Een rollercoaster genaamd Maarifa

copyright: Meta (https://www.vvbad.be/meta)
‘s Morgens, ergens in 2005, stond ik op en sprak in de spiegel: “ik doe het!” Een week later had ik een btw-nummer en was de website online. Ik had een negatief gevoel omgeturnd tot een positieve actie. Geen marktstudie, geen businessplan, wel een beginnende burn-out.
In mijn professionele loopbaan wil ik blijven groeien, innoveren en bewegen. Laat dit nu zijn wat ik niet meer kon in mijn toenmalig werk, maar dit zijn wel voorwaarden van goed ondernemerschap. “Desperate times call for desperate measures” en Maarifa, een consultancybureau voor informatie- en bibliotheekmanagement, was geboren.
Toch was de start verre van evident: we hadden geen financiële reserve, pas een huis gekocht met tegenvallende verbouwingen en drie jonge kinderen. Vreemde passiva (bijv. een lening) hield ik af. Met een enthousiaste DIY-attitude en ‘disruptieve’ economische technieken hield ik de cashflow onder controle. Logo, huisstijl, drukwerk, webontwikkeling, … gebeurden in eigen beheer en met collega-ondernemers maakte ik ruilovereenkomsten. Meewerkende freelancers waren mede-eigenaar in de projecten en kregen een afgesproken deel van de winst, uurtarieven waren immers bij grote projecten een gevaarlijke onbekende factor. Dat mede-eigenaarschap en enthousiasme van de freelancers bleek bovendien één van de sterktes van Maarifa.
De eerste jaren waren organisch en probeerde ik met veel branie mijn weg te zoeken. Alles was nieuw, de starters in onze sector hadden toen immers geen rolmodellen. Konden we er van leven? Was de markt groot genoeg? Hoe sterk was de concurrentie? Allemaal existentiële vragen van een starter. Langzaam aan kwam er structuur en planning in het bedrijf. Korte nachten, doorwerken in het weekend en weinig echte vakantie is het lot van een zelfstandige, maar een bedrijf opstarten is zalig: de boost, de energie die je daar van terug krijgt, is moeilijk te beschrijven. Ondernemen is verslavend en moet ook een verslaving zijn. Tegen je zin kun je immers niet ondernemen.
Anderhalf jaar na de start was Maarifa een BVBA en was ik voltijds aan de slag voor mijn bedrijf. Op het hoogtepunt waren we met drie zaakvoerders en werkten we samen met talrijke Vlaamse en Nederlandse freelancers en bedrijven. Maarifa, maar ook Meandro, het netwerk dat Jan Van Vaerenbergh oprichtte met freelancers die zich rond Landmark Libraries en Maarifa situeerden, werden echte incubators voor diverse nieuwe ondernemers.
Enthousiasme, en dit enthousiasme ook trachten over te brengen bij (potentiële) klanten, was mijn belangrijkste USP. Een te zakelijke aanpak is dodelijk voor een klein bedrijf. Het project moet begeesteren, niet de winst. Anderzijds bracht dit enthousiasme ons wel vaak in nauwe schoentjes: omdat we steeds kwaliteit wilden leveren (meer doen dan de klant verwacht), was de tijdsinvestering vaak te hoog om uit projecten nog voldoende marge over te houden om onszelf een loon uit te betalen.
Maarifa werd in 2012 volwassen door de uitbreiding van de BVBA en daardoor had de vader ook veel minder te vertellen aan zijn kind. Het was/is heerlijk samen werken met Alexander en Cederic, maar het verschil in visie bij de zaakvoerders, het niet behalen van mijn persoonlijk vooropgestelde doelen, de vraag van het thuisfront om mijn ‘werkverslaving’ onder controle te houden, de wens om me ook op andere manieren maatschappelijk dienstbaar te maken en de prachtige opportuniteit bij de Arteveldehogeschool lieten me in januari 2013 opnieuw een stap zetten in mijn carrière.
Wat neem ik mee uit mijn jaren als bedrijfsleider naar de Arteveldehogeschool:
- De kunst van het relativeren: als ik een fout maak in de hogeschool zal niemand honger lijden, bij Maarifa was dat anders.
- Een gigantisch netwerk van gedreven mensen (collega’s, klanten, leveranciers, …), verschillende kameraden en een paar vriendschappen voor het leven.
- In die zeven jaar heb ik meer bijgeleerd dan in alle jaren daarvoor. Een consultant leert immers vaak evenveel van de klant als omgekeerd (maar dat vertellen ze natuurlijk niet).
- Leiding geven (“als je koppige en mondige freelancers kunt aansturen, kun je iedereen aansturen”).
- Het belang van een return on investment (constant de vraag stellen of je voldoende terugkrijgt voor elke inspanning die je levert).
- Het belang van sales en marketing in de interne dienstverlening.
- Kunnen omgaan met constante verandering en inspelen op opportuniteiten.
De stap naar het zelfstandig ondernemerschap was een sprong in het diepe, maar mijn jaren als ondernemer waren hét visitekaartje bij mijn aanwerving bij de Arteveldehogeschool en de toen verworven competenties gebruik ik nog elke dag.
Raad ik nu bibliotheekmensen aan om zelfstandig te worden? Nee en ja. Neen, als je je enkel richt op de kleine markt van onze (arme) sector. Ja, als je ruimer kijkt en bruggen bouwt met andere sectoren. Laat dit ook een oproep zijn tot meer professionele mobiliteit: de bibliotheeksector heeft ondernemers nodig en organisaties hebben onze bibliotheekinzichten nodig.
Ooit terug naar het zelfstandige bestaan? Misschien, maar nu even niet, nu ben ik intrapreneur met volle goesting.
Een jaar geleden schreef ik een artikel over mijn jaren als ondernemer. Dit artikel verscheen in april 2016 in META, tijdschrift voor bibliotheek & archief, het vakblad voor de informatieprofessional in Vlaanderen. META signaleert de nieuwste trends en inspirerende ontwikkelingen in het bibliotheek-, archief-, en documentatieveld als daarbuiten.
Post scriptum: afgelopen maand (juni 2017) werd het bedrijf integraal overgenomen. Mijn vroegere partners zetten de activiteiten verder met hun bedrijf Matica. Ik wens hen veel succes!

Geen bepaalde voorkeur, ik geef alles een kans. Zoals Raymond zong: “ik hou van veel muziekjes”. Elementen die ik, ongeacht het genre, op prijs stel zijn de complexiteit van de karakters en de originaliteit en onvoorspelbaarheid van het verhaal.
Er is ook steeds meer straffe Europese fictie. Uiteraard hebben de scandinaven met
Afgelopen donderdag (27 april) organiseerden Unizo en Curieus in CC Stroming te Berlare een avond over duurzaam ondernemen en werd voor de eerste maal de prijs voor de duurzame ondernemer uitgereikt.
Een volle zaal luisterde geboeid naar de boeiende verhalen van Michael Raemakers (
ouwbedrijf van hun ouders uit. Ze kweken er varkens en rundvee, met eigen voeder. Het vlees wordt om de veertien dagen op zaterdag rechtstreeks verkocht aan de consument. Op die manier houden ze de afstand tussen producent en consument zo klein mogelijk.
Maar het was de boerderij van Maria Beauprez en Pedro De Gelder die als winnaar uit de bus kwam. Ze zijn bekend voor hun Jersey-koeien, die ondermeer zorgen voor het lekkere ijs en de heerlijke rijstpap, waar fietsers maar al te graag voor stoppen in de zomer. Toch is het vooral haar inzet voor de medemens waarvoor ze gelauwerd wordt: van rijstpapjes voor 11.11.11 tot kleren voor Roemenië, dat nemen Maria en Pedro er nog allemaal bij. Vluchtelingen en mensen met een handicap vinden bij hen op de boerderij een zinvolle én leuke werkervaring.


Niet iedereen stemt voor een persoon, veel mensen stemmen voor een maatschappijvisie of voor een partijprogramma, waarbij de verkozenen met voldoende bescheidenheid dit mandaat van de kiezer moeten uitvoeren. Voorkeurstemmen en partijstemmen houden elkaar in evenwicht en zo moet het. 
Veganisten zullen het me kwalijk nemen, maar ik kan enorm genieten van verse carpaccio of steak tartaar, van een dichtgeschroeide Limousin-entrecote of van mijn eigen stoverij. Toch zul je me vaker geen vlees zien eten en kies ik op restaurant vaak een vegetarisch alternatief.
Met beschaamde kaken moeten toegeven dat je
Onder socialistische druk is het
“Op deze manier strijdt de stad
Zondag was het opnieuw zover: op de receptie van de Cultuurraad van Berlare werden de Culturele nominaties uitgedeeld. Dit jaar gingen ze naar:
Weinig sporten zijn zo universeel als boogschieten, in zowat elke cultuur is boog en pijl ingeburgerd. Toch is er een enorme diversiteit: van de Mongoolse steppes tot de Amerikaanse prairies, van de prehistorie tot het heden. In verschillende culturen is pijl en boog echter meer dan een jacht- of sportwapen. In Japan is de Kyudo, het traditioneel boogschieten omkaderd met een pak rituelen, uitgegroeid tot ware zen-meditatie. Bij de San, of de Bosjesmannen in Zuid-Afrika, maken verliefde jonge mannen een miniatuur boog en schieten, als een ware cupido, een pijltje in het achterwerk van het meisje van hun dromen. Wanneer het meisje de pijl niet breekt, weet hij dat de liefde wederzijds is. Hoe simpel kan het leven zijn.
Het thema van de spelen in Jakarta was “unity in diversity” en dat is voor Marc ook de omschrijving voor het wipschieten: “individuele sport die in groep gespeeld wordt”. Het is dan ook een sport waar kameraadschap en gezelligheid primeren boven prestaties.
Een tijdje geleden kreeg ik van een Dendermondse collega de vraag, of er in onze Woonzorgcentra de mogelijkheid van vrije keuze van het levenseinde (euthanasie) vastgelegd is.