Bier als bouwsteen van beschaving

Bier, een politieke geschiedenis (2)

gemaakt met AI

In de vruchtbare vlakten van Mesopotamië, zo’n 5.000 jaar geleden, werd bier letterlijk met de paplepel ingegeven. Archeologen vonden kleitabletten uit Uruk die aantonen dat arbeiders werden betaald in bier. Dit “vloeibare brood” was dik, voedzaam en waardevol genoeg om als salaris te dienen. Het oudst bekende loonstrookje ter wereld is dan ook een bierrekening. Bier doordrong alle lagen van de samenleving: het was zowel dagelijkse kost als staatszaak. Op de kleitabletten, de allereerste geschreven teksten ter wereld, ging het opvallend vaak over bierproductie en -distributie. Bestuurders hielden minutieus bij hoeveel gerst en bier er binnenkwam en uitging, een vroeg bewijs dat politieke macht gepaard ging met controle over bier.

Het wettelijke belang van bier blijkt ook uit de Code van Hammurabi (18e eeuw v.Chr.). Deze Babylonische koningswetten bepaalden straffen voor bierverkopers die fraudeerden. Zo riskeerden waardinnen de doodstraf als ze hun bier verdunden of samenspanden met misdadigers. Meer nog, de drankgelegenheden waren een verlengstuk van het bestuur, ze moesten helpen de orde handhaven en criminelen aangeven. 

Zelfs godenverhalen benadrukten de machtsrol van bier. In een Sumerisch epos bedwelmt de godin Inana de wijsheidsgod Enki met bier, waarop de dronken Enki zijn goddelijke bevoegdheden aan haar weggeeft

Bier bleef de komende drie millennia een staatszaak in de oude Mesopotamische samenleving.

Geplaatst in Bier | Tags: , | Plaats een reactie

Zwemmen in informatie, verdrinken in onwetendheid

Ellie Koczela, CC BY-SA 4.0 https://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0, via Wikimedia Commons

“What a culture we live in, we are swimming in an ocean of information, and drowning in ignorance.”

Richard Paul Evans laat zijn romanpersonage Alan Christoffersen die woorden verzuchten in A Step of Faith (2014). Een spirituele roadtrip, maar tegelijk een scherpe observatie van onze tijd: we produceren en consumeren informatie alsof het zuurstof is, maar toch lijken we steeds benauwder te ademen.

Het klinkt alsof Evans schreef over TikTok en ChatGPT, maar zijn boek dateert van vóór de grote doorbraak van sociale media en artificiële intelligentie. Hij staat in een traditie van de cultuurkritiek van T.S. Eliot en Neil Postman.

Al in 1934 schreef dichter T.S. Eliot in zijn Choruses from “The Rock”:

“Where is the wisdom we have lost in knowledge? Where is the knowledge we have lost in information?”

Met die poëtische zucht zette Eliot een keten van verlies in gang: van wijsheid naar kennis, van kennis naar kale informatie. De hele informatiepiramide komt aan bod. Het is alsof hij ons waarschuwde voor een toekomst waarin de stapels data steeds hoger worden, maar het inzicht steeds verder onder de vloerplanken verdwijnt. Eliot had geen smartphone, maar hij zou zich vandaag waarschijnlijk geen raad weten met de 100.000 TikTok-video’s die per minuut online komen.

Een halve eeuw later gaf Neil Postman er een meer mediakritische draai aan. In zijn klassieker Amusing Ourselves to Death (1985) stelde hij dat televisie ons niet alleen informeert, maar vooral vermaakt – en dat dit vermaak onze democratie uitholt. Waar Orwell ons bang maakte met censuur, zag Postman een subtieler gevaar: een cultuur die verdrinkt in trivialiteit.

Vandaag hoeft de televisie niet eens meer aan te staan. Onze telefoons zijn altijd in de aanslag met eindeloze reeksen memes, shorts en reels. Informatie is niet alleen overvloedig, ze is ook ontworpen om onze aandacht te kapen. Postman zou er waarschijnlijk een extra hoofdstuk aan gewijd hebben, met als titel: Doomscrolling Ourselves to Death.

En dan is er 2025, het jaar waarin generatieve AI onze informatiestroom niet alleen versnelt, maar exponentieel opblaast. Waar we vroeger uren tikten op een essay of rapport, spuugt ChatGPT of Gemini er in seconden een tekst van duizend woorden uit. Handig, ja. Maar het leidt ook tot een lawine van content waarvan de kwaliteit niet altijd even hoog is.

Een voorbeeld: studenten die hun werkstuk volledig door een AI laten schrijven. Het resultaat oogt prima, tot je doorvraagt en merkt dat de tekst volgestouwd zit met half-ware feiten en gefabriceerde citaten. Zwemmen in een oceaan van informatie, maar verdrinken in hallucinaties.

Leerkrachten ploeteren om leerlingen en studenten nog kritisch te leren denken, terwijl AI alles “kant-en-klaar” aanbiedt. De oceaan groeit, wordt woeliger, maar zwemmen wordt steeds moeilijker.

Of neem de stroom aan AI-gegenereerde nieuwsberichten die websites vullen, vaak zonder menselijke redactie. Het is sneller en goedkoper, maar het risico op verkeerde of verzonnen informatie neemt dramatisch toe. Wie zoekt nog naar wijsheid als de clicks al genoeg opleveren?

Verkiezingscampagnes worden overspoeld met AI-gegenereerde deepfake-video’s. Je weet niet meer of de politicus nu écht dat absurde voorstel deed of dat een algoritme het verzon.

In elk domein dreigt dezelfde val: de illusie dat meer informatie gelijkstaat aan meer inzicht. De cultuurkritiek van Eliot, Postman en Evans is actueler dan ooit. Hun waarschuwingen raken aan hetzelfde pijnpunt: informatie zonder filter, zonder context, zonder kritische verwerking is zinloos – of zelfs gevaarlijk.

Dat betekent dat we als samenleving nieuwe zwembandjes moeten uitvinden. Mediawijsheid in het onderwijs, transparante AI-regels, en vooral: de kunst van het vertragen. Soms is het beter één degelijk artikel grondig te lezen, dan twintig AI-samenvattingen diagonaal door te scrollen.

De ironie is dat dit artikel zelf de hulp kreeg van AI (herformuleren van zinnen, suggesties voor voorbeelden, dubbelchecken, …). Maar precies daar zit de uitdaging: technologie kan ons helpen om die oceaan van informatie te navigeren, zolang we niet vergeten dat het kompas nog steeds in onze eigen handen ligt.

Want zwemmen kan iedereen. Overleven in een storm van data en (des)informatie vraagt iets anders dan kennen of kunnen, het vergt inzicht, wijsheid en … ironie. Staat dat ergens in de nieuwe einddoelen van het onderwijs?

Geplaatst in Artificiële intelligentie, Desinformatie, E-inclusie, Informatiepsychologie, Lees- of kijktip, Onderwijs | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

Hoe archivarissen en bibliothecarissen de bureaucratie uitvonden

Afbeelding gemaakt met AI

Bureaucratie wordt vaak geassocieerd met overheidskantoren, formulieren en stempels, maar de wortels ervan liggen veel dieper in de geschiedenis. Misschien verrassend genoeg in de wereld van archivarissen en bibliothecarissen. Zoals Yuval Noah Harari in Nexus beschrijft, ontstond bureaucratie uit een noodzaak: het terugvinden van documenten in een groeiende zee van informatie.

In de stadstaten van Mesopotamië, ruim 3.500 jaar geleden, waren administratieve documenten even machtig als wetten en verdragen. Een lening bestond niet alleen in de werkelijkheid, maar vooral op een kleitablet. Als dat kleitablet verdween, of werd opgegeten door een hond, zoals Harari gekscherend schrijft, verdween ook de schuld.

Priesters, handelaren en bestuurders verzamelden duizenden van zulke kleitabletten, papyrusrollen of later perkamenten documenten. Maar hoe vind je de juiste kwitantie, het ene contract of die ene belastingaanslag terug wanneer je die nodig hebt? Het antwoord kwam niet vanzelf. Anders dan in de natuur, waar fruit altijd aan dezelfde boom groeit, zijn documenten levenloos. Ze ordenen zichzelf niet. Iemand moest een systeem bedenken.

Dat ‘iemand’ was de archivaris of bibliothecaris. Zij ontwikkelden methoden om informatie te rubriceren: door documenten fysiek bij elkaar te bewaren, door labels of categorieën te bedenken, door rekken, planken en lades te vullen volgens een logische structuur. Die logica hoefde niet noodzakelijkerwijs overeen te komen met de realiteit; belangrijker was dat men documenten snel kon terugvinden.

Hiermee ontstond het principe dat bureaucratie tot op de dag van vandaag kenmerkt: verdeel de wereld in vakjes en zorg dat alles een vaste plaats heeft. In wezen is een database niets anders dan een digitaal archiefkastje met laden.

Harari benadrukt dat dit systeem een keerzijde heeft. Omdat bureaucratie begint bij de indeling zelf, wordt de werkelijkheid vaak aangepast aan het systeem, niet andersom. Wie ooit een formulier heeft ingevuld en ontdekte dat geen enkele optie precies paste, kent het probleem. Dit mechanisme is even zichtbaar in overheidsadministraties als in universiteiten, waar kennis in disciplines wordt opgesplitst en interdisciplinair denken eerder uitzondering dan regel is.

Van de tempelarchieven van Sippar tot de nationale bibliotheken van vandaag: het werk van archivarissen en bibliothecarissen vormt de basis van onze informatie-infrastructuur. Zij bedachten de methoden waarmee we documenten, later data, opzoeken, opslaan en beheren. Daarmee legden zij onbewust de fundamenten voor de bureaucratische netwerken die moderne staten, bedrijven en wetenschappelijke instellingen draaiende houden.

Bureaucratie mag dan vaak als traag en log worden gezien, zonder de ordeningsdrang van de eerste archivarissen zou de menselijke beschaving nooit op grote schaal hebben kunnen functioneren. De papieren tijger werd geboren in het archief.

Geplaatst in Archieven, Beleid en politiek, Informatiemanagement, Lees- of kijktip, Management, Zoeken en vinden | Tags: , , | Plaats een reactie

Bier, een politieke geschiedenis (1)

Café in Antwerpen

“I am a firm believer in the people. If given the truth, they can be depended upon to meet any national crisis. The great point is to bring them the real facts, and beer.”
      Abraham Lincoln

Brussel, zondag 9 juni 2024, verkiezingsochtend. De Belgische premier Alexander De Croo heeft zojuist gestemd en wandelt naar café ’t Bierpotje in Brakel voor een lokaal biertje. Het tafereel is emblematisch: een staatshoofd dat zijn verkiezingsdag inzet met gerstenat. Bier is immers niet zomaar een drankje; het is door de wereldgeschiedenis heen een drijvende kracht geweest in de politiek. Van oude koninkrijken die bier inzetten om loon uit te betalen of wetten af te dwingen, tot moderne lobbyisten die deals sluiten aan de toog. Bier heeft altijd meer gedaan dan dorst lessen. 

Dit is een een eerste deel in de verkenning hoe bier als politiek instrument heeft gediend om macht te verwerven, akkoorden te beklinken en invloed uit te oefenen op besluitvorming, lokaal én internationaal. We reizen van de Mesopotamische tempels tot in de Belgische Wetstraat, van middeleeuwse gildes tot diplomatieke ontmoetingen met een pint in de hand.

Dat politiek en bier goed samen gaan komt zelfs tot uiting in typische Vlaamse en Nederlandse uitspraken, gezegden en spreekwoorden, zoals “cafépolitiek” en “tussen pot en pint”. Dat laatste verwijst naar een informeel gesprek, meestal tijdens het drinken, vaak in een café of bij een etentje. De uitdrukking komt voort uit de Vlaamse eetcultuur, waarin de ‘pot’ staat voor het eten (de kookpot, dus het warme maal), en de ‘pint’ voor het drinken. 

In mijn consultancy-periode gaf ik mijn Nederlandse collega’s steeds de raad om nooit een uitnodiging om “nog iets te gaan drinken” af te slaan. In onze cultuur zit het namelijk ingebakken om na de formele vergadering, in een informele setting nog door te bomen over het onderwerp en zelfs zaken te beslissen, te “beklinken”. Een informeel akkoord wordt nog vaak bezegelt met een handdruk en het tegen elkaar tikken van de glazen. Toch verwijst de etymologie van “beklinken” niet naar het klinken van de glazen, wel naar “vastmaken”, zoals je met “klinknagels” doet. 

In het verleden (en nog steeds vandaag) waren café- en keukentafels in Vlaanderen belangrijker dan vergadertafels. De anekdotes zijn eindeloos over contracten en innovatieve ideeën die vorm kregen op een bierviltje. Bij de onderhandelingen rond de zesde staatshervorming sprak Bart De Wever meermaals in interviews over het idee dat een goed model van staatsstructuur “op een bierviltje moest passen”. Hoewel er geen concreet viltje opdook, is het beeld blijven hangen als kritiek op de complexiteit van het Belgisch staatsmodel. De frase werd nadien gretig opgepikt in tal van opiniestukken.

Vooral in Vlaanderen (en in mindere mate Wallonië) is er een historisch verband tussen cafébezoek, vakbonden, politieke partijen (zoals de socialistische of katholieke zuil) en besluitvorming. Veel beslissingen werden, letterlijk, in een achterzaaltje van het café besproken.

Soms, heel soms, zorgen beslissingen “tussen pot en pint” tot een catastrofaal keerpunt in de wereldgeschiedenis. Tussen 8 en 9 november 1923 kwamen Adolf Hitler en zijn aanhangers samen in een café in München om een staatsgreep te beramen. Dit mondde uit in de mislukte Bierkellerputsch, waarna Hitler in de gevangenis “Mein Kampf” schreef.

Of het nu gaat over de Dorpsstraat, de Wetstraat of het wereldtoneel, eten en drinken spelen een enorme rol in de besluitvorming. Met onze Bourgondische inborst zijn Belgen meesters in het beïnvloeden langs de maag, het vermurwen via de smaakpapillen en het overtuigen middels beneveling.

Geplaatst in Bier | Tags: , , | Plaats een reactie

De kracht van scenarioplanning en informatiebeheer in onzekere tijden

Foto door Dale Brooks op Pexels.com

Wat als je plots geen toegang meer hebt tot je leerplatform omdat een Amerikaanse cloudprovider — onder druk van een nieuwe geopolitieke rel — de stekker eruit trekt? Of als je overmorgen in het nieuws leest dat een AI-tool die je enthousiast in je organisatie gebruikte, in strijd blijkt met Europese regelgeving? Het klinkt als een rampscenario. En precies daarom moeten we er vandaag al over nadenken.

Scenarioplanning helpt organisaties niet om glazen bollen te polijsten, maar om zich klaar te maken voor wat zou kúnnen gebeuren. Het is een vorm van mentale lenigheid: nadenken over meerdere toekomsten, niet alleen de meest waarschijnlijke:

“The goal of scenarios is not to identify the most likely future, but to prepare for all plausible ones.” 
Peter Schwartz

Maar — en dit is cruciaal — zonder degelijk informatiebeheer blijft scenarioplanning een oefening in koffiedik kijken. Want zonder correcte, actuele en toegankelijke informatie, bouw je scenario’s op drijfzand.

Onderwijsinstellingen, overheden en non-profits bevinden zich vandaag op een snijvlak van digitale innovatie en maatschappelijke kwetsbaarheid. Ze moeten méér doen met minder middelen, en tegelijk overeind blijven in een complexe wereld vol black swans en white elephants (lees: onverwachte crisissen en kostbare IT-flaters). Daarbij is informatiebeheer geen bijzaak. Het is de brandstof voor strategische keuzes.

Uit diverse onderzoeken in de laatste 20 jaar blijkt dat we 20 tot 45 procent van onze tijd verknoeien aan het zoeken naar informatie (Pijpers, 2006) (Chui & Manyika, 2012) (Overcome Enterprise Search Challenges With Knowledge AI, 2024) en het lijkt dat GenAI daar voorlopig slechts deels een antwoord op biedt en zelfs de informationoverload en de ruis alleen maar laat toenemen. Dat is niet alleen inefficiënt, het maakt ons ook kwetsbaar: als je in crisistijd niet weet waar je data zitten, ben je de controle kwijt. En laat net dat het moment zijn waarop je scenario’s nodig hebt.

Zonder goed informatiebeheer kun je dus geen betrouwbare scenario’s opstellen. En omgekeerd: zonder scenario’s weet je niet welke informatie je écht nodig hebt om voorbereid te zijn. Het is zoals kaarten zonder kompas — of een kompas zonder kaart. Pas samen geven ze richting.

De digitale disruptie dwingt organisaties om hun informatiehuishouding grondig te herdenken. Meer data betekent niet automatisch meer inzicht. Integendeel: wie door de bomen het bos wil blijven zien, heeft nood aan structuur, metadata, toegangsbeheer en beleid. En dat beleid moet flexibel genoeg zijn om mee te bewegen met veranderende omstandigheden — exact wat scenarioplanning faciliteert.

Breng informatiebeheer en scenarioplanning samen en ga samen zitten met de collega’s. Investeer tijd in het organiseren van workshops waarin je toekomstige scenario’s test aan de hand van je informatiepositie. Vraag jezelf af: wat als systeem X uitvalt? Wat als beleid Y verandert? Hebben we dan de juiste informatie, op het juiste moment, bij de juiste mensen?

Zo bereid je je niet alleen voor op wat waarschijnlijk is, maar ook op wat mogelijk is. En laat dat net het verschil maken tussen overleven en bloeien in tijden van onzekerheid.

Geplaatst in Informatiemanagement, Management, Visie, Zoeken en vinden | Tags: , | Plaats een reactie

Te veel om te weten: een korte geschiedenis van information overload

Foto door Franco Monsalvo op Pexels.com

In 1613 verzuchtte de Engelse schrijver en soldaat Barnabe Rich in zijn boek “The Honestie of this Age“:

“One of the diseases of this age is the multitude of books, which is such that it confounds the memory more than it instructs the understanding. It overloads the world.”

Rich leefde in een tijd waarin de boekdrukkunst nog geen twee eeuwen oud was, maar al duidelijk was dat informatie zich sneller verspreidde dan mensen haar konden verwerken. Het lijkt bijna ironisch dat de klacht over te veel informatie minstens zo oud is als de moderne informatiemaatschappij zelf.

De zorgen van Rich pasten in een bredere tijdsgeest. In de zestiende en zeventiende eeuw werd Europa overspoeld met pamfletten, bijbels, wetenschappelijke verhandelingen, en persoonlijke notities — een gevolg van de democratisering van kennis via de drukpers. Wetenschapper Conrad Gessner noemde het in 1545 al een “confusio librorum”, een verwarrende overvloed aan boeken.

Fast forward naar de twintigste eeuw. De term information overload werd voor het eerst gepopulariseerd door de Amerikaanse futuroloog Alvin Toffler in zijn boek Future Shock (1970). Toffler waarschuwde voor de psychologische en maatschappelijke gevolgen van een steeds snellere toename van informatie en veranderingen. De overvloed aan keuzes, data en indrukken zou leiden tot verlamming en besluiteloosheid, eerder dan tot inzicht.

Met de komst van het internet — en zeker sinds de opkomst van sociale media en smartphones — is information overload niet alleen een existentieel probleem geworden, maar ook een alledaags. Volgens een rapport van IBM uit 2016 creëerde de wereld toen al 2,5 quintiljoen bytes aan data per dag. De meeste daarvan worden nooit gelezen, laat staan begrepen.

De Belgische filosoof Pascal Chabot (ULB) wees er in zijn werk Global Burn-out (2013) op dat we niet alleen fysiek of emotioneel overbelast raken, maar ook cognitief overprikkeld. Alles is urgent, alles is nu, en niets lijkt nog tijd te krijgen om te rijpen.

Ook ander onderzoek (Batista, 2017) toont aan dat deze vorm van overload kan leiden tot stress, verminderde concentratie, uitstelgedrag en zelfs het vermijden van informatie. In organisaties vertaalt zich dat naar tragere besluitvorming, inefficiënte communicatie en verminderde innovatiekracht. Veel werknemers besteden een groot deel van hun dag aan het zoeken naar informatie of het verwerken van berichten die niet altijd noodzakelijk zijn voor hun kerntaken.

Daarom groeit de aandacht voor preventie en mitigatie. Dat kan enerzijds door technologie slimmer in te zetten: bijvoorbeeld via systemen die informatie automatisch prioriteren of bundelen. Anderzijds is ook gedragsverandering nodig. Teams die afspraken maken over het gebruik van communicatiekanalen – welke informatie hoort thuis in een chat, wat mag per e-mail, wat verdient een vergadering – merken dat de informatiedruk daalt en de helderheid toeneemt.

In een kenniseconomie is het dan ook cruciaal om niet alleen aandacht te besteden aan wat we communiceren, maar ook hoe en wanneer. Een doordachte omgang met informatie is niet langer een luxe, maar een noodzakelijke voorwaarde voor duurzaam en gezond werken.

Het is verleidelijk om information overload als een modern probleem te zien, maar de klacht is eeuwenoud. De technologie verandert, maar het menselijke brein blijft beperkt in zijn verwerkingscapaciteit. De vraag is dus niet: hoeveel informatie kunnen we produceren?, maar: hoe kunnen we ze beter filteren, cureren en contextualiseren?

Mogelijk ligt de oplossing niet in nóg meer AI, dashboards of notificaties, maar in het herwaarderen van wat essentieel is. Zoals Rich al aanvoelde: kennis is pas waardevol als ze ook verteerd kan worden.

Geplaatst in Informatiemanagement, Informatiepsychologie | Tags: | Plaats een reactie

De Cubacrisis: Hoe goed informatiebeheer en rationele besluitvorming de wereld redde

Cuba – An aerial view showing the medium range ballistic missile field launch site number two at Sagua la Grande. October 17, 1962 (U.S. Air Force Photo)

In oktober 1962 werd de wereld wakker met een existentiële dreiging. Sovjetkernraketten op Cuba, amper 150 kilometer van de Amerikaanse kust, brachten de Verenigde Staten op het randje van een nucleaire oorlog. In een tijd zonder realtime satellietbeelden, zonder cloudplatformen, zonder AI-modellen, moesten wereldleiders beslissingen nemen die het lot van miljoenen bepaalden.

En toch liep het goed af. Waarom? Omdat informatiebeheer, analyse en rationeel beraad de bovenhand kregen op impulsieve reacties en militair machtsvertoon.

De ontdekking van raketinstallaties op Cuba begon met een verkenningsvlucht van een U-2 spionagevliegtuig boven het eiland. De analisten van de CIA identificeerden op de foto’s Sovjetraketten die in een paar weken inzetbaar zouden zijn. Cruciale informatie, maar nog niet voldoende om tot actie over te gaan.

Wat volgde, was een indrukwekkend staaltje van informatieverwerking en strategische besluitvorming:

  • Snel én zorgvuldig analyseren: Binnen enkele dagen werd een team van experts samengebracht — de ExComm — met militaire, diplomatieke, juridische en politieke profielen. Elk van hen bracht data, scenario’s en mogelijke gevolgen aan. Belangrijk: de informatie werd niet alleen verzameld, maar gecentraliseerd, gekaderd en geduid.
  • Context toevoegen: De president kreeg niet louter ruwe inlichtingen voorgeschoteld. Hij kreeg samenvattingen, risicoanalyses, tijdslijnen en afwegingen. Men dacht niet alleen in termen van militaire respons, maar ook in geopolitieke repercussies, publieke opinie en mogelijke reacties van bondgenoten en vijanden.
  • Besluiten nemen in fasen: Kennedy koos niet voor onmiddellijke actie. Hij liet meerdere denkrichtingen verkennen: een luchtaanval, een invasie, een blokkade, een diplomatiek kanaal. Pas toen men relatief zeker was van de mogelijke gevolgen en het evenwicht tussen risico en resultaat, koos men voor een maritieme blokkade — een slimme tussenvorm die ruimte liet voor dialoog.
  • Bewust vermijden van groepsdruk: Kennedy vermijdde dat zijn besluitvorming zou worden opgeslokt door militaire logica of politieke macho-reflexen. Hij organiseerde vertrouwelijke een-op-eengesprekken, gaf ruimte aan afwijkende meningen en liet toe dat scenario’s werden bijgestuurd in functie van nieuwe informatie.

Het is dit gecontroleerde, doordachte en op informatie gebaseerde proces dat de Cubacrisis deed kantelen van een militaire confrontatie naar een diplomatieke oplossing.

En vandaag?

Zestig jaar later lijken we niet altijd lessen te trekken uit die periode. In een tijd van constante informatieoverload, fake news en gekleurde framing, zien we hoe politieke besluitvorming steeds vaker gevoed wordt door partijdige bronnen, sociale media-echo’s en belangenlogica.

De huidige Amerikaanse regering (en andere regeringen wereldwijd) nemen beslissingen op basis van fragmentarische of ideologisch gefilterde informatie. Beleidsdocumenten worden opgesteld op basis van “wat goed klinkt”, niet per se op wat goed onderbouwd is. Interne kritiek wordt vaak als ‘ontrouw’ gezien, en alternatieve scenario’s krijgen weinig ruimte. Waar Kennedy ruimte liet voor twijfel en analyse, zien we vandaag vaak een sterke voorkeur voor bevestiging en snelheid.

De Cubacrisis toont ons dat informatie slechts waarde heeft wanneer ze zorgvuldig beheerd, gedeeld en geïnterpreteerd wordt binnen een goed gestructureerd besluitvormingsproces. Het is die combinatie van kwalitatieve informatieverzameling, interdisciplinaire duiding en rationeel leiderschap die ons destijds van de afgrond hield.

In een , is op feiten gebaseerde besluitvorming helaas ver zoek.

De Cubacrisis is een spiegel. Een spiegel die toont wat mogelijk is als informatie de ruimte krijgt om juist geïnterpreteerd te worden, en leiders de moed tonen om met ratio boven emotie te regeren.

We mogen hopen dat er in deze wereld waarin nucleaire spanningen opnieuw oplaaien, dat er bij de kernmachten snel leiders opstaan die de lessen van 1962 kennen. En ze toepassen.

Verder lezen of kijken:
BBC heeft een uitgebreid pakket historische informatie en zelfs een strategische game om zelf de beslissingen te nemen in de Cuba-crisis, helaas enkel speelbaar in de UK.

Thirteen Days: A Memoir of the Cuban Missile Crisis is Robert F. Kennedy’s verslag van de Cubaanse raketcrisis van 1962. Hij was broer, minister van justitie en naaste adviseur van de president. Het boek werd uitgegeven in 1969, het jaar na zijn moord.

De film Thirteen days is spannende interpretatie van die periode. Ondanks de “Amerikaanse bril” blijft het een aanrader.

Geplaatst in Beleid en politiek, Desinformatie, Informatiemanagement | Tags: , , , , | Plaats een reactie

Hannah Arendt en de Toekomst van Onderwijs

Barbara Niggl Radloff, CC BY-SA 4.0 https://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0, via Wikimedia Commons

Geïnspireerd door het artikel van Paul Tarc in The Conversation, Philosopher Hannah Arendt provokes us to rethink what education is for in the era of AI, nam ik het essay van Hannah Arendt over onderwijs er nog eens bij. Na mijn eerste confrontatie met de onderwijsinspectie in mijn huidige rol, moet ik samen met Tarc vaststellen hoe relevant The Crisis in Education uit 1954 nog steeds is.

In een wereld waar ChatGPT huiswerk maakt en TikTok de populairste bron van een ‘snackable’ geschiedenisles is, moeten we dringend de vraag durven stellen: Waar is onderwijs eigenlijk nog voor? De Duits-Amerikaanse filosofe Hannah Arendt gaf in 1954 in haar essay The Crisis in Education daarop een scherp antwoord. Opmerkelijk genoeg klinkt haar waarschuwing vandaag luider dan ooit, zeker in het licht van de digitalisering én de verstikkende bureaucratisering van het Vlaamse onderwijs.

Arendt stelde dat onderwijs meer is dan kennisoverdracht. Het is de plek waar we jongeren introduceren in een wereld die zij niet zelf hebben gemaakt. Maar wat zien we vandaag? Enerzijds worden kinderen steeds vaker aan hun lot overgelaten in een doolhof van digitale prikkels en AI-oplossingen. Anderzijds verdrinken leraren in een zee van administratie, toezichtformulieren en beleidsnota’s. In Vlaanderen lijkt het onderwijsbeleid meer bezig met het invullen van vinklijstjes dan met het stellen van fundamentele pedagogische vragen.

De leraar is verworden tot ‘dossierbeheerder’ in plaats van gids. Terwijl AI belooft het onderwijs te personaliseren, ontmenselijkt het onderwijsbeleid het werk van de leerkracht door een verstikkend kluwen van regelgeving, kwaliteitslabels en eindtermen.

Arendt zou vandaag niet tegen AI zijn, maar ze zou waarschuwen voor een blind vertrouwen in technologie. AI kan zeker ondersteunen — denk aan gepersonaliseerde leerpaden of ondersteuning bij differentiatie — maar het mag nooit de menselijke interactie en morele begeleiding vervangen.

Onderwijs is, volgens Arendt, conservatief én revolutionair: conservatief omdat het kinderen moet laten kennismaken met de rijkdom van onze cultuur en geschiedenis, revolutionair omdat het hen moet voorbereiden om die wereld te vernieuwen. Laat dat nu precies zijn waar het vaak misgaat: we zijn zo gefixeerd op “21ste-eeuwse vaardigheden” en “competenties” dat we vergeten waarom we die vaardigheden eigenlijk aanleren.

In Vlaanderen zien we een wrange paradox: hoe meer men vernieuwt, hoe complexer en bureaucratischer het systeem wordt. Elke nieuwe onderwijsvernieuwing komt met extra administratie, rapportering en controledwang. In plaats van ruimte te geven aan vakmanschap en persoonlijk engagement, verstikt het beleid het onderwijs met formats en audits.

Wie durft vandaag nog echt af te wijken van het script, om jongeren weerbaar en kritisch te maken in plaats van ze simpelweg door een curriculum te loodsen? Arendt zou zeggen: een samenleving die haar kinderen enkel leert om het bestaande systeem te bedienen, berooft zichzelf van elke toekomst. Dat betekent ook: durven kiezen voor menselijke nabijheid, voor een leraar die begeleidt en grenzen stelt, niet voor AI-gegenereerde evaluatierapporten of een eindeloze stroom aan planningsdocumenten.

Misschien is het tijd dat ons onderwijsbeleid minder dossiers produceert en meer vertrouwen geeft. Minder nadruk op meten, meer aandacht voor betekenis. Geef leerkrachten de vrijheid om vanuit hun eigen stijl, vanuit hun eigen sterktes, de jongeren de kracht te geven om te gaan met de weinig voorspelbare toekomst. Meet niet op input en output, maar op de impact van het leren. Want uiteindelijk willen we toch jongeren die niet alleen weten hoe ze iets moeten doen, maar ook waarom.

Geplaatst in Artificiële intelligentie, Onderwijs | Tags: , , | Plaats een reactie

User Generated Chaos: Hoe goedbedoelde samenwerking leidt tot digitale wanorde

Le correcteur automatique, CC BY-SA 4.0 https://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0, via Wikimedia Commons

We doen het allemaal, vaak met de beste bedoelingen: documenten schrijven, notulen delen, ideeën posten op Teams, bestanden opslaan in persoonlijke mappen in de cloud. Dankzij deze user generated content wordt samenwerking vlotter dan ooit. Tijds- en plaatsonafhankelijk werken is intussen de norm geworden — en dat is goed nieuws.

Maar zonder duidelijke afspraken en een strak informatiebeleid, verandert deze vrijheid in een digitale nachtmerrie. Wat bedoeld is als efficiënte kennisdeling, ontaardt al snel in wat we gerust user generated chaos kunnen noemen.

De stille groei van digitale rommel

In de praktijk ziet het er zo uit: elke medewerker bouwt zijn eigen mini-archiefkast. Maar zonder labels, zonder structuur, en zonder dat iemand weet wat er waar zit. Toch blijft iedereen nieuwe lades toevoegen. Resultaat? Belangrijke informatie raakt zoek, wordt dubbel gemaakt, of — erger nog — wordt nooit hergebruikt. Het is een onzichtbare kostenpost die organisaties steeds meer parten speelt.

Dit is geen futuristisch probleem. In een tijd van hybride werken en snelgroeiende cloudomgevingen, leidt dat tot risico’s op vlak van compliance, efficiëntie en zelfs veiligheid. In recente audits, vooral bij Nederlandse overheidsinstellingen blijkt dat informatiebeheer op samenwerkingsplatformen vaak verwaarloosd wordt. Het is een illusie om te denken, dat de situatie beter is bij Vlaamse overheidsinstellingen of bedrijven.

Quick wins: van chaos naar controle

Wil je het tij keren? Begin klein, maar gericht:

1. Maak afspraken over waar informatie thuishoort.
Gebruik centrale mappenstructuren met duidelijke rechten en verantwoordelijkheden. Geef medewerkers richtlijnen voor wat in “persoonlijke opslag” mag, en wat collectief gedeeld moet worden.

2. Standaardiseer bestandsnamen en versies.
Namen als finale_echt_def.docx zijn grappig, maar gevaarlijk. Gebruik consistente benamingen zoals 2025-05-01_Notulen_TeamB_V1.

3. Zet metadata slim in.
Gebruik tags, labels of eigenschappen in je platform om documenten makkelijker terug te vinden, zeker bij Teams of Google Drive.

4. Leid medewerkers op in digitaal hygiënisch gedrag.
Maak van informatiebeheer geen IT-feestje, maar een gedeelde verantwoordelijkheid. Denk aan microlearning of interne tips van de week.

5. Monitor en ruim op.
Plan jaarlijks een digitale schoonmaakdag. Verouderde, dubbele of overbodige documenten? Weg ermee — of archiveer verantwoord.

Meer informatie vind je oa. op:
De website informatiemanagagement van het Facilitair Bedrijf van de Vlaamse Overheid en via de beroepsorganisatie VVBAD.

Tot slot

Informatie is de zuurstof van elke organisatie. Maar net zoals zuurstof, moet het zuiver zijn om effectief te blijven. Tijd om van user generated chaos naar user enabled clarity te evolueren.

Geplaatst in Informatiemanagement | Tags: , , | Plaats een reactie

Waarom verhalen de wereld draaiende houden

In een wereld vol feiten, cijfers en data blijft één kracht onveranderd essentieel: verhalen. Yuval Noah Harari, historicus en auteur van wereldwijde bestsellers als Sapiens en Homo Deus, benadrukt steeds opnieuw hoe verhalen de fundamenten van menselijke samenlevingen vormen. Volgens Harari is het niet onze spierkracht, intelligentie of snelheid die ons als soort heeft laten domineren — het is ons unieke vermogen om fictie te creëren en te geloven.

Harari stelt dat homo sapiens boven andere diersoorten uitstak doordat we in staat waren om grote groepen mensen samen te brengen rond gedeelde mythen. Denk aan religies, naties, geld en bedrijven: stuk voor stuk zijn het verzinsels — intersubjectieve realiteiten — die alleen bestaan omdat wij er samen in geloven.

Een biljet van tien euro heeft geen intrinsieke waarde; het krijgt betekenis omdat miljoenen mensen vertrouwen hebben in het verhaal van de economie. Een land als België bestaat niet als een tastbaar object in de natuur; het is een complex, voortdurend verteld en geloofd verhaal over identiteit, geschiedenis en recht.

Samenlevingen functioneren omdat ze gebaseerd zijn op vertrouwen. En vertrouwen komt voort uit gedeelde verhalen. Als mensen dezelfde waarden, doelen en ideeën over goed en kwaad delen, ontstaat er samenwerking op schaal die ondenkbaar is in de dierenwereld. In Harari’s woorden: “Je kunt geen koninkrijk of een multinational bouwen zonder verhalen.”

Ook vooruitgang en verandering ontstaan door nieuwe verhalen. Revoluties — politiek, technologisch of sociaal — beginnen vaak niet met nieuwe feiten, maar met een nieuw narratief. De afschaffing van de slavernij, de strijd voor vrouwenrechten, het idee van mensenrechten: allemaal begonnen ze als verhalen die destijds revolutionair en ongeloofwaardig klonken, maar die de wereld hebben getransformeerd.

Toch waarschuwt Harari ook voor de dubbele snede van verhalen. Ze kunnen verbinden, maar ook verdelen. Propaganda, nationalisme, complottheorieën: dit zijn eveneens krachtig vertelde verhalen die samenlevingen kunnen ondermijnen of zelfs vernietigen. Daarom pleit Harari voor een bewuste omgang met verhalen: kritisch nadenken over wie ze vertelt, waarom, en wie er baat bij heeft.

In een tijd van informatie-overvloed, AI, en polarisatie blijft de behoefte aan gedeelde verhalen misschien wel groter dan ooit. Of het nu gaat om de toekomst van duurzaamheid, technologie of democratie: de verhalen die wij vandaag kiezen om te geloven, zullen bepalen hoe onze wereld er morgen uitziet.

Zoals Harari treffend schrijft: “Homo sapiens regeert de wereld omdat hij de enige dierensoort is die in dingen kan geloven die alleen in zijn eigen verbeelding bestaan.” Verhalen zijn geen luxe of bijzaak — ze zijn de software waarop onze beschaving draait.

Geplaatst in Artificiële intelligentie, Desinformatie, Geschiedenis, Informatiemanagement, Informatiepsychologie | Tags: , , | Plaats een reactie