In 1936 (!) ontwikkelde Alan Turing de zogenaamde Turingtest, een denkoefening om te achterhalen of een machine tot menselijke redeneringen in staat is. Zo’n 90 jaar later presenteert dr. Carmen Mazijn (VUB) LUCID, een een detectietechniek om te achterhalen of AI niet te menselijk redeneert. ’t Is te zeggen: of AI eerlijke beslissingen kan nemen wars van stereotypes, discriminatie en vooroordelen.
Als afscheidnemende opleidingscoördinator Informatiebeheer mocht ik gisteren de proclamatie voorgaan en onze alumni veel succes wensen met hun latere carrière. Ik gaf ook een inhoudelijke voordracht over 2 van mijn helden en hun zoektocht naar wereldvrede via informatiebeheer. Hieronder vind je de neerslag van deze voordracht:
Dames en heren,
België is het land van de tragische helden, geniën die niet erkend worden en voorvechters die onvoldoende geëerd worden.
Dit moment wil ik gebruiken om, (een laatste keer beloofd😊), een lans te breken voor 2 van die grote Belgen: Henri La Fontaine en Paul Otlet.
Waren deze 2 vrienden tragische helden? Zeker!
Samen zetten ze zich in voor de wereldvrede. Ze waren er immers van overtuigd dat wanneer alle kennis in de wereld zou gedeeld worden dit de verstandhouding onder de volkeren zou bevorderen.
Als eerste stap zagen ze het indexeren en classificeren van alle gepubliceerde informatie in de wereld. In 1895 creëerden ze daarom het Institut International de Bibliographie.
Henri zou voor zijn streven in 1913 de Nobelprijs voor de Vrede ontvangen. Enkele maanden later brak echter de Eerste Wereldoorlog uit …
De gruwel van de eerste Wereldoorlog maakte La Fontaine echter nog fanatieker in zijn streven voor een vreedzame wereld. Zo werd hij één van de oprichters van de Volkenbond, de voorloper van de Verenigde Naties.
Na Wereldoorlog I kregen Henri en Paul, dankzij de tussenkomst van koning Albert I, vrij snel een onderkomen in het Brusselse Jubelpark en kregen ook personeel ter beschikking. Ze hadden inmiddels een gigantische collectie van miljoenen bibliografische steekkaarten, duizenden boeken en ander documentair materiaal verzameld. Die indexkaarten werden inhoudelijk ingedeeld volgens de Universal Decimal Classification, een eigen ontwerp. Dit systeem zou na hun dood uitgroeien tot een wereldwijde standaard in de bibliotheekwereld.
In die jaren was het project vrij succesvol omdat wetenschappers uit de hele wereld per post of telegraaf en tegen een vergoeding vragen konden stellen, die dan via de catalogus werden opgelost. Maar Paul Otlet keek verder in de toekomst: In zijn geschriften voorspelde hij draadloze netwerken, hyperlinks, spraakherkenning en sociale media.
In de jaren dertig werkten Henri en Paul samen met oa. de beroemde architect Le Corbusier om op Antwerpen Linkeroever een stad van de vrede te bouwen, waar alle kennis zou verzameld worden en wetenschappers uit de hele wereld zouden samenwerken.
Helaas zou de wereldwijde crisis en de oplopende internationale spanningen er anders over beslissen. De crisis, de Nazi’s en het na-oorlogse België zouden de erfenis van Otlet en La Fontaine, helaas, letterlijk bij het afval zetten.
Enkele vrijwilligers bleven toch het vlammetje van hun droom voeden en die kregen versterking van over de oceaan. Met zijn “steam-punk”-versie van het internet zou Paul Otlet een belangrijke inspirator worden van Larry Page en Sergey Brin, de stichters van Google, en zij financieren daarom, samen met de Franse Gemeenschap, het fantastische museum Mundaneum in Bergen (Mons). Een aanrader.
Otlet en La Fontaine zouden hun hele leven wijden aan de nog steeds actuele uitdaging: hoe maak je kennis wereldwijd toegankelijk voor iedereen. Door alle kennis met iedereen te delen, creëer je immers een rechtvaardige, vredevolle en solidaire wereld.
Deze uitdaging is actueler dan ooit. De oorlog is immers terug in Europa. Nog steeds zorgen desinformatie en een gebrek aan kennis voor conflicten en ongelijkheid. Dit zet de democratie onder druk, bedreigt onze gezondheid en het fnuikt de innovatie, ook in België.
Door mensen toe te leiden naar de juiste informatie, door in te zetten op fact checking en door mensen de middelen te bieden om zich te informeren en zich te ontwikkelen tot kritische burgers, bouwen jullie mee aan een betere wereld. Goede informatiebeheerders blijven utopisten. Laten we dat koesteren en blijven dromen.
…
Om ten slotte iets luchtiger te eindigen en de link te leggen naar de receptie van straks: een finale historische anekdote. Informatiebeheer maakt de wereld niet alleen beter, maar ook leuker, gezelliger en frivoler. In de jaren ’30, na de drooglegging in de Verenigde Staten, begon Ernest Gallo een kleinschalige wijngaard in Californië. Al gauw groeide zijn bedrijf uit tot de grootste exporteur van Amerikaanse wijnen, die kwalitatief konden wedijveren met die uit Frankrijk.
Maar waar leerde Ernest Gallo wijn maken? Alle expertise was immers verloren gegaan tijdens de drooglegging.
Hij vond de handleidingen en recepten in de lokale openbare bibliotheek!
Unknown. 195 years since publication, copyright extinguished, Public domain, via Wikimedia Commons
Een interessante post van Bart De Waele op LinkedIn bracht aan de hand van krantenartikels een overzicht van hoe reeds 100 jaar onheilsberichten verspreid worden over hoe technologie jobs bedreigt.
Die voorspellingen zijn echter (quasi) nooit uitgekomen, want jobs verdwijnen niet, ze veranderen wel (steeds sneller). De hoefsmid werd automechanicus, de letterzetter werd lay-outer en de oud-ijzer opkoper werd ambtenaar in het recyclagepark. Dit wordt trouwens mooi beschreven in het boek van Sam De Kegel: “Zeg, ken jij de mosselman? Waarom geen enkel beroep blijft bestaan”.
Een beetje neo-luddisme lijkt me welkom om te blijven beklemtonen dat de digitale transformatie en economische disruptie, niet alleen een technologisch-economisch gegevens zijn, maar ook beschouwd worden als een maatschappelijke uitdaging.
Ned Ludd was een legendarische figuur uit de Engelse geschiedenis die in de late 18e en vroege 19e eeuw aan het hoofd stond van een beweging van arbeiders die machines vernielden. De exacte identiteit van Ned Ludd is onbekend en sommige historici geloven dat hij een fictief personage was dat werd gebruikt als symbool voor de beweging. Ze vernielden machines omdat die hun werk overnamen . De beweging werd later bekend als het luddisme.
Het luddisme werd als een gevaarlijke beweging gezien voor de overheid en in 1812 werd de “Ludd Act” aangenomen, die de doodstraf oplegde voor het vernietigen van machines. De luddisme werd uiteindelijk onderdrukt, maar het heeft een blijvende impact gehad op de Engelse geschiedenis. De beweging wordt vaak gezien als een symbool van de strijd van arbeiders voor hun rechten.
Die beweging wordt nog steeds weggezet als een conservatieve beweging van onwetende mensen tegen de vernieuwing. Het was echter veel minder een opstand tegen de vernieuwing en de industrialisatie, dan wel tegen het ongebreidelde kapitalisme en de groeiende ongelijkheid. Iets wat Thomas Picketty analyseerde in zijn “Kapitaal in de 21ste eeuw”. Het boek behandelt de sociale inkomensongelijkheid en vermogensongelijkheid, en het verloop daarvan sinds de 17e eeuw, in verschillende kapitalistische landen. Arbeiders werden toen vooral beschouwd als een een goedkoop wegwerpproduct en niet als een “human resource”.
Dat is ook de les die we voor het heden kunnen trekken: de digitale transformatie in de economie moet ten dienste staan van de samenleving en niet omgekeerd.
Toch moet ook eenieder van ons de inspanning blijven doen om bij te blijven: levenslang leren is dus de boodschap. We leven immers in tijden van blijvende verandering. Volgens een rapport van het World Economic Forum werken ongeveer 10% van de mensen in banen die 10 jaar geleden nog niet bestonden.
Ook de komende 10 jaar zullen we dit verder zien shiften door oa. de opkomst van kunstmatige intelligentie (AI) waarbij banen die gebaseerd zijn op routinematig informatie verwerken, zoals sommige financiële en administratieve functies, zichzelf zullen moeten heruitvinden. Ook de toegenomen aandacht voor duurzaamheid zal banen in de groene sector en duurzame energie sterk laten toenemen.
Omdat de technologie snel evolueert, zal het belangrijk zijn om voortdurend nieuwe vaardigheden aan te leren. Onderwijs en training zullen van cruciaal belang zijn om relevant te blijven op de arbeidsmarkt. Niet alleen de kwaliteit van ons onderwijs moet er op vooruit, ook de flexibiliteit en wendbaarheid om snel te kunnen inspelen op veranderingen. Indien onderwijs niet snel deze shift zal maken, zullen (grote) bedrijven steeds meer de rol van opleider op zich nemen, met een depreciatie van diploma’s tot gevolg. Wat erger is, daardoor komen ook de andere rollen van onderwijs onder druk. Onderwijs staat niet alleen in voor een beroepsopleiding, maar bereidt jongeren voor op hun rol in de samenleving, leidt hen op tot burgerschap en werkt aan hun persoonlijkheid (“bildung“).
In andere landen werkt onderwijs samen met het Rekenhof of andere denktanks in de overheid om prognoses te maken over welke én hoeveel competenties er nodig zijn in de samenleving van de toekomst. Door vooruit te kijken naar hoe het werk zal veranderen en trends te analyseren kunnen we ons immers voorbereiden op de toekomst.
Ook het gerenommeerde consultancybedrijf, McKinsey Global Institute, onderzoekt de potentiële vraag naar arbeid, de mix van beroepen en de vaardigheden van arbeidskrachten die voor de toekomst nodig zullen zijn.
Hun belangrijkste bevindingen zijn: één op de zestien werknemers zal tegen 2030 wellicht van beroep moeten veranderen. De banengroei zal meer geconcentreerd zijn in hooggekwalificeerde banen, zoals in de gezondheidszorg of op het gebied van wetenschap, technologie, techniek en wiskunde [STEM]), terwijl banen voor midden- en laaggekwalificeerde banen (zoals de voedselvoorziening, productiewerk of ondersteunende functies op kantoor) zullen afnemen.
Digital transformatie kan ook leiden tot kortere werkweken of meer vrije tijd voor werknemers. Zo kunnen digitale technologieën taken automatiseren die voorheen door mensen werden uitgevoerd, waardoor mensen meer tijd overhouden voor andere activiteiten. Ook kunnen economische veranderingen leiden tot een verkorte werkweek of een hoger minimumloon, waardoor mensen minder tijd hoeven te werken en meer vrije tijd hebben.
Daar staat tegenover dat die digitale technologieën en economische veranderingen ook kunnen leiden tot minder vrije tijd. Zo kunnen digitale technologieën ervoor zorgen dat we altijd verbonden zijn met werk of sociale media, waardoor we ons minder kunnen ontspannen en onszelf meer moeten concentreren op onze werkzaamheden. Ook kunnen economische veranderingen leiden tot een toename van flexibiliteit en deeltijdwerk, waardoor mensen meer uren moeten werken om hetzelfde inkomen te verdienen.
In de praktijk is het effect van digitale transformatie en economische veranderingen op de hoeveelheid vrije tijd per persoon dus afhankelijk van een aantal factoren, zoals de specifieke technologieën en veranderingen die worden doorgevoerd, de sector waarin men werkt, en de persoonlijke voorkeuren van de individu.
Toch is in veel landen de gemiddelde werkweek de afgelopen decennia afgenomen. Ook is het aantal mensen dat deeltijd werkt toegenomen. Dit wijst erop dat digitale transformatie en economische veranderingen in sommige gevallen wel degelijk leiden tot meer vrije tijd.
Die constante verandering kunnen we niet afremmen, wel kunnen we samen zorgen dat niemand uit de boot valt en dat we samen de kunnen inzetten op kortere werktijden en meer vrije tijd. Daarom een een bepekte mate van neo-luddisme belangrijk dat de slinger in de juiste richting doorslaat.
De Zuid-Afrikaan Verne Harris (Nelson Mandela Foundation) is een van de belangrijkste archieftheoretici in de wereld. Op donderdagochtend 19 oktober opent hij Informatie aan Zee 2023met zijn keynote More than a sliver, more than a job: the work of archive in an age of artificial intelligence. Jelena Dobbels (FARO) en Geerd De Ceulaerde (Stadsarchief Herentals) gaan met hem in gesprek over thema’s zoals hoe informatieprofessionals kunnen omgaan met betwist erfgoed, meerstemmigheid en inclusie. Er wordt ook tijd en ruimte voorzien voor vragen of opmerkingen van het publiek.
Naar aanleiding van zijn keynote verschijnt er in META2023/6 een interview met Verne Harris. Hij heeft het onder andere over de call for justice en de archival sliver (letterlijk: archiefsplinter) waarbij bepaalde groepen of documenten in archieven uitgesloten worden. Volgens hem kunnen archieven een krachtige publieke gemeenschapsbron zijn voor het opbouwen van een samenleving die rechtvaardig en inclusief is, en die fundamenteel gastvrij is voor iedereen in de samenleving. Het interview kun je begin oktober op onze website of in je gedrukte META vinden.
In tijden van cyberoorlog en steeds professionelere criminele hackers is het waarborgen van de integriteit en confidentialiteit van informatie binnen bedrijven, non-profitorganisaties en de overheid een steeds grotere uitdaging.
Deel je deze bezorgdheid? Heb je hierover een eigen visie die je wil delen? Op zoek naar good-practices? Wil je jouw management hierover adviseren?
Dan is deze sessie voor jou. Het wordt niet zozeer een technisch verhaal, de aandacht zal vooral gaan naar governance en organisatiecultuur.
In deze tijden waarin we overspoeld worden door fake news en desinformatie is er toch nog eens goed nieuws. In Nederland neemt het bijgeloof af.
Stichting Skepsis, ism Universiteit van Amsterdam, heeft een opinieonderzoek laten doen naar het geloof in paranormale verschijnselen onder Nederlanders, een representatieve steekproef onder ruim 2500 mensen. Klik hier voor het artikel over dit onderzoek.
Het geloof in paranormale verschijnselen is de afgelopen dertig jaar sterk afgenomen. In sommige gevallen gehalveerd of meer: terwijl in 1985 nog 40 procent van de ondervraagden aangaf te geloven in wichelroedelopen en genezing door handoplegging, is dit nu minder dan 20 procent.
Zelf je paranormale opvattingen testen? Er staat een link bij naar de vragenlijst en aan het eind krijgt u het resultaat dat laat zien hoe skeptisch u staat tegenover paranormale verschijnselen in vergelijking met de gemiddelde Nederlander.
Een leuk verschijnsel in de psychologie is Pareidolie, een illusie waarbij iemand in een willekeurige waarneming herkenbare dingen meent te zien of te horen. De naam is afkomstig van het Griekse para (naast) en eidolon (beeld). Het, waarschijnlijk, oudste voorbeeld is het “manneken in/op de maan” dat in de laatste decennia een update kreeg met het gezicht op Mars. Ook de mondegreens of “mamma appelsapliedjes”, Nederlandse zinnen horen in Engelse songs, is een mooi voorbeeld.
Marsfoto PIA01141 (Viking 1, 1976)
De reden voor het verschijnsel ligt er waarschijnlijk in dat de hersenen behoefte hebben om verbanden tussen gegevens te leggen, ook als deze er eigenlijk niet zijn. Pareidolie ontstaat dus uit fout-positieven van de menselijke patroonherkenning.
Je kunt er ook leuke spelletjes van maken met de kinderen, zoals dieren herkennen in de wolken.
Bekende auditieve pareidolie zijn stemmen of geluiden die men meent te horen in het geruis van radiostoring. In de jaren zestig en zeventig werd daar opzettelijk op ingespeeld door, al dan niet, boodschappen te verbergen in het achterwaarts afspelen van grammofoonplaten. Een pak samenzweringstheorieën waren geboren, die door bijkomende pareidolieën werden versterkt.
Johan Braeckman beschreef het verschijnsel in een interessante analyse. De aanleiding was de theorie van een kunstkenner dat er in het meesterwerk van Van Eyck, Het Lam Gods, een vorm van een schapenkop verborgen zit. Maar dat slaat volgens de filosoof nergens op, de “believers” zijn volgens hem slachtoffer van pareidolie: een veelvoorkomende soort illusie, waarbij men onduidelijke gegevens op een betekenisvolle, maar volstrekt foute, wijze interpreteert. Zoals mensen die in verbrande toast het gezicht van Jezus zien.
Verkeerdelijk een schapenkop in het Lam Gods detecteren is geen ramp, maar onze kwetsbaarheid voor pareidolie geeft ook aanleiding tot het ontstaan van complottheorieën, bijgeloof, mirakelverhalen en andere luchtkastelen en hersenspinsels.
Dat Hitler er in slaagde om miljoenen mensen te laten geloven dat de joden een bedreiging vormden voor Duitsland, is een ander voorbeeld van pareidolie in de overtreffende trap.
Het verschijnsel Pareidolie kun je perfect toepassen in onze samenleving die vergeven is van “post-truth” en “fake-news”. Mensen hebben immers de neiging om patronen te zien waar er geen zijn en hersenspinsels te geloven omdat ze dat willen geloven.
Als mensen niet alle feiten kennen of herinneren, zijn ze geneigd om de ontbrekende linken te laten aanpraten en zich te confirmeren onder sociale druk. In deze tijden van epidemieën en oorlog dfdsf
In zijn boek Iedereen Racist verwijst Alain Van Hiel, professor sociale psychologie, naar een bekende politicologische studie van Philip Converse , die de politieke kennis van de gemiddelde Amerikaan, Joe Sixpack, onderzocht. 20 procent van de mensen die gingen stemmen wisten niets over politiek, ze wisten bijvoorbeeld niet wat links en rechts of conservatief en progressief betekende of konden presidentskandidaten uit elkaar houden.
Als je deze mensen overvraagt verzinnen ze vaak ter plaatse een mening, een zogenaamde pseudo-houding om een goed figuur te slaan bij de interviewer.
Ook bij ons is een belangrijk segment van de bevolking zeer slecht geïnformeerd over het lokale, nationale en internationale politieke bestel.
Sommige politieke partijen willen dit probleem “oplossen” door de opkomstplicht af te schaffen. Dit is het probleem onder de mat schuiven, want de vele zieken in ons land ga je ook niet genezen door de ziekenhuizen af te schaffen.
Enige tijd geleden pakte de New York Times uit met een onderzoek over geopolitieke kennis bij haar landgenoten. Hieruit bleek dat personen die Noord-Korea op een landkaart konden aanduiden, waren meer geneigd om te kiezen voor een diplomatieke oplossing in dit sluimerende conflict. Meer kennis van zaken zorgt voor meer nuance.
In deze tijden van epidemieën en oorlog is gedegen maatschappelijke en politieke vorming in het onderwijs meer dan ooit nodig.
In Knack, overgenomen uit de Economist, lees ik een interessante analyse over het leger van vrijwilligers en NGO’s, die het Oekraïens leger van alle mogelijke drones en andere technologie voorziet. Wat daarbij opvalt is hoe spontaan dit allemaal zichzelf organiseert.
Verschillende waarnemers oordelen dat het toelaten van deze hoge mate van initiatief nemen door burgers, bedrijfjes en vrijwilligersorganisaties één van de oorzaken is van het succes van het Oekraïense leger. Lokale bevelhebbers laten hun specifieke noden weten aan enkel “crazy professors” en die komen in een recordtijd met een oplossing. Het lijkt alsof elke legereenheid hun eigen “Q” heeft.
Door die wendbaarheid kan er zeer snel op maat gewerkt worden. De officiële procedures verlopen, zoals vaak traag en inefficiënt, dat erkent ook de nieuwe minister van Strategische Industrieën, Oleksander Kamyshin. Hij ziet echter ook tekortkomingen: zo is het zeer moeilijk om na te gaan welke technologieën ideaal zijn om op te schalen naar massaproductie.
Daarom zoekt hij naar de gulden middenweg waarin centrale aansturing en grootschaligheid niet hoeft te conflicteren met initiatief nemen en wendbaar reageren om uitdagingen en opportuniteiten.
Dit doet me soms denken aan hoe chaotisch België is georganiseerd en waarschijnlijk net daarom blijft functioneren ondanks het vaker zonder regering zit dan met. De wereld keek met verwondering en bewondering toe.
Die bewust ingebouwde chaos vind je ook op het internet. Het oorspronkelijke ARPA-net wilde immers een netwerk zonder (kwetsbare) centrale server, zodat de digitale transmissies steeds een andere route konden volgen wanneer een server uit zou vallen.
“We leven in een transitie naar een informatiesamenleving. Dat vraagt een nieuw vocabularium. Ik denk dat termen als chaos en zelforganisatie soms misschien oppervlakkig worden gebruikt, maar het gaat in de goede richting. Internet, dat is zelforganisatie. Het is een voorbeeld van iets spontaans, buiten elke traditionele aanpak. En het werkt toch.”
Benieuwd naar de grootste IT-bedrijven van België? Datanews en Trends zetten ze op een rijtje, gerangschikt op omzet en winst. Geen verrassing waarschijnlijk, maar Proximus voert de lijst aan.
Nog tweeënhalve maand en het is zover: in Kursaal Oostende kun je dan weer samen met je team interessante lezingen volgen, rondstruinen op de beursvloer, collega’s ontmoeten … Kortom alles doen wat van Informatie aan Zee Informatie aan Zee maakt.
Ook ik zal daar enkele lezingen geven. Daarover later meer 😉
Nog tot 15 augustus schrijf je je als lid in aan een voordeeltarief. Hebben jij en je collega’s je dus nog niet ingeschreven, doe dat dan zeker nu meteen!
Informatie aan Zee 2023 zal plaatsvinden op donderdag 19 en vrijdag 20 oktober in Kursaal Oostende. Deze editie werken we rond het thema Impact. Welk verschil maken we en hoe kunnen we dat verschil maken?
Net zoals twee jaar geleden werken we opnieuw met themablokken. Of je nu geïnteresseerd bent in e-inclusie, informatiebeheer, sociale impact of de veelzijdige rol van archieven en bibliotheken, er is voor elk wat wils. Neem dus zeker een kijkje in het programma.
Heb jij een probleem waar je tegenaan loopt of heb je good practices die je graag met collega’s wilt delen? Laat het weten via de app Conversation Starter. Net zoals vorige editie kun je je hier als deelnemer op aanmelden, waarna je met andere informatieprofessionals kunt afspreken. Meer informatie volgt snel!
We kijken er al volop naar uit om je op Informatie aan Zee 2023 met open armen te ontvangen. Het wordt opnieuw een boeiende editie. Aarzel dus niet langer, maar schrijf je in!