbij banen die gebaseerd zijn op routinematig informatie verwerken, zoals sommige financiële en administratieve functies, zichzelf zullen moeten heruitvinden. Ook de toegenomen aandacht voor duurzaamheid zal banen in de groene sector en duurzame energie sterk laten toenemen.
Omdat de technologie snel evolueert, zal het belangrijk zijn om voortdurend nieuwe vaardigheden aan te leren. Onderwijs en training zullen van cruciaal belang zijn om relevant te blijven op de arbeidsmarkt. Niet alleen de kwaliteit van ons onderwijs moet er op vooruit, ook de flexibiliteit en wendbaarheid om snel te kunnen inspelen op veranderingen. Indien onderwijs niet snel deze shift zal maken, zullen (grote) bedrijven steeds meer de rol van opleider op zich nemen, met een depreciatie van diploma’s tot gevolg. Wat erger is, daardoor komen ook de andere rollen van onderwijs onder druk. Onderwijs staat niet alleen in voor een beroepsopleiding, maar bereidt jongeren voor op hun rol in de samenleving, leidt hen op tot burgerschap en werkt aan hun persoonlijkheid (“bildung“).
In andere landen werkt onderwijs samen met het Rekenhof of andere denktanks in de overheid om prognoses te maken over welke én hoeveel competenties er nodig zijn in de samenleving van de toekomst. Door vooruit te kijken naar hoe het werk zal veranderen en trends te analyseren kunnen we ons immers voorbereiden op de toekomst.
Ook het gerenommeerde consultancybedrijf, McKinsey Global Institute, onderzoekt de potentiële vraag naar arbeid, de mix van beroepen en de vaardigheden van arbeidskrachten die voor de toekomst nodig zullen zijn.
Hun belangrijkste bevindingen zijn: één op de zestien werknemers zal tegen 2030 wellicht van beroep moeten veranderen. De banengroei zal meer geconcentreerd zijn in hooggekwalificeerde banen, zoals in de gezondheidszorg of op het gebied van wetenschap, technologie, techniek en wiskunde [STEM]), terwijl banen voor midden- en laaggekwalificeerde banen (zoals de voedselvoorziening, productiewerk of ondersteunende functies op kantoor) zullen afnemen.
Digital transformatie kan ook leiden tot kortere werkweken of meer vrije tijd voor werknemers. Zo kunnen digitale technologieën taken automatiseren die voorheen door mensen werden uitgevoerd, waardoor mensen meer tijd overhouden voor andere activiteiten. Ook kunnen economische veranderingen leiden tot een verkorte werkweek of een hoger minimumloon, waardoor mensen minder tijd hoeven te werken en meer vrije tijd hebben.
Daar staat tegenover dat die digitale technologieën en economische veranderingen ook kunnen leiden tot minder vrije tijd. Zo kunnen digitale technologieën ervoor zorgen dat we altijd verbonden zijn met werk of sociale media, waardoor we ons minder kunnen ontspannen en onszelf meer moeten concentreren op onze werkzaamheden. Ook kunnen economische veranderingen leiden tot een toename van flexibiliteit en deeltijdwerk, waardoor mensen meer uren moeten werken om hetzelfde inkomen te verdienen.
In de praktijk is het effect van digitale transformatie en economische veranderingen op de hoeveelheid vrije tijd per persoon dus afhankelijk van een aantal factoren, zoals de specifieke technologieën en veranderingen die worden doorgevoerd, de sector waarin men werkt, en de persoonlijke voorkeuren van de individu.
Toch is in veel landen de gemiddelde werkweek de afgelopen decennia afgenomen. Ook is het aantal mensen dat deeltijd werkt toegenomen. Dit wijst erop dat digitale transformatie en economische veranderingen in sommige gevallen wel degelijk leiden tot meer vrije tijd.
Die constante verandering kunnen we niet afremmen, wel kunnen we samen zorgen dat niemand uit de boot valt en dat we samen de kunnen inzetten op kortere werktijden en meer vrije tijd. Daarom een een bepekte mate van neo-luddisme belangrijk dat de slinger in de juiste richting doorslaat.
De Zuid-Afrikaan Verne Harris (Nelson Mandela Foundation) is een van de belangrijkste archieftheoretici in de wereld. Op donderdagochtend 19 oktober opent hij Informatie aan Zee 2023met zijn keynote More than a sliver, more than a job: the work of archive in an age of artificial intelligence. Jelena Dobbels (FARO) en Geerd De Ceulaerde (Stadsarchief Herentals) gaan met hem in gesprek over thema’s zoals hoe informatieprofessionals kunnen omgaan met betwist erfgoed, meerstemmigheid en inclusie. Er wordt ook tijd en ruimte voorzien voor vragen of opmerkingen van het publiek.
Naar aanleiding van zijn keynote verschijnt er in META2023/6 een interview met Verne Harris. Hij heeft het onder andere over de call for justice en de archival sliver (letterlijk: archiefsplinter) waarbij bepaalde groepen of documenten in archieven uitgesloten worden. Volgens hem kunnen archieven een krachtige publieke gemeenschapsbron zijn voor het opbouwen van een samenleving die rechtvaardig en inclusief is, en die fundamenteel gastvrij is voor iedereen in de samenleving. Het interview kun je begin oktober op onze website of in je gedrukte META vinden.
In tijden van cyberoorlog en steeds professionelere criminele hackers is het waarborgen van de integriteit en confidentialiteit van informatie binnen bedrijven, non-profitorganisaties en de overheid een steeds grotere uitdaging.
Deel je deze bezorgdheid? Heb je hierover een eigen visie die je wil delen? Op zoek naar good-practices? Wil je jouw management hierover adviseren?
Dan is deze sessie voor jou. Het wordt niet zozeer een technisch verhaal, de aandacht zal vooral gaan naar governance en organisatiecultuur.
In deze tijden waarin we overspoeld worden door fake news en desinformatie is er toch nog eens goed nieuws. In Nederland neemt het bijgeloof af.
Stichting Skepsis, ism Universiteit van Amsterdam, heeft een opinieonderzoek laten doen naar het geloof in paranormale verschijnselen onder Nederlanders, een representatieve steekproef onder ruim 2500 mensen. Klik hier voor het artikel over dit onderzoek.
Het geloof in paranormale verschijnselen is de afgelopen dertig jaar sterk afgenomen. In sommige gevallen gehalveerd of meer: terwijl in 1985 nog 40 procent van de ondervraagden aangaf te geloven in wichelroedelopen en genezing door handoplegging, is dit nu minder dan 20 procent.
Zelf je paranormale opvattingen testen? Er staat een link bij naar de vragenlijst en aan het eind krijgt u het resultaat dat laat zien hoe skeptisch u staat tegenover paranormale verschijnselen in vergelijking met de gemiddelde Nederlander.